Achterstallige kinderalimentatie mag in beginsel draagkracht drukken, tenzij de rechter gemotiveerd anders oordeelt.
Verzoek tot wijziging kinderalimentatie, art. 1:401 BW. Bepaling draagkracht onderhoudsplichtige, schulden wegens achterstallige kinderalimentatie.
Partijen en standpunten
- Eiser: de vrouw
Wetsartikelen
- art. 1:1:401 lid 4 BW
- art. 1:1:401 lid 1 BW
Tijdlijn
- 02-08-2007 De man en de vrouw zijn gehuwd.
- 00-00-0000 [[geboortedatum 2]] Voorafgaand aan het huwelijk met de vrouw wordt [de zoon] geboren; de man erkent hem. [Opmerking: exacte datum ontbreekt in de uitspraak.]
- 05-08-2011 De echtscheiding tussen partijen wordt uitgesproken bij beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van 23 mei 2011, met ingang van deze datum. Daarbij wordt de man veroordeeld tot betaling van € 429,- per maand aan kinderalimentatie voor [de zoon].
- 27-12-2011 De man dient een inleidend verzoekschrift tot wijziging van kinderalimentatie in op grond van artikel 1:401 lid 1 en 4 BW. Hij verzoekt de kinderalimentatie voor [de kinderen] met ingang van deze datum op nihil te stellen, subsidiair op maximaal € 138,33 per kind per maand.
- 06-06-2012 De rechtbank verklaart de man niet-ontvankelijk voor zover zijn verzoek [de dochter] betreft. Voor [de zoon] verwerpt de rechtbank het beroep op artikel 1:401 lid 4 BW als onvoldoende onderbouwd en wijst zij het wijzigingsverzoek af, omdat de man ondanks inkomensdaling en rekening houdend met de onderhoudsbijdrage voor [de dochter] nog voldoende draagkracht heeft.
- 03-12-2012 Bij brief worden onder meer een schuldenoverzicht tot 1 december 2012 en overzichten van het LBIO overgelegd, waaruit blijkt van achterstanden en loonbeslag. [Opmerking: de exacte inhoud van de brief is in de uitspraak slechts zijdelings vermeld.]
- 13-02-2013 Het gerechtshof Den Haag beslist in hoger beroep. Het hof houdt bij de draagkracht rekening met loonbeslag en met betalingsregelingen met andere schuldeisers, oordeelt dat de man geen draagkracht heeft om kinderalimentatie te voldoen, maar stelt vervolgens de kinderalimentatie voor [de zoon] met ingang van 27 december 2011 vast op € 138,33 per maand, conform het door de man ter zitting aangeboden bedrag. Het hof bepaalt tevens dat reeds betaalde bedragen niet hoeven te worden terugbetaald.
- 06-05-2013 De vrouw stelt tijdig cassatieberoep in tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag. De man verschijnt niet in cassatie en voert geen verweer.
- 03-01-2014 Mondelinge behandeling in cassatie; de conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.