Cassatie verwerpen: inningsbevoegdheid en gebruiksvergoeding blijven in stand.

Parket bij de Hoge Raad 路 10 maart 2017 路 Civiel recht

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Bedrijfsruimte verhuurd door erfpachter die failliet gaat. Vervolgens eindigt de erfpacht. Wie is gerechtigd tot incasso huurpenningen: de curator of de eigenaar van het pand? Wat is de rechtsgrond van de betalingen? Mededeling curator dat de huurder bevrijdend aan eigenaar kan betalen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: BBZ Recycling B.V.

Wetsartikelen

  • art. 7:7:230a BW
  • art. 7:7:216 lid 3 BW
  • art. 6:6:212 BW
  • art. 7:7:225 BW
  • art. 5:5:94 lid 2 BW
  • art. 7:7:228 BW
  • art. 6:6:159 BW
  • art. 256 Rv

Tijdlijn

  1. 31-08-2006 Op de onroerende zaak wordt een erfpachtrecht gevestigd ten behoeve van MGP Property B.V., destijds genaamd Tellgnosis B.V.
  2. 01-01-2007 MGP verhuurt een deel van de onroerende zaak, het gehuurde, aan BBZ Recycling B.V., destijds genaamd D.D. recycling B.V. De exacte datum in 2007 is niet nader vermeld.
  3. 26-06-2008 MGP en BBZ sluiten een huurovereenkomst voor het gehuurde. In artikel 3.5 is bepaald dat de huurovereenkomst eindigt zodra het erfpachtrecht eindigt.
  4. 20-05-2010 MGP en BBZ sluiten een aanvullende overeenkomst bij de huurovereenkomst, waarin in artikel 17.2 een forumkeuzebeding wordt opgenomen.
  5. 31-01-2012 MGP wordt failliet verklaard. Vanaf dat moment ontstaat discussie over de betaling van de huur en de positie van [verweerster] als eigenaar van het bedrijfscomplex.
  6. 01-11-2012 BBZ betaalt de verschuldigde huurtermijnen niet langer aan de boedel, maar vanaf deze datum gedurende enkele maanden aan [verweerster]. Volgens [verweerster] geschiedt dit op basis van afspraken met de curator; BBZ stelt later dat zij slechts een gebruiksvergoeding betaalde in afwachting van een nieuwe huurovereenkomst en een recht van opstal.
  7. 01-11-2012 Volgens het hof en de conclusie volgt uit de mededeling van de curator dat BBZ vanaf deze datum bevrijdend aan [verweerster] kan betalen, dat [verweerster] bevoegd is de huurpenningen te innen. De precieze rechtsfiguur blijft onduidelijk; het hof laat in het midden of sprake is van volmacht, lastgeving of een andere afspraak.
  8. 01-05-2013 BBZ betaalt vanaf deze maand niet meer aan [verweerster] of de boedel. [verweerster] stelt later dat BBZ vanaf deze datum huur verschuldigd bleef; BBZ betwist een rechtsverhouding met [verweerster].
  9. 09-03-2015 [verweerster] sommeert BBZ namens haar tot betaling van achterstallige huurtermijnen.
  10. 17-03-2015 [verweerster] sommeert BBZ opnieuw tot betaling van achterstallige huurtermijnen.
  11. 26-03-2015 Na verkregen verlof van de voorzieningenrechter legt [verweerster] conservatoir beslag ten laste van BBZ op roerende zaken en onder derden.
  12. 07-04-2015 [verweerster] dagvaardt BBZ in kort geding en vordert betaling van achterstallige bedragen en toekomstige maandelijkse betalingen voor gebruik van de onroerende zaak.

huurrecht 路 bedrijfsruimte 路 ontruiming 路 verzuim 路 ongerechtvaardigde-verrijking 路 procesrecht 路 kort-geding 路 cassatie 路 bewijsrecht 路 belastingrecht