Bij uitleg van obligataire afspraken in een hypotheekakte geldt Haviltex; een rekenfout leidt tot cassatie.
Contractenrecht. Geschil over afgesproken rente in hypotheekakte. Uitleg volgens objectieve maatstaf of volgens Haviltex-maatstaf? (HR 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM8933, NJ 2011/111; HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2904, NJ 2013/240).
Partijen en standpunten
- Eiser: [verzoekster]
Tijdlijn
- 16-03-2009 Partijen sluiten een Memorandum of Understanding over de koop door [verzoekster] van de aandelen van [verweerder] c.s. in [A] N.V. voor Naf. 799.800,-. [verzoekster] doet een aanbetaling van Naf. 35.000,-.
- 02-04-2009 Bij notariële akte verkoopt en levert [verweerder] c.s. hun aandelen in de vennootschap aan [verzoekster] voor Naf. 825.000,-. In de akte wordt kwijting verleend voor de koopsom. Ter financiering van de aankoop verstrekken [verweerder] c.s. een geldlening aan [verzoekster], waarvoor [verzoekster] ten behoeve van [verweerder] c.s. een hypotheekrecht vestigt op registergoederen van de vennootschap. In de hypotheekakte wordt [verzoekster] als schuldenaar, de vennootschap als onderzetter en [verweerder] c.s. als schuldeisers aangeduid. In de akte staat onder meer dat een bedrag van Naf. 680.170,- is geleend, dat terugbetaling in twee renteloze termijnen van Naf. 35.000,- en vervolgens 36 maandelijkse termijnen van Naf. 20.000,- moet plaatsvinden, en dat 6% rente per jaar verschuldigd is vanaf 1 juni 2009. Uit de gewaarmerkte kopie blijkt dat het bedrag in de akte in de kantlijn is gewijzigd van Naf. 610.170,- naar Naf. 680.170,-.
- 02-04-2009 Volgens [verzoekster] zijn op deze datum de obligatoire afspraken nader uitgewerkt: de eerste twee termijnen van Naf. 35.000,- zouden volgens haar de laatste twee aanbetalingen vormen, terwijl het resterende bedrag van Naf. 610.170,- de rentedragende lening zou zijn. [verweerder] c.s. stellen later daartegenover dat het geleende bedrag Naf. 790.000,- bedroeg en dat het rentedragende deel Naf. 720.000,- was.
- 01-05-2009 De eerste renteloze aflossingstermijn van Naf. 35.000,- vervalt volgens de hypotheekakte.
- 01-06-2009 De tweede renteloze aflossingstermijn van Naf. 35.000,- vervalt volgens de hypotheekakte. Tevens gaat volgens de akte de rente van 6% per jaar lopen.
- 01-07-2009 De 36 achtereenvolgende maandelijkse aflossingstermijnen van Naf. 20.000,- beginnen volgens het aflossingsschema.
- 00-00-0000 [Onbekend] [verzoekster] betaalt ingevolge de hypotheekakte de twee renteloze termijnen van elk Naf. 35.000,- en daarnaast nog Naf. 161.500,-. Verdere betalingsverplichtingen worden niet nagekomen. De exacte data van deze betalingen zijn in de uitspraak niet vermeld.
- 08-10-2012 Het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao wijst een tussenvonnis. Het GEA overweegt dat de vraag voorligt of de rente van 6% per jaar al dan niet is inbegrepen in de geldlening. Het past de Haviltex-maatstaf toe, verwijst de zaak naar de rol voor een akte van uitlating van [verzoekster] en houdt iedere verdere beslissing aan.
- 22-07-2013 Het GEA wijst opnieuw een tussenvonnis. Het oordeelt dat [verzoekster] haar standpunt over de hoofdsom onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd en gelast een comparitie van partijen.
- 10-05-2011 De registergoederen die als onderpand dienden, worden executoriaal verkocht. De veiling brengt Naf. 622.793,- op.
- 21-10-2013 [Na comparitie,] Na een gehouden comparitie van partijen wijst het GEA vonnis. Het wijst de vordering van [verzoekster] af omdat haar standpunt over de uitleg van de renteclausule onvoldoende is onderbouwd. Ook de reconventionele vordering van [verweerder] c.s. wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie.
- 11-11-2014 Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie beslist in principaal en incidenteel appel. In principaal appel bekrachtigt het hof het eindvonnis van het GEA in conventie en oordeelt dat de hypotheekakte objectief moet worden uitgelegd, dat over de 36 termijnen rente verschuldigd is en dat [verzoekster] geen vordering op [verweerder] c.s. heeft. In incidenteel appel vernietigt het hof het vonnis in reconventie en veroordeelt het [verzoekster] tot betaling van Naf. 42.601,75, vermeerderd met 6% rente per jaar vanaf 1 juni 2012. Het hof gaat daarbij uit van een lening van Naf. 790.000,- en een rentedragend deel van Naf. 720.000,-, maar maakt bij de berekening van de restantschuld een aftrek van Naf. 105.000,-.