Voorbereidingshandelingen blijven strafbaar ook als de drugs al zijn onderschept.

Parket bij de Hoge Raad 路 19 februari 2002 路 Strafrecht

-

Partijen en standpunten

  • Eiser: procureur-generaal

Wetsartikelen

  • art. 101a RO

Tijdlijn

  1. 19-02-1999 Gerechtshof Arnhem spreekt verzoeker deels vrij en veroordeelt hem voor medeplegen van Opiumwetvoorbereiding en deelneming aan een criminele organisatie tot drie jaren en zes maanden gevangenisstraf en een geldboete van 茠 100.000 subsidiair 360 dagen hechtenis. Van feit 3 wordt hij vrijgesproken.
  2. 26-02-1999 Verzoeker stelt cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof te Arnhem. Uit de conclusie volgt dat dit cassatieberoep kennelijk niet is gericht tegen de vrijspraak van feit 3.
  3. 13-07-1999 De stukken van het geding worden ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. De in de conclusie genoemde klacht over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie mist daardoor feitelijke grondslag, omdat tussen cassatie en ontvangst van de stukken ongeveer vier en een halve maand ligt.
  4. 11-09-1998 Ter terechtzitting van het gerechtshof verzoekt de raadsman van verzoeker, mr Boone, om oproeping van de getuigen [betrokkene C], [betrokkene D], [getuige 1], [betrokkene E] en [betrokkene F]. Hij licht dit toe met bezwaren over internationale rechtshulp, mogelijke mensenrechtenschendingen in Turkije, rechtmatigheid van Turkse telefoontaps en samenwerking tussen Nederlandse en Turkse opsporingsautoriteiten.
  5. 25-09-1998 Bij tussenarrest wijst het gerechtshof het verzoek tot het horen van [betrokkene C], [betrokkene D], [betrokkene E] en [betrokkene F] af en beveelt het de oproeping van [getuige 1] als getuige. Het hof acht het overige verzoek onvoldoende onderbouwd.
  6. 05-02-1999 [getuige 1] wordt ter terechtzitting van het gerechtshof als getuige gehoord, overeenkomstig het eerder gegeven bevel.
  7. 19-02-1999 In zijn arrest overweegt het gerechtshof onder meer dat onvoldoende bewijs bestaat voor ondernomen activiteiten v贸贸r de inbeslagname van de hero茂ne en spreekt het verzoeker vrij van feit 3. Het hof verwerpt daarnaast het verweer over mensenrechtenschendingen en internationale samenwerking, en laat de overige veroordelingen in stand.
  8. 16-01-2001 De procureur-generaal concludeert in cassatie dat het hof een te beperkte uitleg heeft gegeven aan artikel 10a Opiumwet, zodat de vrijspraak van feit 3 niet in stand kan blijven. Ten aanzien van de klachten van verzoeker wordt geconcludeerd dat deze falen, waarna wordt geadviseerd de uitspraak gedeeltelijk te vernietigen en de zaak in zoverre terug te wijzen naar het gerechtshof te Arnhem.

strafrecht 路 opiumwet 路 cassatie 路 procesrecht 路 bewijsrecht 路 getuigenverhoor 路 ontvankelijkheid