Bestuurdersaansprakelijkheid en schadebegroting bij ongerechtvaardigde ontbinding worden bevestigd.

Parket bij de Hoge Raad · 24 maart 2017 · Civiel recht

Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid; art. 6:162 BW. Vervolg van HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1684, NJ 2012/684. Koopovereenkomst kantoorruimte Euroborg op onjuiste gronden ontbonden door koper (projectvennootschap). Is bestuurder van de (lege) projectvennootschap aansprakelijk voor de schade? Persoonlijk ernstig verwijt. Begroting van schade; art. 7:36 BW.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Hanzevast Beleggingen B.V. en Gorecht 3 B.V.

Wetsartikelen

  • art. 7:7:36 BW
  • art. 6:6:74 BW
  • art. 6:6:97 BW
  • art. 2:2:9 BW
  • art. 81 RO

Tijdlijn

  1. 27-05-2004 Hanzevast III biedt per brief aan G4 Beheer het appartementsrecht met kantoorruimte in de Euroborg te kopen. De brief wordt namens Hanzevast III en namens G4 in naam van G4 Beheer ondertekend. Partijen gaan daarbij uit van een lege projectvennootschap die door Hanzevast zou worden gefinancierd bij levering.
  2. 11-09-2003 Er ligt een projectbrochure voor de kantoorruimte, die later door het hof wordt betrokken bij de uitleg van de overeenkomst en het overeengekomen opleveringsniveau. De exacte inhoud wordt in deze uitspraak niet volledig weergegeven.
  3. 02-12-2003 Er is een verslag van deze datum dat volgens het hof mede van belang is voor de uitleg van het overeengekomen opleveringsniveau van de kantoorruimte. De precieze strekking wordt in deze uitspraak niet volledig geciteerd.
  4. 14-01-2004 Er wordt verwezen naar een e-mail van [B] waarin voorbehouden zijn gemaakt ten aanzien van ruimte voor afwerking en detaillering. Ook dit document speelt later een rol bij de uitleg van de koopafspraken en het opleveringsniveau.
  5. 27-05-2004 De overeenkomst over de koop van kantoorruimte in de Euroborg komt tot stand door ondertekening van de brief van 27 mei 2004. Het hof stelt later vast dat G4 ervan mocht uitgaan dat Hanzevast III door Hanzevast van voldoende financiële middelen zou worden voorzien en dat G4 daarom geen zekerheden heeft bedongen.
  6. 14-02-2006 Dit is de datum waarop Hanzevast III de kantoorruimte had moeten afnemen. Het hof gebruikt deze datum later als peildatum voor de waardebepaling en voor de berekening van de schade en wettelijke rente.
  7. 29-07-2005 Hanzevast III bericht dat zij afziet van de aankoop van de kantoorruimte. Voor zover volgens G4 reeds een overeenkomst tot stand was gekomen, verklaart Hanzevast III deze ontbonden wegens tekortschieten van G4 in verband met het opleveringsniveau.
  8. 09-01-2008 De rechtbank Groningen wijst vonnis in eerste aanleg. De rechtbank wijst de gevorderde verklaring voor recht toe en veroordeelt zowel Hanzevast III als Hanzevast tot betaling van € 2.486.916,67. De precieze motivering is in deze uitspraak slechts samengevat.
  9. 25-08-2009 Het gerechtshof Leeuwarden vernietigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat een deugdelijke grondslag voor de schadevordering ontbreekt, omdat schadevergoeding volgens het hof alleen kan worden toegewezen als de overeenkomst is ontbonden en G4 zich op het standpunt stelt dat Hanzevast III de overeenkomst ten onrechte heeft ontbonden.
  10. 08-07-2011 De Hoge Raad casseert het arrest van het gerechtshof Leeuwarden. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat G4 zich kan neerleggen bij het niet uitvoeren van de overeenkomst na de ongerechtvaardigde ontbindingsverklaring, zonder haar aanspraak op schadevergoeding prijs te geven. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de schade die voortvloeit uit het niet verder uitvoeren van de overeenkomst, waaronder het positief contractsbelang, moet worden vergoed. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem, thans Arnhem-Leeuwarden.
  11. 23-07-2013 Het verwijzingshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in tussenarrest dat Hanzevast III een niet gerechtvaardigde ontbindingsverklaring heeft uitgebracht, dat partijen de overeenkomst als beëindigd beschouwen en dat Hanzevast III op grond van artikel 6:74 BW schadeplichtig is jegens G4. Het hof acht Hanzevast als bestuurder ook aansprakelijk voor zover Hanzevast III niet voldoende middelen heeft om de schade te voldoen. De schade moet volgens het hof worden vastgesteld door een deskundige en bestaat uit het verschil tussen de koopprijs en de marktwaarde van de kantoorruimte bij oplevering conform afspraak.
  12. 08-07-2014 Het verwijzingshof gelast bij tussenarrest een deskundigenbericht ter vaststelling van de schade en de marktwaarde van de kantoorruimte. Het hof betrekt daarbij ook de latere verkoop van de kantoorruimte in november 2007 bij het onderzoek van de deskundige.

verbintenissenrecht · wanprestatie · schadevergoeding · ontbinding · nakoming · verzuim · uitleg-overeenkomst · procesrecht · cassatie · bestuurdersaansprakelijkheid