Bij gedeeltelijke prestatie geldt art. 3:311 BW; bij houderschap geen bezit zonder tegenspraak.
Verjaring. Bevrijdende verjaring van rechtsvordering tot nakoming. Moment aanvang verjaringstermijn; samenloop tussen art. 3:311 lid 1 BW (gedeeltelijke of anderszins gebrekkige nakoming contractuele verbintenis) en art. 3:307 BW (in het geheel niet nagekomen contractuele verbintenis). Koop van twee percelen grond: één of twee verbintenissen? Verkrijgende verjaring; onbegrijpelijk oordeel over moment bezitsverkrijging; goede trouw en mogelijkheid van raadpleging kadastrale kaart.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiseres]
Wetsartikelen
- art. 3:3:311 lid 1 BW
- art. 3:3:307 lid 1 BW
- art. 3:3:111 BW
- art. 3:3:99 BW
- art. 3:3:307 BW
- art. 3:3:311 BW
- art. 3:3:113 lid 2 BW
- art. 3:3:113 BW
- art. 6:6:38 BW
- art. 3:3:310 BW
- art. 3:3:309 BW
- art. 6:6:103 BW
- art. 3:3:117 lid 2 BW
- art. 7:7:23 lid 2 BW
- art. 6:6:89 BW
Tijdlijn
- 22-10-1985 [verweerster] verkreeg de eigendom van de woning, schuur, ondergrond, weg, erf en tuin te [plaats] aan de [a-straat 1 en 2], bestaande uit de percelen [0001] en [0002].
- 00-00-0000 [1985-2001] [verweerster] en [eiseres] hadden een affectieve relatie en woonden samen in de woning op perceel [0002]. Om successierechten te vermijden spraken zij mondeling af dat [verweerster] reeds bij leven bezittingen aan [eiseres] zou overdragen. De precieze inhoud van die mondelinge afspraak, met name of perceel [0001] daaronder viel, is later tussen partijen in geschil geraakt.
- 09-05-2001 Ten overstaan van notaris [betrokkene 1] werd een notariële akte van levering gepasseerd. In die akte verkocht en leverde [verweerster] aan [eiseres] het vrijstaande herenhuis met schuur, ondergrond en tuin, kadastraal bekend als perceel [0002]. Op dat perceel werd tevens een recht van gebruik en bewoning voor [verweerster] voorbehouden. Perceel [0001], de strook grond naast het huis met carport, werd niet in de akte vermeld en bleef op naam van [verweerster].
- 09-05-2001 Volgens [eiseres] had de koopovereenkomst mede betrekking op perceel [0001] en was het de bedoeling dat ook die grond zou worden geleverd. [verweerster] stelde zich later op het standpunt dat perceel [0001] niet was verkocht en dat een eventuele vordering tot levering vanaf deze datum opeisbaar was geworden.
- 09-05-2001 Na de levering bleef [eiseres] de woning bewonen. Het hof heeft later aangenomen dat [eiseres] ten aanzien van perceel [0001] aanvankelijk slechts houder was, omdat de rechtsverhouding op grond waarvan zij de woning gebruikte voortduurde en zij niet door eigen handelen bezit kon verkrijgen.
- 00-00-0000 [Eind 2005] De relatie tussen [eiseres] en [verweerster] eindigde. [verweerster] verliet daarna de woning en [eiseres] bleef er alleen wonen. Dit moment was van belang voor het hof bij de beoordeling vanaf wanneer [eiseres] eventueel als bezitter van perceel [0001] kon gelden.
- 21-10-2010 [eiseres] stelde inleidende dagvaarding in bij de rechtbank Amsterdam. Zij vorderde onder meer een verklaring voor recht dat perceel [0001] was inbegrepen in de koopovereenkomst en leveringsakte van 9 mei 2001, en veroordeling van [verweerster] tot medewerking aan levering van perceel [0001].
- 18-05-2011 De rechtbank Amsterdam wees de vorderingen van [eiseres] af. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende duidelijk was geworden dat partijen de bedoeling hadden zowel perceel [0001] als perceel [0002] over te dragen. Aan het verjaringsverweer kwam de rechtbank daardoor niet toe.
- 15-12-2010 In eerste aanleg werden producties overgelegd, waaronder stukken die betrekking hadden op de eigendomssituatie en de gestelde bedoelingen van partijen. De exacte relevantie van alle producties voor de chronologie is niet volledig duidelijk uit de uitspraak.
- 00-00-0000 [2012-11-23] In hoger beroep vond een comparitie na aanbrengen plaats. Daarbij kwamen onder meer de feitelijke ligging van de percelen, de erfafscheiding, het gebruik van de strook grond en de stellingen over bezit en verjaring aan de orde.
- 28-01-2014 Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het hof beoordeelde eerst het verjaringsverweer en oordeelde dat een eventuele vordering tot levering van perceel [0001] een rechtsvordering tot nakoming uit overeenkomst was die op grond van artikel 3:307 lid 1 BW uiterlijk op 10 mei 2006 was verjaard. Het beroep op verkrijgende verjaring van de overlap werd eveneens verworpen, omdat de termijn van tien jaar onafgebroken bezit niet was voltooid.
- 28-04-2014 [eiseres] stelde tijdig cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. Zij bestreed onder meer het oordeel over de bevrijdende verjaring en het oordeel over de verkrijgende verjaring van de overlap.