Executieschorsing vereist een zelfstandige belangenafweging naast misbruik van executierecht.

Parket bij de Hoge Raad 路 16 juli 2019 路 Civiel recht; Insolventierecht

Procesrecht, executierecht. Kort geding. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot ontruiming van een hotel-restaurant (art. 438 lid 2 Rv). Maatstaf: misbruik van bevoegdheid op de gronden genoemd in HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen/Hoekstra) of ruimere belangenafweging? Verhouding tot schorsingsverzoek art. 351 Rv in hoger beroep en incidenten art. 234 en 235 Rv (HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012 (Newbay/Staat) en HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688).

Partijen en standpunten

  • Eiser: de man

Wetsartikelen

  • art. 351 Rv
  • art. 438 Rv
  • art. 3:3:13 BW
  • art. 234 Rv
  • art. 3:3:298 BW
  • art. 6:6:227 BW
  • art. 438 lid 2 Rv
  • art. 402 lid 2 Rv
  • art. 339 lid 2 Rv

Tijdlijn

  1. 06-03-2013 De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, beslist in een geschil tussen de vrouw en de erven [de erven] bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis dat de vrouw het hotel-restaurant [A] van de erven heeft gekocht.
  2. 08-05-2013 De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, beslist in een procedure tussen de man en de erven [de erven] eveneens dat de man [A] van de erven heeft gekocht; de erven stellen daartegen hoger beroep in.
  3. 04-01-2014 Volgens de latere geschillen en de verklaring van de zoon maken partijen op of omstreeks deze datum op initiatief van de zoon afspraken over de overdracht van [A] aan de vrouw, onder begeleiding van notaris Harms nader uit te werken; de precieze inhoud en bindende werking van deze overeenkomst blijven later onderwerp van debat.
  4. 00-00-0000 [2012] De man exploiteert [A] sinds 2012 en woont ook in het pand waarin het hotel-restaurant is gevestigd; later voert hij de onderneming onder de naam [B].
  5. 06-07-2016 De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, oordeelt in een tussenvonnis in het geschil over het oudste recht op levering van [A] dat in conventie het oudste recht op levering aan de man toebehoort.
  6. 23-08-2017 De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, wijst eindvonnis in de bodemzaak en oordeelt dat de man zijn oudste recht op levering tegenover de vrouw heeft prijsgegeven op grond van de afspraken van 4 januari 2014; de man wordt veroordeeld de op [A] gelegde beslagen op te heffen en het pand te ontruimen voorafgaand aan levering aan de vrouw, en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
  7. 19-09-2017 De zoon legt na betekening van het vonnis een uitgebreide schriftelijke verklaring af, waarin hij uiteenzet dat de afspraken van 4 januari 2014 volgens hem slechts een nadere uitwerking vergden en te vergelijken zijn met een memorandum van overeenstemming; hij benadrukt dat ontruiming zonder verdere uitwerking niet de bedoeling was.
  8. 03-10-2017 De man dagvaardt de vrouw in kort geding bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, en vordert primair schorsing van de executie van het vonnis van 23 augustus 2017 totdat in hoger beroep eindarrest is gewezen, alsmede een verbod voor de vrouw om handelingen te verrichten die tot levering van [A] aan haar zouden leiden, op straffe van een dwangsom.
  9. 18-10-2017 De voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, wijst het gevorderde toe en schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van 23 augustus 2017 totdat in hoger beroep over dat vonnis is beslist; daarbij wordt mede gewicht toegekend aan de verklaring van de zoon en aan de belangen van de man bij behoud van zijn woning en onderneming.
  10. 08-05-2018 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter, weigert de gevraagde voorziening en wijst het meer of anders gevorderde af; het hof oordeelt dat geen sprake is van een nieuw feit of misslag die schorsing van de executie rechtvaardigt.
  11. 14-08-2018 In de bodemappelprocedure wijst het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een tussenarrest waarin het in het incident op de voet van artikel 351 Rv oordeelt dat de man geen nieuwe feiten heeft gesteld die tot een ander oordeel nopen dan in het executiegeschil.
  12. 11-12-2018 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wijst eindarrest in de bodemprocedure en bekrachtigt de vonnissen van 6 juli 2016 en 23 augustus 2017, behoudens voor zover het de proceskostenveroordeling betreft; het hof gaat daarbij ook in op de verklaring van de zoon en verwerpt het standpunt van de man over de geldigheid en uitleg van de overeenkomst van 4 januari 2014.

procesrecht 路 executie 路 kort-geding 路 hoger-beroep 路 cassatie 路 bewijsrecht 路 ontruiming 路 verhoudingsgewijs 路 redelijkheid-en-billijkheid