Toekenning alleenstaande-ouderkorting bij onmogelijke of gevaarlijke inschrijving indien materieel voldaan.

Parket bij de Hoge Raad ยท 20 december 2018 ยท Bestuursrecht; Belastingrecht

Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 20 december 2018 in de zaken met rolnummers 17/04516 (ECLI:NL:PHR:2018:1413) en 18/01717 (ECLI:NL:PHR:2018:1414).

Partijen en standpunten

  • Eiser: mr. P.J. Wattel

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-01-2013 In het jaar 2013 gold de alleenstaande-ouderkorting onder de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB). Voor de toepassing ervan was vereist dat de belastingplichtige meer dan zes maanden geen partner had, een huishouding voerde met een kind dat op hetzelfde woonadres was ingeschreven, en het kind in belangrijke mate onderhield.
  2. 06-01-2014 De Wet basisregistratie personen (Wet BRP) vervangt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA). Deze wet bepaalt dat iemand die in een instelling woont een briefadres kan kiezen.
  3. 11-11-2011 Een besluit keurt onder voorwaarden goed dat belastingplichtigen die met een kind op een binnenschip zonder vaste ligplaats wonen en op hetzelfde briefadres staan ingeschreven, in aanmerking komen voor de alleenstaande-ouderkorting.
  4. 2017 De rechtbank oordeelt dat een alleenstaande vader die met zijn zoon in een recreatiewoning woont en op een briefadres staat ingeschreven, recht heeft op de alleenstaande-ouderkorting, omdat inschrijving op hetzelfde woonadres niet mogelijk is.
  5. 20-12-2018 De Procureur-Generaal behandelt de vraag hoe de inschrijvingseis voor de alleenstaande-ouderkorting moet worden uitgelegd als inschrijving op hetzelfde adres niet mogelijk is, met als voorbeeld een vader en zoon in een jeugdinstelling en een moeder en kind op een postadres vanwege huiselijk geweld.