Verjaring vereist voldoende zekerheid over tekortschieten; arrest vernietigen en verwijzen.

Parket bij de Hoge Raad · 30 mei 2023 · Civiel recht

Beëindiging kredietrelatie. Schending zorgplicht bank bij afsluiten renteswapovereenkomsten en nieuwe kredietovereenkomst? Aanvangsmoment verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 BW. Toepassing van HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1603 (Belastingadvies Maltaroute). Komt bank ter afwering van vorderingen uit hoofde van renteswap (voorts) een beroep toe op ‘settlement clause’? Onrechtmatig handelen/wanprestatie bank door verkoop van activa cliënt? Gedeeltelijk inhoudelijke samenhang met zaak 22/00999.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiseres 1] B.V., [eiseres 2] B.V., [eiseres 3] B.V. en Variety B.V.

Wetsartikelen

  • art. 3:3:310 lid 1 BW
  • art. 6:6:89 BW
  • art. 6:6:248 lid 2 BW
  • art. 3:3:310 BW
  • art. 3:3:52 lid 1 BW
  • art. 6 EVRM
  • art. 3:3:311 lid 1 BW
  • art. 150 Rv
  • art. 7:7:900 lid 1 BW
  • art. 3:3:310 lid 2 BW

Tijdlijn

  1. 01-01-1980 Sinds de jaren tachtig bestond een kredietrelatie tussen Deutsche Bank en de rechtsvoorgangsters van [eiseressen]. [eiseressen] teelden, veredelden en vercommercialiseerden lelies en beschikten over eigen gronden en bedrijfsgebouwen.
  2. 27-07-2006 Deutsche Bank en [eiseressen] herstructureerden lopende kredietovereenkomsten. Daarbij werd een 13-jarige Euriborlening van € 4,25 miljoen met variabele rente gecombineerd met renteswap I met een looptijd van acht jaar. [eiseressen] verklaarden de algemene bepalingen derivatentransacties en de brochure derivatentransacties te hebben ontvangen.
  3. 29-10-2007 Partijen kwamen een 15-jarige lening van € 2,4 miljoen met variabele rente overeen, gecombineerd met renteswap II met een looptijd van elf jaar. Ook toen verklaarden [eiseressen] de algemene bepalingen derivatentransacties en de brochure derivatentransacties te hebben ontvangen.
  4. 24-12-2009 Partijen sloten een nieuwe kredietovereenkomst waarbij de eerdere leningen pro resto werden gehandhaafd en een rekening-courantkrediet van € 6,5 miljoen werd verstrekt, bestaande uit een basis-, seizoens- en extra kredietdeel.
  5. 17-12-2013 Volgens de stellingen van [eiseressen] vond rond deze datum de verkoop van 10 hectare grond plaats. Deutsche Bank stelde daartegenover dat van dwang of onrechtmatig handelen geen sprake was. De precieze feitelijke gang van zaken is in de uitspraak niet volledig uitgewerkt.
  6. 03-01-2014 [eiseressen] berichtten Deutsche Bank dat zij ongeveer 10 hectare grond hadden verkocht en vroegen hoe de opbrengst financieel moest worden afgewikkeld.
  7. 07-01-2014 Deutsche Bank antwoordde dat zij de verkoopopbrengst na makelaarskosten integraal wilde ontvangen en stelde voor deze aan te wenden ter aflossing van de rekening-courantfaciliteit, mede om boeterente te besparen. Daarna bevestigde Deutsche Bank dat de maximale limiet van het basiskrediet werd verlaagd van € 1,2 miljoen naar € 500.000, zodat de totale limiet in rekening-courant € 4.925.000 bedroeg.
  8. 02-04-2014 Deutsche Bank schreef, in een door [eiseressen] voor akkoord ondertekende brief, dat zij ernstige zorgen had over het continuïteitsperspectief van de onderneming wegens negatieve resultaten over 2012 en 2013 en liquiditeitskrapte.
  9. 00-00-0000 [05-2014] Partijen bespraken maatregelen in verband met de financiële situatie, in het bijzonder de verkoop van 60 hectare bedrijfsgrond en de teeltkraam. Deze verkopen kwamen kort daarna tot stand. De exacte data zijn in de uitspraak niet afzonderlijk vermeld.
  10. 06-08-2014 Deutsche Bank schreef dat de verkoopopbrengst zou worden aangewend voor algehele aflossing van de 15-jarige lening en de 13-jarige lening, de negatieve waarde van de renteswaps van circa € 170.000, en de inlossing van het basis-, seizoens- en extra krediet tot een maximale limiet van € 1.500.000. [eiseressen] ondertekenden deze brief voor akkoord en merkten daarbij op moeite te hebben met de boetesom voor de renteswap.
  11. 11-11-2014 Na verdere gesprekken sloten partijen een overeenkomst waarbij de verkoopopbrengst van € 6.321.710,18 werd toegerekend aan de leningen, een lening aan [betrokkene 1], de negatieve waarde van de renteswaps en de rekening-courantfaciliteit. De rekening-courantfaciliteit werd gereduceerd tot € 1.800.000, het extra krediet zou stapsgewijs worden afgebouwd, de zekerheden bleven gehandhaafd, de risk fee verviel en Deutsche Bank zou voorwaardelijk een rentecorrectie van € 40.000 betalen. De overeenkomst bevatte een settlement clause waarin partijen verklaarden niets meer van elkaar te vorderen te hebben uit hoofde van het rentederivaatcontract.
  12. 17-11-2016 Deutsche Bank informeerde [eiseressen] over de uitvoering van het toen nog aanstaande Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB, dat zag op renteswaps I en II. Nadien betaalde Deutsche Bank € 117.243,97 als voorschotvergoeding rentederivaat.

verbintenissenrecht · zorgplicht · schadevergoeding · verjaring · overeenkomst · uitleg-overeenkomst · redelijkheid-en-billijkheid · procesrecht · bewijslast · financieel-recht