Buitengerechtelijke kosten worden begroot naar werkelijke werkzaamheden en redelijke tarieven, niet naar de no cure no pay-afspraak.

Parket bij de Hoge Raad · 26 september 2014 · Civiel recht

Procesrecht; art. 6:96 lid 2 BW; redelijke kosten ter vaststelling schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging voldoening buiten rechte. Wijze van berekening kosten. Maatstaf; omstandigheden van het geval. Kostenberekening op basis van overeenkomst met rechtsbijstandverlener (no-cure-no-pay-schaderegelingsovereenkomst).

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]

Wetsartikelen

  • art. 6:6:96 lid 2 BW
  • art. 6:6:2 BW
  • art. 6:6:95 BW
  • art. 3:3:12 BW
  • art. 6:6:96 BW
  • art. 57 lid 6 Rv
  • art. 6:6:21 BW
  • art. 6:6:97 BW
  • art. 6:6:109 lid 1 BW
  • art. 6 EVRM
  • art. 101 VWEU
  • art. 6 lid 1 Mw

Tijdlijn

  1. 08-07-2005 Echtgenote van [eiser] overlijdt na onopgemerkte bloeding na de bevalling van haar tweede zoon.
  2. 24-02-2006 [eiser] sluit met [A] B.V. een schaderegelingsovereenkomst. Daarin wordt onder meer overeengekomen dat [A] 15% inclusief btw ontvangt van het te verhalen schadebedrag en dat bij uitblijven van resultaat geen kosten of honorarium in rekening worden gebracht. Diezelfde dag stelt [A] namens [eiser] het Ziekenhuis aansprakelijk.
  3. 23-11-2007 Het Ziekenhuis erkent bij brief de aansprakelijkheid.
  4. 00-00-0000 [2009] Het Ziekenhuis betaalt € 5.000 als voorschot voor redelijke kosten van rechtsbijstand.
  5. 10-04-2009 [A] brengt een declaratie uit met een uurtarief van € 205 respectievelijk € 215; deze declaratie speelt later een rol bij de begroting van de redelijke kosten.
  6. 00-00-0000 [2010] Het Ziekenhuis betaalt onder voorbehoud nog € 15.000 voor redelijke kosten van rechtsbijstand.
  7. 00-00-0000 [januari 2010] Partijen bereiken overeenstemming over schadevergoeding: € 50.000 voor [eiser] zelf en € 87.500 voor elk van de twee minderjarige kinderen, in totaal € 225.000. In de vaststellingsovereenkomst wordt algemene en finale kwijting verleend, behoudens de redelijke kosten van buitengerechtelijke bijstand aan benadeelden.
  8. 00-00-0000 [2010] [A] ontvangt € 33.750 aan honorarium via verrekening met de schade-uitkering, zijnde 15% van € 225.000.
  9. 25-10-2010 [eiser] dagvaardt het Ziekenhuis en vordert, mede namens zijn minderjarige kinderen met machtiging van de kantonrechter, betaling van € 14.843,30 aan buitengerechtelijke kosten. Het Ziekenhuis voert verweer en betwist vooral de redelijkheid van de omvang van de kosten en de onvoldoende specificatie daarvan.
  10. 22-06-2011 De rechtbank Amsterdam wijst tussenvonnis. Zij verwerpt het standpunt dat het Ziekenhuis de gevorderde kosten moet betalen ongeacht aard en omvang van de werkzaamheden. De rechtbank acht inzicht nodig in uren, werkzaamheden en uurtarief, stelt op basis van de overgelegde declaratie de uren en het tarief tot en met 10 april 2009 vast en geeft [eiser] gelegenheid bij akte nadere bewijsstukken over de werkzaamheden na 10 april 2009 over te leggen.
  11. 22-06-2011 [eiser] dient een akte in met nadere informatie over de werkzaamheden van [A] na 10 april 2009.
  12. 17-08-2011 Het Ziekenhuis reageert bij akte op de door [eiser] overgelegde stukken.

verbintenissenrecht · schadevergoeding · onrechtmatige-daad · aansprakelijkheid · causaal-verband · redelijkheid-en-billijkheid · procesrecht · bewijsrecht