Eisvermeerdering na verwijzing toelaatbaar; verweer over art. 21 Rv schiet tekort.

Parket bij de Hoge Raad · 15 september 2017 · Civiel recht

Goederenrecht, (appel)procesrecht. Revindicatie schilderij. Vervolg van HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0462, NJ 2009/137. Vermeerdering van eis na cassatie en verwijzing; tweeconclusieregel; toelaatbaarheid herhaalde eiswijziging nadat deze eerder niet was toegelaten; art. 130 Rv; rechtsmiddelverbod. Vergoeding van werkelijk gemaakte proceskosten. Exclusieve en limitatieve regeling van proceskosten in art. 237-240 Rv; uitzondering bij misbruik van procesrecht (onrechtmatige daad); HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600, NJ 2016/380 (K./Rabobank) en HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012/233 (Duka/Achmea). Schadestaat.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]

Wetsartikelen

  • art. 21 Rv
  • art. 42 Fw
  • art. 3:3:45 BW
  • art. 3:3:86 BW
  • art. 3:3:119 BW
  • art. 130 lid 2 Rv
  • art. 424 Rv
  • art. 382 Rv
  • art. 3:3:42 BW
  • art. 3:3:49 BW
  • art. 3:3:50 BW
  • art. 49 Fw
  • art. 3:3:125 lid 1 BW
  • art. 419 lid 1 Rv
  • art. 3:3:125 lid 2 BW
  • art. 3:3:80 BW
  • art. 149 Rv
  • art. 24 Rv
  • art. 149 lid 1 Rv
  • art. 6:6:96 lid 3 BW
  • art. 81 RO
  • art. 347 Rv

Tijdlijn

  1. 24-12-1998 [eiser] koopt van kunsthandel [A] de onverdeelde helft van het schilderij van Willem Koekkoek voor f 175.000,-. [A] levert het schilderij kort daarna aan [eiser].
  2. 00-00-0000 [1999-2001] [eiser] geeft het schilderij in de jaren na de aankoop herhaaldelijk voor bepaalde perioden weer af aan [A], onder meer om een koper te vinden. De precieze data van deze afgiften zijn niet vermeld.
  3. 26-11-2001 [A] verkoopt en levert het gehele schilderij aan [verweerder] tegen inruil van twee andere schilderijen en een bijbetaling van f 50.000,-. [A] informeert [eiser] daarover niet en betaalt hem niets door.
  4. 26-06-2002 [verweerder] geeft het schilderij weer af aan [A], omdat hem is voorgehouden dat een derde het voor een goede prijs wil kopen. Op het ontvangstbewijs staat onder meer “€ 215.000,= ./. (10%)”.
  5. 29-06-2002 [A] overhandigt het schilderij aan [eiser] ter uitvoering van een verdelingsovereenkomst met betrekking tot meerdere gemeenschappelijke schilderijen, waaronder het onderhavige.
  6. 12-07-2002 [A] stuurt [verweerder] een gefingeerde factuur, waarop zij aan [betrokkene 3] € 200.000,- voor het schilderij in rekening brengt. [A] doet tegenover [verweerder] voorkomen alsof het schilderij aan [betrokkene 3] is verkocht.
  7. 20-11-2002 [betrokkene 1], bestuurder van [A], schrijft aan [verweerder] een brief waarin hij zijn malversaties toegeeft. Hij vermeldt dat hij de Koekkoek aan [verweerder] heeft verkocht, dat hij het verhaal over [betrokkene 3] heeft verzonnen en dat hij nooit geld voor het schilderij heeft ontvangen.
  8. 10-12-2002 [A] wordt in staat van faillissement verklaard.
  9. 23-05-2003 In kort geding wordt [eiser] veroordeeld het schilderij af te geven aan de curator in het faillissement van [A].
  10. 11-06-2003 [eiser] geeft het schilderij af aan de curator. Volgens de stukken hing het schilderij bij aanvang van de bodemprocedure in eerste aanleg bij [verweerder] op kantoor.
  11. 09-02-2005 De rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen van [eiser] jegens [verweerder] af en wijst de vorderingen jegens de niet verschenen [betrokkene 1] toe.
  12. 24-08-2006 Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat [verweerder] eigenaar van het schilderij is gebleven. Het bewijsaanbod van [eiser] wordt gepasseerd.

procesrecht · bewijsrecht · cassatie · hoger-beroep · eiswijziging · onrechtmatige-daad · schadevergoeding · eigendom · verdeling · goederenrecht