Schadevergoeding voor niet doorgaan overeenkomst vereist ontbinding of gelijkwaardige beëindiging.

Parket bij de Hoge Raad · 8 juli 2011 · Civiel recht

Koop. Oordeel hof dat zonder ontbinding toereikende grondslag ontbreekt voor vergoeding positief contractsbelang, onjuist. Partijen kunnen zich naar aanleiding van een niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring zodanig tegenover elkaar gedragen dat daarin een nadere beëindigingovereenkomst ligt besloten. Daarnaast kan beroep op voortbestaan overeenkomst afstuiten op art. 6:248 lid 2 BW (vgl. HR 15 januari 1993, LJN ZC0822, NJ 1993/193). Wederpartij kan voorts afzien van recht op nakoming zonder dat zij daarmee ook haar rechten prijsgeeft die voortvloeien uit de niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring. In art. 6:277 en ook in art. 6:74 BW ligt besloten dat (ook) de schade die het gevolg is van niet (verder) uitvoeren overeenkomst, daaronder begrepen het zogenoemde positief contractsbelang, vergoed moet worden door de schuldenaar wiens verzuim heeft geleid tot niet (verder) uitvoeren overeenkomst. In aanmerking genomen dat beide partijen hebben gesteld dat zij zich tegenover elkaar hebben gedragen alsof overeenkomst door ontbindingsverklaring was beëindigd, heeft hof met zijn oordeel blijk gegeven van onjuiste rechtsopvatting.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Ontwikkelingsmaatschappij G4 Beheer B.V. en Ontwikkelingsmaatschappij G4 C.V.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 27-05-2004 Hanzevast III biedt in een brief aan G4 Beheer aan om het appartementsrecht betreffende de kantoorruimte in Euroborg te kopen voor € 8.200.000 vrij op naam. De brief wordt ondertekend door beide partijen.
  2. 04-02-2005 G4 c.s. ontvangen een technische omschrijving van Hanzevast c.s. gedateerd 15-10-2004, waarin de uitvoering van de kantoorruimte wordt beschreven. G4 c.s. stellen dat de uitvoering volgens deze wensen tot € 1.900.000 meerwerk zou leiden.
  3. 29-07-2005 Hanzevast III meldt in een brief aan G4 c.s. dat er geen overeenstemming is bereikt over een koopovereenkomst en stelt G4 c.s. een termijn van 15 dagen om te bevestigen dat zij de kantoorruimte tijdig zullen leveren tegen de overeengekomen prijs, anders zal Hanzevast III de overeenkomst ontbinden.
  4. 30-01-2006 [A] B.V. brengt een taxatierapport uit waarin de waarde van de kantoorruimte per 17-01-2005 wordt vastgesteld op € 6.480.000.
  5. 09-01-2008 De rechtbank Groningen wijst de vorderingen van G4 c.s. tot een bedrag van € 2.481.416,67 toe.
  6. 25-08-2009 Het hof Leeuwarden wijst de vorderingen van G4 c.s. af, oordelend dat de gevorderde schade niet toewijsbaar is omdat de overeenkomst niet is ontbonden.
  7. 25-11-2009 G4 c.s. stellen beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof Leeuwarden van 25-08-2009.
  8. 08-04-2011 De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert tot verwerping van het cassatieberoep van G4 c.s.