Disculpatie ex art. 2:248 lid 3 BW vereist bewijs van niet-toerekenbaarheid én afwending van gevolgen.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling bestuur. Disculpatie bestuurder? Art. 2:248 lid 3 BW?
Partijen en standpunten
- Eiser: Wytze van Leuveren en Mark Aukema, curatoren in de faillissementen van de Zuid-Hollandse Glascentrale-vennootschappen
Wetsartikelen
- art. 2:2:248 lid 3 BW
- art. 2:2:248 lid 7 BW
- art. 2:2:248 lid 2 BW
- art. 2:2:248 BW
- art. 2:2:10 BW
Tijdlijn
- 31-03-2006 De vennootschappen Zuid-Hollandse Glascentrale Beheer B.V., Zuid-Hollandse Glascentrale Glasinal B.V., Zuid-Hollandse Glascentrale Handel B.V., Zuid-Hollandse Glascentrale Nieuwbouw B.V., Zuid-Hollandse Glascentrale Renovatie B.V., Zuid-Hollandse Glascentrale Nijverheid B.V., Goudse Glascentrale B.V. en Goudse Glascentrale Mijdrecht B.V. worden bij vonnissen in staat van faillissement verklaard; de curatoren worden aangesteld.
- 01-11-2005 Volgens de curatoren neemt [verweerster] vanaf deze datum feitelijk de leiding over van de groep, bestaande uit Beheer en de werkmaatschappijen. De rechtbank stelt later vast dat zij in de periode van 1 november 2005 tot en met 31 maart 2006 het beleid mede heeft bepaald.
- 01-01-2006 [verweerster] wordt door [betrokkene 2] benoemd tot directeur zonder statutaire titel. Zij stelt zelf dat zij slechts handelde op basis van specifieke volmachten van haar man; de rechtbank acht die lezing later niet aannemelijk.
- 31-03-2006 Per deze datum eindigt volgens de rechtbank de periode waarin [verweerster] feitelijk het beleid mede heeft bepaald, aansluitend op de faillietverklaring van de vennootschappen.
- 15-03-2007 De curatoren dagvaarden [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [verweerster] voor de Rechtbank ’s-Gravenhage. Zij stellen hen aansprakelijk voor het boedeltekort in de faillissementen van Beheer en de werkmaatschappijen wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, althans anderszins onrechtmatig handelen.
- 02-05-2008 [betrokkene 1] overlijdt. Dit speelt later een rol in de procespositie van de betrokkenen, maar wordt in deze conclusie niet nader uitgewerkt.
- 11-05-2011 De rechtbank veroordeelt de vier gedaagden hoofdelijk tot betaling van het tekort in de faillissementen van Beheer en de werkmaatschappijen. Ten aanzien van [verweerster] wordt de aansprakelijkheid gematigd tot 14% van het totale faillissementstekort. De rechtbank acht haar feitelijk beleidsbepaler en verwerpt haar beroep op disculpatie, maar matigt wegens de korte periode waarin zij feitelijk leiding gaf.
- 20-08-2013 Het gerechtshof Den Haag vernietigt het vonnis van de rechtbank gedeeltelijk en wijst de vordering tegen [verweerster] alsnog af. De toewijzing tegen [betrokkene 2] blijft grotendeels in stand. Het hof acht het beroep van [verweerster] op disculpatie gegrond en oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat zij als feitelijk bestuurder verwijtbaar heeft bijgedragen aan het faillissement of het boedeltekort.
- 19-11-2013 De curatoren stellen tijdig en regelmatig cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag. Tegen [verweerster] wordt in cassatie verstek verleend; de curatoren lichten hun standpunt daarna schriftelijk toe.
- 28-11-2014 Conclusie van de advocaat-generaal in cassatie: de klachten van het cassatiemiddel slagen, omdat uit het arrest van het hof niet blijkt dat aan de vereisten voor disculpatie van artikel 2:248 lid 3 BW is voldaan. Geconcludeerd wordt tot vernietiging van het bestreden arrest.