Bijzondere curator kan namens zeer jonge minderjarige ontkenning vaderschap verzoeken indien diens belang dat vergt.

Parket bij de Hoge Raad 路 31 oktober 2003 路 Civiel recht; Personen- en familierecht

31 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/048HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: Mr A.M. van Leuven, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige [betrokkene 1], kantoorhoudende te Amsterdam, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n 1. [De moeder], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats] VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Partijen en standpunten

  • Eiser: Mr. A.M. van Leuven q.q.

Wetsartikelen

  • art. 1:1:200 BW
  • art. 1:1:200 lid 5 BW
  • art. 8 EVRM
  • art. 1:1:212 BW
  • art. 1:1:200 lid 1 BW
  • art. 1:1:199 BW
  • art. 426 lid 1 Rv
  • art. 1:1:228 lid 1 BW
  • art. 1:1:377g BW
  • art. 1:1:204 BW
  • art. 809 Rv

Tijdlijn

  1. 06-08-1998 De moeder bevalt van een zoon, [betrokkene 1]. Zij is op dat moment gehuwd met [verweerder 2], zodat hij van rechtswege als vader geldt op grond van artikel 1:199 BW.
  2. 11-08-1998 Het huwelijk tussen de moeder en [verweerder 2] wordt ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 1 juli 1998 in de registers van de burgerlijke stand. De feitelijke scheiding had al in september 1997 plaatsgevonden.
  3. 00-00-0000 [09-1997] De moeder en [verweerder 2] gaan feitelijk uiteen. Sinds die tijd heeft de moeder een affectieve relatie met [betrokkene 2].
  4. 00-00-0000 [09-1997] De moeder begint een affectieve relatie met [betrokkene 2] en voert met hem een gemeenschappelijke huishouding. Zij stellen zich op het standpunt dat [betrokkene 2] de biologische vader van de zoon is.
  5. 04-12-1999 Uit de relatie van de moeder en [betrokkene 2] wordt een dochter geboren.
  6. 29-12-1999 De rechtbank te Amsterdam benoemt op verzoek van de moeder mr. A.M. van Leuven tot bijzondere curator over de zoon op grond van artikel 1:212 BW.
  7. 01-05-2001 De bijzondere curator dient een inleidend verzoekschrift in en verzoekt namens de minderjarige de ontkenning van het vaderschap van [verweerder 2] gegrond te verklaren. De moeder ondersteunt dit verzoek; [verweerder 2] betwist niet dat [betrokkene 2] de biologische vader is en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
  8. 29-05-2002 De rechtbank verklaart de bijzondere curator niet-ontvankelijk in haar verzoek. De rechtbank overweegt dat de zoon nog geen 12 jaar is en dat niet aannemelijk is dat het verzoek berust op een weloverwogen beslissing van het kind.
  9. 23-01-2003 Het gerechtshof te Amsterdam bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Ter zitting verschijnen de moeder en [betrokkene 2] ter ondersteuning van het verzoek; de advocaat-generaal concludeert tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank en toewijzing van het verzoek.
  10. 23-04-2003 Namens de bijzondere curator wordt tijdig cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het hof; het cassatieverzoek komt op die datum ter griffie van de Hoge Raad binnen. Het cassatieberoep wordt niet tegengesproken.
  11. 05-09-2003 De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert tot vernietiging van de beschikkingen van het hof en de rechtbank en tot toewijzing van het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap.

familierecht 路 afstamming 路 erkenning 路 gezag 路 procesrecht 路 eerlijk-proces 路 evrm