Verwerp cassatie; bekrachtiging en familieband rechtvaardigen geldigheid en kostencompensatie.
Procesrecht. Art. 237 Rv. Compensatie van proceskosten. Familierechtelijke zaak?
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser 1], [eiser 2], [eiser 3]
Wetsartikelen
- art. 3:3:74 lid 1 BW
- art. 3:3:74 lid 2 BW
- art. 237 lid 1 Rv
- art. 81 RO
- art. 3:3:74 BW
- art. 3:3:74 lid 4 BW
- art. 3:3:61 lid 2 BW
- art. 3:3:69 BW
- art. 3:3:58 BW
- art. 3:3:69 lid 1 BW
- art. 3:3:61 BW
- art. 237 Rv
Tijdlijn
- 07-06-2002 De notaris passeert een notariële akte waarin [de volmachtgever] aan [de gevolmachtigde schoonzoon] een zeer ruime algemene volmacht verleent. In de akte staat onder meer dat de volmacht niet door de dood eindigt en dat de gevolmachtigde bevoegd is om hypothecaire en andere geldleningen aan te gaan en [de volmachtgever] in alle opzichten te vertegenwoordigen.
- 22-06-2002 [de volmachtgever] overlijdt kort na het verlenen van de volmacht. Dit overlijden vormt later het kernpunt van het geschil over de vraag of de volmacht nog rechtsgevolg kon hebben.
- 20-01-2004 De vennootschap onder firma Repro Replica V.O.F. en haar drie vennoten, [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3], worden failliet verklaard. De wederpartijen zoeken vervolgens financiële hulp bij [de gevolmachtigde schoonzoon] in verband met verzet tegen dat faillissementsvonnis.
- 03-02-2004 De rechtbank Rotterdam vernietigt het faillissement van Repro Replica V.O.F. en haar vennoten. Daarmee wordt het eerdere faillissementsvonnis teruggedraaid.
- 09-02-2004 [de wederpartijen] verlenen ten overstaan van de notaris een schriftelijke volmacht aan een medewerker van het notariskantoor om een akte te ondertekenen. Die akte strekt tot het opnemen van een geldlening van maximaal € 120.000, tegen 12% rente per jaar, met maandelijkse betaling van rente en aflossing en met vestiging van tweede hypotheek en eerste pandrecht.
- 27-02-2004 De notaris passeert op grond van beide volmachten een hypotheekakte en overeenkomst van geldlening. [de schriftelijk volmachtigde] treedt op namens [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] als schuldenaar, terwijl [de gevolmachtigde schoonzoon] optreedt namens [de volmachtgever] als schuldeiser/pandhouder. In de akte wordt vastgelegd dat op 1 februari 2004 een geldlening van € 120.000 is verstrekt.
- 25-11-2005 Op verzoek van [de gevolmachtigde schoonzoon] geeft de notaris de akte van 27 februari 2004 uit als eerste grosse, ten verzoeke van [de volmachtgever] als schuldeiser. Deze grosse wordt later gebruikt voor executiemaatregelen.
- 02-05-2006 [de gevolmachtigde schoonzoon] legt executoriaal derdenbeslag onder Goudse Levensverzekering N.V. ten laste van [de wederpartijen]. Dit is het begin van een reeks executiemaatregelen op basis van de grosse.
- 20-10-2010 De gezamenlijke erven van [de volmachtgever] leggen executoriaal beslag uit kracht van de akte. Zij doen dit in hun hoedanigheid van rechtsopvolgers onder algemene titel van [de volmachtgever].
- 12-08-2013 De erfgenamen van [de volmachtgever] cederen de in de akte van 27 februari 2004 genoemde vordering aan [de gevolmachtigde schoonzoon]. In de akte van cessie wordt vermeld dat de vorderingen in hoofdsom € 330.668 bedragen en dat de koopsom € 70.000 is wegens gebleken oninbaarheid. De same dag ontvangt [eiser 1] een brief waarin wordt meegedeeld dat de vorderingen aan [de gevolmachtigde schoonzoon] zijn overgedragen en dat verdere betalingen aan hem moeten worden verricht.
- 13-08-2013 [eiser 1] ontvangt een gedateerde brief van de erven van [de volmachtgever] waarin wordt bevestigd dat de vordering(en) op [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] aan [de gevolmachtigde schoonzoon] zijn overgedragen en dat verdere betalingen aan hem moeten worden gedaan. De exacte verhouding tussen deze brief en de cessie van 12 augustus 2013 is in de tekst niet geheel duidelijk.
- 15-10-2013 De notaris legt in een proces-verbaal vast dat in de cessieakte van 12 augustus 2013 een kennelijke misslag staat. Hij verbetert die akte op grond van artikel 45 lid 2 Wet op het notarisambt door niet [de volmachtgever] maar de erven als degene die in 2004 de geldlening hebben verstrekt aan te merken.