Maandelijkse inning onder loonbeslag stuit de verjaring van de restschuld.

Parket bij de Hoge Raad · 4 december 2025 · Civiel recht; Burgerlijk procesrecht

Verjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed. Stuit de maandelijkse inning van afdracht krachtens loonbeslag de verjaring van de restschuld als een daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 lid 1 BW? Is art. 3:323 lid 3 BW van toepassing op restschuld? In hoger beroep prijsgegeven stelling.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]

Wetsartikelen

  • art. 3:3:316 lid 1 BW
  • art. 3:3:323 lid 3 BW
  • art. 3:3:325 lid 2 BW
  • art. 3:3:316 BW
  • art. 3:3:317 lid 1 BW
  • art. 3:3:323 lid 1 BW
  • art. 3:3:307 lid 1 BW
  • art. 3:3:325 BW
  • art. 3:3:307 BW
  • art. 3:3:317 BW
  • art. 3:3:319 lid 1 BW
  • art. 3:3:319 lid 2 BW
  • art. 3:3:324 BW
  • art. 476 Rv
  • art. 7:7:626 lid 1 BW
  • art. 3:3:316 lid 3 BW
  • art. 110 Fw
  • art. 7:7:626 BW
  • art. 3:3:323 BW

Tijdlijn

  1. 01-01-2007 De bank verstrekt aan [eiser] en zijn toenmalige partner een geldlening van € 312.500,-, waarvoor zij een eerste hypotheekrecht op hun woning aan de bank vestigen; dit wordt vastgelegd in een hypotheekakte waarvan een grosse wordt afgegeven.
  2. 01-01-2010 Wegens een ontstane betalingsachterstand eist de bank de geldlening in haar geheel op en gaat zij over tot verhaal van haar vordering.
  3. 24-08-2010 De bank legt executoriaal loonbeslag ten laste van [eiser] op basis van de grosse van de hypotheekakte; in het beslagexploot wordt de schuld vermeld op € 314.965,30, vermeerderd met rente en kosten.
  4. 26-08-2010 Het executoriale loonbeslag wordt aan [eiser] overbetekend.
  5. 24-08-2010 De werkgever van [eiser] begint maandelijks het ingehouden loon af te dragen aan de deurwaarder van de bank; later leggen ook andere schuldeisers loonbeslag, waarna de deurwaarder het onder beslag gevallen loon verdeelt.
  6. 03-11-2012 De woning van [eiser] en zijn toenmalige partner wordt executoriaal verkocht; de levering van de woning heeft op 2 november 2012 plaatsgevonden. Na voldoening van de netto executieopbrengst resteert een restschuld van € 122.079,68, waarvoor het loonbeslag wordt gehandhaafd.
  7. 03-11-2012 Vanaf de dag na de executoriale verkoop begint volgens rechtbank en hof een nieuwe verjaringstermijn voor de restschuld te lopen.
  8. 01-05-2015 [eiser] correspondeert met de deurwaarder van de bank over de beslagvrije voet; hij stelt dat die onjuist wordt toegepast en krijgt gelijk, waarna de beslagvrije voet wordt aangepast.
  9. 02-11-2017 [eiser] stelt zich later op het standpunt dat de restschuld per deze datum was verjaard en dat het loonbeslag vanaf dat moment onrechtmatig was.
  10. 01-10-2019 [eiser] mailt met de deurwaarder over het loonbeslag; het hof betrekt dit bij de conclusie dat [eiser] van de inning op de hoogte was.
  11. 01-05-2021 [eiser] mailt opnieuw met de deurwaarder over het loonbeslag.
  12. 01-07-2021 [eiser] start een kort geding tegen de bank en vordert opheffing van het loonbeslag, stellende dat de restschuld per 2 november 2017 was verjaard.

verbintenissenrecht · verjaring · verzuim · nakoming · schadevergoeding · procesrecht · executie · bewijsrecht · hypotheek · goederenrecht