Opschorting van huurbetaling bij onderhoudsgebreken is hier niet toegestaan; incidenteel cassatieberoep vervalt bij niet-tijdige aanzegging.

Parket bij de Hoge Raad 路 17 januari 2022 路 Civiel recht

Opschorting

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]

Wetsartikelen

  • art. 406 lid 1 Rv
  • art. 410 lid 1 Rv

Tijdlijn

  1. 01-12-1973 Huurachterstand ontstaat door inhouding van 茠 1.100 op de huurbetaling over december 1973; volgens verhuurster blijft vanaf deze maand een deel van de huur onbetaald.
  2. 01-01-1974 Vanaf 1 januari 1974 betaalt de huurder de door verhuurster gestelde huurverhoging van 茠 562,50 per maand niet, zodat volgens verhuurster de achterstand verder oploopt.
  3. 01-02-1975 Volgens de vordering van verhuurster bestaat per deze datum een huurachterstand van in totaal 茠 8.412,50; daarnaast vordert zij vanaf deze datum een bedrag van 茠 2.083,33 per maand tot aan ontruiming.
  4. 23-04-1975 De huurder stelt in reconventie zijn eis in tot vergoeding van schade wegens de gestelde niet-nakoming door verhuurster van haar onderhoudsverplichtingen aan het gehuurde horecapand en erf te Velden.
  5. 24-12-1975 De kantonrechter te Velden wijst vonnis in conventie en reconventie: hij verwerpt het beroep op de exceptio non adimpleti contractus, verklaart de huurovereenkomst ontbonden, veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen vier weken na betekening en tot betaling van 茠 8.412,50 plus 茠 2.083,33 per maand vanaf 1 februari 1975; in reconventie verklaart hij de huurder niet-ontvankelijk in zijn schadevordering.
  6. 24-12-1975 De kantonrechter motiveert dat de huurder de huurschuld niet mocht opschorten, omdat niet is gesteld of gebleken dat de verhuurster is gesommeerd en in gebreke gesteld ter zake van de vermeende tekortkomingen aan het pand.
  7. 23-04-1975 In de procedure in reconventie wordt deze datum later als ingangsdatum van de wettelijke rente genoemd over de schadevergoeding die de rechtbank toewijst.
  8. 00-00-0000 [onbekend] De rechtbank behandelt het hoger beroep van de huurder tegen het kantonvonnis en het incidenteel hoger beroep van verhuurster; de exacte datum van het rechtbankvonnis is in de tekst niet vermeld.
  9. 00-00-0000 [onbekend] De rechtbank bekrachtigt het kantonvonnis in conventie, behoudens de proceskosten, en vernietigt het vonnis in reconventie; zij veroordeelt verhuurster tot vergoeding van de door de huurder geleden of nog te lijden schade, op te maken bij staat, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 april 1975.
  10. 00-00-0000 [onbekend] De huurder stelt cassatie in tegen het rechtbankvonnis en voert aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep op de exceptio non adimpleti contractus heeft verworpen en zijn positie als appelrechter onjuist heeft beoordeeld.
  11. 19-05-1978 De procureur-generaal van de Hoge Raad concludeert tot verwerping van het principale cassatieberoep en tot verval van het recht van verhuurster om incidenteel cassatie in te stellen, omdat zij dit niet tijdig en op de voorgeschreven wijze in haar conclusie van antwoord heeft gedaan.
  12. 19-05-1978 De conclusie bespreekt inhoudelijk dat de exceptio non adimpleti contractus in dit huurgeschil niet opgaat, omdat de huurder zijn betalingsverplichting kon nakomen ondanks eventuele onderhoudsgebreken van de verhuurster en andere wettelijke middelen, zoals herstel op kosten van de verhuurster, openstonden.

huurrecht 路 huurovereenkomst 路 wanprestatie 路 nakoming 路 verzuim 路 ontbinding 路 procesrecht 路 cassatie 路 reconventie