Vordering uit onverschuldigde betaling kan als nagekomen bate worden vereffend indien zij pas na de vereffening vermarktbaar wordt.
Insolventierecht. WSNP. Ontstaansmoment vordering uit onverschuldigde betaling wegens vernietiging rechterlijke uitspraak in eerste aanleg. Terugwerkende kracht. Is deze vordering een nagekomen bate in de zin van art. 194 Fw? Uitleg van “baten welke ten tijde der vereffening niet bekend waren”. Onzekere baten. Bekende bate die op redelijke gronden niet is gerealiseerd en daarom niet in slotuitdeling is betrokken.
Partijen en standpunten
- Eiser: [verzoeker]
Wetsartikelen
- art. 194 Fw
- art. 6:6:203 BW
- art. 354 Fw
- art. 349a Fw
- art. 356 lid 4 Fw
- art. 356 lid 1 Fw
- art. 357 Fw
- art. 295 Fw
- art. 295 lid 1 Fw
- art. 358 Rv
- art. 356 Fw
- art. 347 Fw
- art. 69 Rv
- art. 85 Fw
- art. 359 Rv
- art. 6:6:203 lid 3 BW
- art. 6:6:271 BW
- art. 349 lid 4 Fw
- art. 356 lid 2 Fw
- art. 193 Fw
- art. 129 Fw
- art. 426 lid 1 Rv
- art. 2:2:23c BW
Tijdlijn
- 01-01-2002 [verzoeker] en [A] Vof sloten een aannemingsovereenkomst voor tegelwerk in een door [A] c.s. geëxploiteerd sportcentrum. Nadien ontstonden lekkages en schimmelvorming, waarna [A] c.s. [verzoeker] aansprakelijk stelden voor de schade.
- 25-01-2006 [verzoeker] deed een betaling van € 16.264,34 aan [A] c.s. ter uitvoering van een later relevant geworden betalingsverplichting. In cassatie wordt opgemerkt dat dit mogelijk gebeurde na een verstekvonnis van die datum.
- 13-08-2008 De rechtbank Leeuwarden veroordeelde [verzoeker] tot betaling van € 27.445,- aan [A] c.s., vermeerderd met rente en kosten. [verzoeker] betaalde daarnaast in 2008 nog deelbetalingen aan [A] c.s.
- 13-11-2008 [verzoeker] stelde bij exploot hoger beroep in tegen het vonnis van 13 augustus 2008 bij het hof Leeuwarden onder zaaknummer 200.077.903/01.
- 12-05-2009 De rechtbank Leeuwarden verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing op [verzoeker] en benoemde de thans verweerder tot bewindvoerder.
- 28-02-2012 Het hof Leeuwarden gaf een tussenarrest in de procedure tussen [verzoeker] en [A] c.s. Het hof overwoog dat de vorderingen van [A] c.s. waarschijnlijk zouden worden afgewezen en gelastte een schikkingscomparitie over de reconventionele vordering van [verzoeker].
- 11-05-2012 De wettelijke termijn van de schuldsaneringsregeling zou van rechtswege aflopen. Op verzoek van de bewindvoerder verlengde de rechter-commissaris de looptijd echter met een half jaar.
- 10-07-2012 Het hof Leeuwarden wees eindarrest in de procedure tussen [verzoeker] en [A] c.s. Het hof vernietigde het vonnis van 13 augustus 2008, wees de vorderingen van [A] c.s. af en veroordeelde [A] c.s. tot terugbetaling aan [verzoeker] van hetgeen ter voldoening aan dat vonnis was betaald, met rente en proceskosten. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
- 18-07-2012 De rechtbank vernietigde op hoger beroep van [verzoeker] de verlengingsbeschikking van de rechter-commissaris van 11 mei 2012 en weigerde de verlenging. De rechtbank overwoog dat mogelijke baten geen grond vormden voor verlenging en verwees naar de regeling van art. 356 lid 4 jo. 194 Fw voor eventueel nagekomen baten.
- 18-09-2012 De rechtbank verleende [verzoeker] de schone lei. Daarmee werd de eindfase van de schuldsaneringsregeling juridisch relevant voor het opmaken van de slotuitdelingslijst.
- 27-09-2012 Volgens de bewindvoerder had het eindvonnis in de schuldsaneringsprocedure op deze datum in kracht van gewijsde kunnen gaan, waarna onverwijld een slotuitdelingslijst moest worden opgemaakt. De exacte proceshandeling op deze datum is in de uitspraak niet volledig uitgewerkt.
- 05-10-2012 De bewindvoerder deponeerde de slotuitdelingslijst ter griffie. Hij stelde later dat hij dit onverwijld had gedaan nadat duidelijk was geworden dat de procedure tussen [verzoeker] en [A] c.s. een bate kon opleveren.