Integrale proceskosten alleen bij misbruik van procesrecht; reiskosten en verletkosten kunnen als schade vergoedbaar zijn.

Parket bij de Hoge Raad · 12 juni 2015 · Civiel recht

Procesrecht, verbintenissenrecht. Schade als gevolg van onrechtmatig gelegd beslag. Vergoeding kosten ter voorbereiding gedingstukken en instructie van de zaak, art. 237-240 Rv, art. 6:96 lid 2 en 3 BW. Exclusieve en limitatieve regeling vergoeding proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]

Wetsartikelen

  • art. 241 Rv
  • art. 6:6:96 BW
  • art. 239 Rv
  • art. 6:6:96 lid 2 BW
  • art. 6:6:96 lid 1 BW
  • art. 238 Rv
  • art. 237 Rv
  • art. 238 lid 1 Rv
  • art. 6:6:96 lid 3 BW
  • art. 6 EVRM

Tijdlijn

  1. 10-09-2009 Ouders van [eiser] en zijn broer [A] worden in hun woning te [plaats] aan [a-straat] vermoord. De woning valt daardoor in de onverdeelde nalatenschap en vormt daarvan het belangrijkste bestanddeel. Tussen de broers ontstaat onenigheid over de wijze van verkoop van de woning.
  2. 01-07-2011 Rabobank verkrijgt toestemming en legt conservatoir beslag op de woning, vanwege een vordering op [A]. In het beslagexploit staat dat het beslag geldt voor het aandeel van [A] in de onroerende zaak die in de onverdeelde nalatenschap valt.
  3. 06-03-2012 [eiser] vordert in kort geding opheffing van het beslag bij de voorzieningenrechter te Zwolle. De voorzieningenrechter wijst die vordering toe en heft het beslag op, met veroordeling van Rabobank in de proceskosten volgens het liquidatietarief.
  4. 28-06-2012 In hoger beroep bij het toenmalige gerechtshof te Leeuwarden vindt een comparitie van partijen plaats. Dit leidt tot een schikking, waarin onder meer wordt afgesproken dat [eiser] de woning kan verkopen, dat de opbrengst op een kwaliteitsrekening van de notaris wordt gestort en dat het aandeel van [A] bij vaststelling van zijn erfwaardigheid afzonderlijk wordt geadministreerd. De zaak wordt daarna doorgehaald. Over de kosten wordt vastgelegd dat de eventuele schade van [eiser], waaronder rechtsbijstandskosten, nog openstaat.
  5. 29-11-2012 [eiser] dagvaardt Rabobank in een bodemprocedure bij de rechtbank Assen, sector kanton, locatie Emmen. Hij vordert vergoeding van schade wegens het onrechtmatige beslag, aanvankelijk begroot op € 12.478,44.
  6. 10-04-2013 De kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland wijst de vorderingen van [eiser] af.
  7. 04-12-2013 In hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vindt een pleitzitting plaats. Beide partijen leggen pleitaantekeningen over.
  8. 31-12-2013 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigt het vonnis van 10 april 2013. Het hof verklaart voor recht dat Rabobank onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door op 1 juli 2011 conservatoir beslag te leggen op de woning. Rabobank wordt veroordeeld tot betaling van € 2.079,- vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten van het appel volgens het liquidatietarief; het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
  9. 22-01-2014 [eiser] verzoekt het hof per brief het arrest te verbeteren of aan te vullen, omdat hij meent dat de afwijzing van de vordering tot integrale vergoeding van proceskosten onjuist is.
  10. 18-02-2014 Het gerechtshof wijst het verzoek van [eiser] tot verbetering dan wel aanvulling van het arrest af.
  11. 31-03-2014 [eiser] stelt tijdig cassatieberoep in tegen het arrest van 31 december 2013. Tegen Rabobank wordt verstek verleend; [eiser] ziet af van een schriftelijke toelichting.
  12. 13-03-2015 De conclusie in cassatie wordt genomen. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van 31 december 2013 voor zover de vordering tot vergoeding van € 497,16 aan reiskosten en verletkosten is afgewezen, en voor het overige tot bekrachtiging.

procesrecht · bewijsrecht · proceskosten · onrechtmatige-daad · schadevergoeding · art.-6:96-bw · beslag · executie