Werkingssfeerbepaling moet objectief worden uitgelegd; vernietiging en verwijzing volgen.
Pensioenrecht. Werkingssfeer van bedrijfstakregelingen bouw & infra. Uitleg van verplichtstellingsbesluit en cao’s bouw & infra. Diverse klachten van bouwfondsen: ten onrechte juiste uitleg van werkingssfeerbepaling in midden gelaten; cao-norm miskend; motiveringsklachten.
Partijen en standpunten
- Eiser: Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid, Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Bouw & Infra en Stichting Aanvullingsfonds Bouw & Infra
Wetsartikelen
- art. 81 lid 1 RO
- art. 79 RO
- art. 6:6:248 lid 2 BW
Tijdlijn
- 14-11-2014 [verweerster] B.V. wordt opgericht en maakt deel uit van de [Groep], waartoe ook [A] B.V. behoort. [A] valt onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit en de bouwcao’s. De activiteiten van [verweerster] worden later in het handelsregister omschreven als projectontwikkeling. Opmerking: de exacte start van de feitelijke bedrijfsactiviteiten blijkt niet uit de uitspraak.
- 23-05-2019 De Commissie Werkingssfeer oordeelt na onderzoek dat [verweerster] onder de werkingssfeer van de bouwregelingen valt. Dit is een belangrijk aanloopmoment in het geschil over de toepasselijkheid van de bouwregelingen.
- 02-07-2019 [verweerster] maakt bezwaar tegen het oordeel van de Commissie Werkingssfeer. Daarmee start de interne herbeoordeling van de vraag of zij onder de bouwregelingen valt.
- 12-09-2019 Het Technisch Bureau Bouwnijverheid verklaart het bezwaar van [verweerster] ongegrond. Het eerdere oordeel dat [verweerster] onder de bouwregelingen valt, blijft daarmee in stand.
- 01-01-2020 [verweerster] wordt met ingang van deze datum bij pensioenuitvoerder APG ingeschreven. Volgens de uitspraak heeft [verweerster] daarnaast een eigen pensioenregeling, ondergebracht bij Nationale Nederlanden.
- 10-02-2020 In een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel worden de activiteiten van [verweerster] omschreven als projectontwikkeling. Dit gegeven speelt mee bij de beoordeling van de feitelijke werkzaamheden van [verweerster].
- 11-07-2020 Vanaf deze datum vorderen de Bouwfondsen in reconventie wettelijke handelsrente over de gestelde premievordering. De premievordering zelf ziet op € 138.306,99 aan verschuldigde premies.
- 21-07-2020 [verweerster] dagvaardt de Bouwfondsen voor de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. Zij vordert een verklaring voor recht dat zij niet onder de werkingssfeer van de bouwregelingen valt.
- 19-01-2021 Bij de kantonrechter vindt een mondelinge behandeling plaats in de procedure tussen [verweerster] en de Bouwfondsen.
- 19-03-2021 De kantonrechter wijst eindvonnis. In conventie worden de vorderingen van [verweerster] afgewezen. In reconventie wordt voor recht verklaard dat het Verplichtstellingsbesluit en de bouwcao’s op [verweerster] van toepassing zijn, wordt [verweerster] veroordeeld tot elektronische aanlevering van loon- en premiegegevens aan de Bouwfondsen op straffe van een dwangsom, worden de proceskosten gecompenseerd en wordt het overige afgewezen.
- 16-06-2021 [verweerster] stelt hoger beroep in tegen het vonnis van de kantonrechter bij het gerechtshof Amsterdam.
- 20-09-2021 [verweerster] dient memorie van grieven in, tevens houdende eiswijziging. Zij vordert primair een verklaring voor recht dat zij niet onder de werkingssfeer van de bouwregelingen valt, en subsidiair en meer subsidiair verklaringen voor recht die haar premieplicht beperken tot latere tijdstippen. Ook vordert zij veroordeling van de Bouwfondsen in de proceskosten.