Erkenning vreemde IE-vonnissen wordt niet geweigerd wegens onjuiste Unierechtstoepassing; rechtsmiddelen moeten eerst worden benut.
Erkenning buitenlands vonnis. Openbare orde-exceptie (art. 34, onder 1, EEX-Vo). Uitzondering op regel dat onjuiste toepassing Unierecht niet leidt tot toepassing openbare orde-exceptie? Uitputting van nationale rechtsmiddelen. Vergoeding redelijke en evenredige proceskosten, art. 1019h Rv. Toepasselijkheid van art. 14 Richtlijn 2004/48/EG op kosten van procedure tot schadevergoeding wegens door verweerder gelegde beslagen ter handhaving van merkrecht. Afdoening na HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2062, NJ 2014/37 en HvJEU 16 juli 2015 (zaak C-681/13), ECLI:EU:C:2015:471.
Partijen en standpunten
- Eiser: Diageo Brands B.V.
Wetsartikelen
- art. 1019h Rv
- art. 6 EVRM
- art. 267 VWEU
- art. 14 IVBPR
- art. 4 lid 3 VEU
- art. 79 lid 1 RO
Tijdlijn
- 20-12-2013 De Hoge Raad stelde in het cassatiegeding prejudici毛le vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van artikel 34, punt 1, van Verordening (EG) nr. 44/2001 en artikel 14 van Richtlijn 2004/48/EG, in verband met de erkenning in Nederland van een Bulgaars vonnis en de proceskostenveroordeling.
- 16-07-2015 Het Hof van Justitie van de Europese Unie wees arrest in zaak C-681/13. Het oordeelde dat een in een lidstaat gegeven beslissing niet wegens strijd met het Unierecht mag worden geweigerd te erkennen op grond van de openbare orde, tenzij sprake is van een kennelijke schending van een fundamentele rechtsregel. Verder besliste het Hof dat de justitiabele in beginsel alle beschikbare rechtsmiddelen in de lidstaat van herkomst moet aanwenden. Ook verklaarde het Hof artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn van toepassing op de gerechtskosten in deze procedure.
- 04-12-2015 Diageo diende in de voortgezette cassatieprocedure een schriftelijke toelichting in, waarin zij betoogde dat het arrest van het Hof van Justitie geen navolging zou moeten krijgen en dat art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR zich zouden verzetten tegen binding aan de door het Hof gegeven oordelen.
- 18-12-2015 Diageo reageerde in nadere repliek op de door Simiramida opgevoerde proceskosten en accepteerde die kosten onder voorwaarde van wederkerige acceptatie. Simiramida diende op dezelfde datum een nadere nota van dupliek in en maakte bezwaar tegen de specificatie van Diageo鈥檚 proceskosten. Ook vermeldt de conclusie dat Diageo bij nadere conclusie van repliek van 18 december 2015 haar kosten accepteerde onder voorwaarde van wederkerigheid.
- 22-04-2016 De Procureur-Generaal nam conclusie in het voortgezette cassatiegeding. Hij bespreekt dat de procedure na het prejudici毛le arrest is voortgezet, dat partijen hun standpunten nader hebben toegelicht en dat volgens hem zowel het principale als het incidentele cassatieberoep moeten worden verworpen. De conclusie behandelt onder meer de openbare orde-exceptie, de verplichting rechtsmiddelen in Bulgarije aan te wenden, de gestelde onrechtmatige aanzeggingen en de proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv.
- 22-04-2016 Ter zitting, bij vervroeging, werd de conclusie in de zaak Diageo Brands B.V. tegen Simiramida-04 EOOD besproken in het kader van het voortgezette cassatiegeding na de prejudici毛le beslissing van het Hof van Justitie.