Bij betwisting van een volmacht moet de rechter strenger toetsen aan art. 85 Rv en het origineel verlangen.

Parket bij de Hoge Raad · 22 november 2013 · Civiel recht

Volmacht bij koopovereenkomst met betrekking tot onroerend goed. Is (pseudo-)gevolmachtigde aansprakelijk voor contractuele boete wegens niet-nakoming volmachtgever? Art. 3:70 BW; bewijslast met betrekking tot bestaan volmachtgever en toereikende volmacht; Hoge Raad komt gedeeltelijk terug van HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8074, NJ 2004/254. Art. 85 lid 2 en lid 4 Rv; mag rechter rekening houden met overgelegd afschrift van schriftelijk stuk, ook als niet voldaan is aan verplichting om inzage in “het stuk zelf” te verschaffen?

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]

Wetsartikelen

  • art. 3:3:70 BW
  • art. 6:6:162 BW
  • art. 85 lid 2 Rv
  • art. 3:3:67 lid 2 BW
  • art. 3:3:67 BW
  • art. 150 Rv
  • art. 85 lid 4 Rv
  • art. 22 Rv

Tijdlijn

  1. 27-04-2007 [eiser] c.s. sloten als verkopers een koopovereenkomst met Multinvestments USA C.A. als koper betreffende onroerende zaken aan de [a-straat 1-2] te Wassenaar, voor een koopsom van € 8.000.000 kosten koper, met een boetebeding van € 800.000 bij toerekenbare tekortkoming.
  2. 27-04-2007 Multinvestments werd bij het sluiten van de koopovereenkomst vertegenwoordigd door [verweerder], die de overeenkomst namens Multinvestments ondertekende; in de overeenkomst stond ook de toevoeging 'Of nader te noemen Meester'.
  3. 02-02-2007 Volgens [verweerder] bestond er een tweede volmacht van Multinvestments van deze datum, waarop hij zich later beriep ter onderbouwing van zijn bevoegdheid om de koopovereenkomst namens Multinvestments te tekenen. De echtheid en het origineel van deze volmacht werden in het geding betwist; [verweerder] stelde slechts kopieën te hebben en geen originelen te bezitten.
  4. 04-04-2007 [verweerder] stuurde een e-mail aan [betrokkene 2] waarin hij meldde niet meer over een volmacht te beschikken; het hof oordeelde later dat deze e-mail niet afdeed aan het bestaan van een toereikende volmacht.
  5. 27-04-2007 [na] Multinvestments kwam haar verplichtingen uit de koopovereenkomst niet na, waarna [eiser] c.s. [verweerder] aansprakelijk stelden en betaling van de contractuele boete vorderden op grond van art. 3:70 BW, art. 3:67 lid 2 BW en art. 6:162 BW.
  6. 05-11-2008 De rechtbank ’s-Gravenhage wees de vordering van [eiser] c.s. af, omdat de gestelde feiten volgens de rechtbank onvoldoende grondslag boden voor toewijzing van het gevorderde.
  7. 22-06-2010 Het hof ’s-Gravenhage wees in tussenarrest de aansprakelijkheid van [verweerder] op grond van art. 3:67 BW af en liet [verweerder] voor het overige toe tot tegenbewijs tegen het voorshands bewezen geachte feit dat Multinvestments ten tijde van de koopovereenkomst niet bestond, alsmede tot bewijs van zijn stelling dat hij op 27 april 2007 over een toereikende volmacht beschikte.
  8. 20-09-2011 [verweerder] diende na enquête een antwoordmemorie in, waarin hij onder meer op zijn volmacht en de gang van zaken rond de stukken inging; dit stuk speelde later mee bij de bewijswaardering door het hof.
  9. 24-02-2012 Het hof ’s-Gravenhage stelde [verweerder] bij brief in de gelegenheid om te voldoen aan zijn verplichtingen uit art. 85 lid 2 Rv door de bedoelde stukken, waaronder in elk geval de volmacht van 2 februari 2007, ter griffie te deponeren.
  10. 29-03-2012 De raadsman van [verweerder] berichtte het hof dat [verweerder] niet over originelen van de volmachten beschikte, maar uitsluitend over kopieën, en dat de originelen volgens hem op het kantoor van Multinvestments werden bewaard.
  11. 12-04-2012 Tijdens het pleidooi wees de raadsman van [eiser] c.s. opnieuw op het ontbreken van de originele volmacht, hetgeen later door de advocaat-generaal relevant werd geacht bij de beoordeling van art. 85 lid 2 Rv.
  12. 15-05-2012 Het hof ’s-Gravenhage oordeelde in eindarrest dat [verweerder] had bewezen dat Multinvestments ten tijde van het ondertekenen van de koopovereenkomst bestond en dat hij op 27 april 2007 over een toereikende volmacht beschikte; daarom was [verweerder] niet aansprakelijk op grond van art. 3:70 BW en evenmin op grond van art. 6:162 BW.

procesrecht · bewijsrecht · cassatie · internationaal-privaatrecht · overeenkomst · koopovereenkomst · onrechtmatige-daad · aansprakelijkheid · verbintenissenrecht · redelijkheid-en-billijkheid