Sloop vóór levering alleen bij duidelijke bevoegdheid; anders mag de curator verzet doen.
-
Partijen en standpunten
- Eiser: Deutsche Hypothekenbank A.G. en BHF-Bank A.G.
Wetsartikelen
- art. 3:3:267 BW
- art. 3:3:13 BW
- art. 3:3:268 lid 2 BW
- art. 3:3:268 BW
- art. 3:3:268 lid 1 BW
- art. 12 lid 4 Wet OB
- art. 3:3:72 BW
- art. 59 Fw
- art. 329 Rv
- art. 3:3:227 BW
- art. 3:3:235 BW
- art. 3:3:268 lid 3 BW
- art. 3:3:268 lid 5 BW
- art. 3:3:270 BW
- art. 3:3:89 BW
- art. 12 lid 1 Wet OB
- art. 3 Wet OB
- art. 11 lid 1 Wet OB
- art. 15 Wet OB
- art. 3:3:207 lid 3 BW
- art. 3:3:170 lid 2 BW
- art. 3:3:302 BW
- art. 517 Rv
Tijdlijn
- 31-07-1990 Vestiging van een hypotheekrecht op het erfpachtsrecht van de kantorenpanden te Rotterdam ten behoeve van Deutsche Hypothekenbank A.G. en BHF-Bank A.G. tot zekerheid van verstrekte geldleningen.
- 31-07-1990 In de hypotheekakte zijn algemene voorwaarden opgenomen, waaronder een bepaling die de schuldenaar verplicht de schuldeiser toe te staan het onderpand te laten onderhouden, herstellen of vernieuwen op door de schuldeiser te bepalen wijze.
- 00-00-0000 [1992] Na het vertrek van een huurder komen de panden leeg te staan. De betalingsverplichtingen jegens de Banken worden niet nagekomen, waarna de Banken tot uitwinning van het verhypothekeerde onroerend goed willen overgaan.
- 07-06-1993 De president van de rechtbank te Rotterdam verleent de Banken op grond van artikel 3:267 BW machtiging om de onroerende zaken in beheer te nemen.
- 04-09-1998 De Banken sluiten met William House een overeenkomst tot onderhandse verkoop van het erfpachtsrecht. Daarbij wordt afgesproken dat de Banken zich zullen inspannen om de opstallen, althans een belangrijk deel daarvan, vóór levering te laten slopen, zodat levering in gesloopte staat plaatsvindt en omzetbelasting verschuldigd wordt.
- 09-09-1998 De president van de rechtbank verleent op grond van artikel 3:268 lid 2 BW verlof om het erfpachtsrecht onderhands aan William House te verkopen op de overeengekomen condities.
- 13-10-1998 Escensum Westerstraat B.V. wordt in staat van faillissement verklaard; mr. E.W.J.H. de Liagre Böhl treedt op als curator in het faillissement.
- 14-10-1998 De Banken en de curator sluiten een vaststellingsovereenkomst om het praktische geschil over de voorgenomen sloop en levering te laten doorgaan en de rechtsvraag over het recht van de curator om zich tegen de sloop te verzetten aan de rechter voor te leggen via prorogatie.
- 15-10-1998 De vaststellingsovereenkomst wordt verder vastgelegd/ondertekend; daarin worden ook afspraken gemaakt over de gevolgen van een eventuele toewijzing of afwijzing van de gevraagde verklaring voor recht, met name over de omzetbelastingschuld.
- 09-07-1999 De Banken dagvaarden de curator bij het gerechtshof te Amsterdam en vorderen een verklaring voor recht dat de curator gehouden zou zijn geweest onvoorwaardelijk te gedogen dat zij voorafgaand aan de juridische levering sloopwerkzaamheden verrichtten of lieten verrichten.
- 22-06-2000 Het gerechtshof Amsterdam wijst de gevorderde verklaring voor recht af. Het hof oordeelt dat de Banken de opstallen mochten slopen, maar dat de curator recht had een adequate tegenprestatie te verlangen wegens de fiscale gevolgen voor de boedel.
- 01-02-2002 De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep. In de conclusie wordt geoordeeld dat de Banken geen bevoegdheid hadden om vóór levering tot sloop over te gaan en dat de curator zich daartegen mocht verzetten.