Witwassen van crimineel salaris en rechtstreekse schade kunnen worden aangenomen bij actieve deelname aan beleggingsfraude.
Conclusie AG. Witwassen. M1 komt op tegen bewezenverklaring van witwassen. M2 klaagt over strafmotivering. Deze middelen zijn tevergeefs voorgesteld. M3 klaagt over toewijzing vorderingen benadeelde partijen. Rechtstreekse schade? Ondanks dat verdachte niet is vervolgd voor (medeplegen van) oplichting, is zij wel hoofdelijk aansprakelijk voor door beleggers geleden materiële schade. Kennelijke oordeel hof dat zij deel heeft uitgemaakt van groep i.d.z.v. art. 6:166 lid 1 BW die beleggers heeft opgelicht en dus individueel aansprakelijk is voor onrechtmatig vanuit deze groep toegebrachte schade is toereikend gemotiveerd. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Partijen en standpunten
- Eiser: [verdachte]
Wetsartikelen
- art. 81 lid 1 RO
- art. 6:6:98 BW
- art. 81 RO
- art. 36f Sr
- art. 6:6:166 BW
- art. 6:6:166 lid 1 BW
Tijdlijn
- 01-12-2016 In deze periode werden geldbedragen in totaal van € 9.208,58 op de verdachte verhaald als salaris, terwijl die bedragen volgens het hof middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit misdrijf; het hof achtte bewezen dat dit witwassen plaatsvond in Nederland.
- 01-12-2016 Het hof stelde vast dat de inleggelden voor de projecten [projectnaam 1] en [projectnaam 2] vrijwel geheel werden aangewend voor operationele kosten, waaronder salarissen en bonussen, rente aan andere beleggers, contante opnamen en overboekingen naar andere verdachten, en niet voor de voorgespiegelde projecten.
- 16-12-2016 Het verkoopkantoor werd verplaatst naar de [a-straat] in [geboorteplaats]; volgens de bewijsvoering moest alles wat een link met [B] en [C] kon aantonen verdwijnen, werden bellijsten ingeleverd en werd namens [projectnaam 2] verder gebeld.
- 20-12-2016 In december ontstonden betalingsproblemen voor de salarissen; er was een afspraak bij het Mercure Hotel langs de A12, waar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] € 5.000 contant ontvingen van [betrokkene 4], waarna dit geld aan het personeel werd uitbetaald. Op 22-12-2016 ontving de verdachte een contant bedrag van € 1.000 als onderdeel van haar salaris, waarvan het hof de criminele herkomst aannam.
- 22-12-2016 De verdachte ontving een contant bedrag van € 1.000 als deel van haar salaris; het hof leidde hieruit af dat ook dit bedrag uit misdrijf afkomstig was, nu de inleggelden vrijwel geheel waren gebruikt voor operationele kosten en uitbetalingen aan betrokkenen.
- 28-12-2016 De benadeelde partij [benadeelde 2] maakte volgens het hof op deze datum de inleg voor obligaties over; in hoger beroep werd die inleg later aangemerkt als rechtstreeks door het bewezenverklaarde handelen veroorzaakte schade.
- 02-01-2017 De verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] traden in dienst bij [G] B.V.; vanaf die datum werd hun salaris vanuit deze vennootschap betaald, waarvan [medeverdachte 1] middellijk enig aandeelhouder en bestuurder was.
- 17-01-2017 In een WhatsApp-gesprek met [medeverdachte 1] meldde de verdachte dat zij een klant had gebeld en gerustgesteld. Zij gaf aan dat haar naam [alias verdachte] was; volgens haar verklaring bij de FIOD wilde [medeverdachte 1] niet dat zij haar eigen naam gebruikte, omdat klanten anders de link met [C] konden leggen.
- 10-02-2017 Volgens de pleitnota in cassatie sprak de verdachte met [medeverdachte 2] over de verkoop van een auto van [medeverdachte 1] en over het uitblijven van salaris; zij gaf aan dat iedereen afhankelijk was van de verkoopopbrengst van die auto. Het hof volgde dit verweer niet en achtte aannemelijk dat de verdachte wist of aanvaardde dat haar salaris uit misdrijf afkomstig was.
- 13-02-2017 Tijdens een tapgesprek vroeg de verdachte aan [medeverdachte 1] of het nog was gelukt met de lening; [medeverdachte 1] antwoordde bevestigend en zei dat alles geregeld was, waarna de verdachte aangaf blij te zijn dat zij in ieder geval salaris zou krijgen. De verdediging beriep zich hierop om aan te voeren dat zij dacht dat haar salaris een legale herkomst had.
- 15-02-2017 Vanaf deze datum werden in 2017 salarisbetalingen aan de verdachte overgemaakt; de verdediging stelde dat dit de legale herkomst uit de lening van [medeverdachte 1] bevestigde, maar het hof verwierp dat standpunt.
- 20-02-2017 In een uitgewerkt telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] vertelde [medeverdachte 3] dat hij een potentiële investeerder had voorgehouden dat die bij stoppen binnen een à twee weken zijn geld terug zou krijgen; op de opmerking van [verdachte] dat hij dat niet kon zeggen, reageerde [medeverdachte 3] dat dit het verkooppraatje was.