Veertiendagenbrief moet correct en ontvangen zijn; anders geen incassokosten.

Parket bij de Hoge Raad · 25 november 2016 · Civiel recht

Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, veertiendagenbrief (art. 6:96 lid 6 BW). Aanvang veertiendagentermijn. Stelplicht en bewijslast. Gevolgen van onjuiste vermelding van de termijn. Rol van de rechter; verstek en tegenspraak. Gevolgen van gedeeltelijke betaling.

Partijen en standpunten

  • Eiser: FA-MED B.V.

Wetsartikelen

  • art. 6:6:96 lid 6 BW
  • art. 3:3:37 lid 3 BW
  • art. 6:6:96 lid 5 BW
  • art. 4:112 lid 1 Awb
  • art. 6:6:96 BW
  • art. 139 Rv
  • art. 3:3:40 lid 2 BW
  • art. 392 lid 2 Rv
  • art. 242 lid 2 Rv
  • art. 1:1:10 BW
  • art. 6:6:230o lid 3 BW
  • art. 4:106 Awb
  • art. 6:8 Awb
  • art. 11 Invorderingswet
  • art. 4:112 Awb
  • art. 4:113 Awb
  • art. 4:120 lid 2 Awb
  • art. 150 Rv
  • art. 6:6:87 BW
  • art. 24 Rv
  • art. 242 Rv
  • art. 3:3:37 BW
  • art. 1:1:159 lid 2 BW

Tijdlijn

  1. 25-03-2014 [verweerster] ondergaat een tandheelkundige behandeling bij Tandprothetische Praktijk [A]. De zorgverlener cedeert zijn vordering later aan Fa-med, zodat Fa-med als cessionaris betaling van de nota kan vorderen.
  2. 24-07-2014 Fa-med zendt aan [verweerster] een factuur van € 735,54 met een uiterste betaaldatum van 23-08-2014. Volgens Fa-med blijft betaling uit en ontstaat een betalingsgeschil over de hoofdsom en later ook over rente en incassokosten.
  3. 30-08-2014 Fa-med stelt [verweerster] in gebreke en sommeert haar tot betaling vóór 06-09-2014. Daarbij wordt aangezegd dat [verweerster] bij uitblijven van betaling in verzuim verkeert.
  4. 11-09-2014 Fa-med stuurt een veertiendagenbrief waarin [verweerster] nog eenmaal wordt aangemaand om het notabedrag binnen 14 dagen te voldoen. In de brief staat dat bij niet-betaling vóór 25-09-2014 incassokosten worden berekend; genoemd wordt een bedrag van € 110,33. Deze brief staat centraal in het geschil over de eisen van art. 6:96 lid 6 BW.
  5. 07-10-2014 [verweerster] betaalt alsnog € 735,54 aan Fa-med. Partijen blijven echter verdeeld over de verschuldigdheid van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
  6. 23-03-2016 De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland (Almere) wijst een tussenvonnis waarin de prejudiciële problematiek wordt gesignaleerd. De rechter overweegt dat onduidelijk is of de veertiendagentermijn correct in de aanmaning is verwerkt en kondigt aan prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te willen voorleggen.
  7. 01-06-2016 In het vonnis van deze datum formuleert de kantonrechter de prejudiciële vragen definitief en legt deze voor aan de Hoge Raad. De vragen zien onder meer op het aanvangsmoment van de veertiendagentermijn, de bewijslast, de inhoudelijke eisen aan de veertiendagenbrief, de gevolgen van een onjuiste termijnvermelding en de berekening van incassokosten bij een deelbetaling.
  8. 30-06-2016 De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders dient in de prejudiciële procedure schriftelijke opmerkingen in op de voet van art. 392 lid 2 Rv.
  9. 15-08-2016 De Consumentenbond dient eveneens schriftelijke opmerkingen in in de prejudiciële procedure bij de Hoge Raad.
  10. 23-09-2016 De conclusie van de Advocaat-Generaal wordt uitgebracht in de prejudiciële procedure. Daarin wordt geadviseerd dat de veertiendagentermijn pas aanvangt na ontvangst van de veertiendagenbrief, dat de schuldeiser de ontvangst en het ontvangstmoment moet stellen en zo nodig bewijzen, dat een onjuiste of misleidende termijnvermelding in de brief niet voldoet aan art. 6:96 lid 6 BW en dat bij een deelbetaling binnen de termijn de incassokosten opnieuw moeten worden berekend over het resterende bedrag.

verbintenissenrecht · schadevergoeding · verzuim · procesrecht · bewijsrecht · consumentenrecht · overeenkomst · nakoming