Cassatie verwerpen: inningsbevoegdheid en gebruiksvergoeding blijven in stand.
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Bedrijfsruimte verhuurd door erfpachter die failliet gaat. Vervolgens eindigt de erfpacht. Wie is gerechtigd tot incasso huurpenningen: de curator of de eigenaar van het pand? Wat is de rechtsgrond van de betalingen? Mededeling curator dat de huurder bevrijdend aan eigenaar kan betalen.
Partijen en standpunten
- Eiser: BBZ Recycling B.V.
Wetsartikelen
- art. 7:7:230a BW
- art. 7:7:216 lid 3 BW
- art. 6:6:212 BW
- art. 7:7:225 BW
- art. 5:5:94 lid 2 BW
- art. 7:7:228 BW
- art. 6:6:159 BW
- art. 256 Rv
Tijdlijn
- 31-08-2006 Op de onroerende zaak wordt een erfpachtrecht gevestigd ten behoeve van MGP Property B.V., destijds genaamd Tellgnosis B.V.
- 01-01-2007 MGP verhuurt een deel van de onroerende zaak, het gehuurde, aan BBZ Recycling B.V., destijds genaamd D.D. recycling B.V. De exacte datum in 2007 is niet nader vermeld.
- 26-06-2008 MGP en BBZ sluiten een huurovereenkomst voor het gehuurde. In artikel 3.5 is bepaald dat de huurovereenkomst eindigt zodra het erfpachtrecht eindigt.
- 20-05-2010 MGP en BBZ sluiten een aanvullende overeenkomst bij de huurovereenkomst, waarin in artikel 17.2 een forumkeuzebeding wordt opgenomen.
- 31-01-2012 MGP wordt failliet verklaard. Vanaf dat moment ontstaat discussie over de betaling van de huur en de positie van [verweerster] als eigenaar van het bedrijfscomplex.
- 01-11-2012 BBZ betaalt de verschuldigde huurtermijnen niet langer aan de boedel, maar vanaf deze datum gedurende enkele maanden aan [verweerster]. Volgens [verweerster] geschiedt dit op basis van afspraken met de curator; BBZ stelt later dat zij slechts een gebruiksvergoeding betaalde in afwachting van een nieuwe huurovereenkomst en een recht van opstal.
- 01-11-2012 Volgens het hof en de conclusie volgt uit de mededeling van de curator dat BBZ vanaf deze datum bevrijdend aan [verweerster] kan betalen, dat [verweerster] bevoegd is de huurpenningen te innen. De precieze rechtsfiguur blijft onduidelijk; het hof laat in het midden of sprake is van volmacht, lastgeving of een andere afspraak.
- 01-05-2013 BBZ betaalt vanaf deze maand niet meer aan [verweerster] of de boedel. [verweerster] stelt later dat BBZ vanaf deze datum huur verschuldigd bleef; BBZ betwist een rechtsverhouding met [verweerster].
- 09-03-2015 [verweerster] sommeert BBZ namens haar tot betaling van achterstallige huurtermijnen.
- 17-03-2015 [verweerster] sommeert BBZ opnieuw tot betaling van achterstallige huurtermijnen.
- 26-03-2015 Na verkregen verlof van de voorzieningenrechter legt [verweerster] conservatoir beslag ten laste van BBZ op roerende zaken en onder derden.
- 07-04-2015 [verweerster] dagvaardt BBZ in kort geding en vordert betaling van achterstallige bedragen en toekomstige maandelijkse betalingen voor gebruik van de onroerende zaak.