Heffing box 3 mag niet hoger zijn dan werkelijke rendement.
Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Rechtsherstel.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of het stelsel van heffing van inkomstenbelasting over belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) op grond van de Herstelwet en het Beleidsbesluit van 28 juni 2022 een schending vormt van artikel 14 EVRM en artikel 1 EP, en zo ja, welke regels dan gelden voor het rechtsherstel.
Regel
- artikel 14 EVRM (verbod op discriminatie)
- artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (recht op ongestoord genot van eigendom)
- Herstelwet (Wet van 21 december 2022, Stb. 2022, 533) (stelsel van heffing in box 3)
- arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963 (toetsing van het stelsel 2017 aan artikel 14 EVRM en artikel 1 EP)
Toepassing
- artikel 14 EVRM (verbod op discriminatie) De Hoge Raad heeft vastgesteld dat het stelsel van de Herstelwet een ongelijke behandeling veroorzaakt tussen belastingplichtigen die risicovol beleggen en degenen die dat niet doen, omdat het forfaitaire rendement voor overige bezittingen op lange termijn gemiddelde rendementen toepast. Deze ongelijke behandeling is gebaseerd op een omstandigheid die de belastingplichtigen niet zelf kunnen beïnvloeden, namelijk het succes van hun beleggingen. Dit leidt tot een schending van artikel 14 EVRM.
- artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (recht op ongestoord genot van eigendom) De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het stelsel van de Herstelwet de beschikkingsmacht van belastingplichtigen inperkt door een verhoudingsgewijs zware financiële last te leggen op degenen die niet risicovol beleggen. Dit leidt tot een schending van artikel 1 EP, omdat het stelsel niet voldoet aan de proportionaliteitstoets en er geen rechtvaardiging is voor de aanzienlijke ongelijkheid die het veroorzaakt.
- Herstelwet (Wet van 21 december 2022, Stb. 2022, 533) (stelsel van heffing in box 3) De Hoge Raad heeft de Herstelwet getoetst aan het EVRM en EP en geconcludeerd dat deze wet, hoewel beoogd beter aan te sluiten bij het werkelijke rendement, nog steeds leidt tot een ongelijke behandeling en schending van verdragsrechten. Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen blijft gebaseerd op lange termijn gemiddelden, wat leidt tot een ongelijke behandeling van succesvolle en minder succesvolle beleggers.
- arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963 (toetsing van het stelsel 2017 aan artikel 14 EVRM en artikel 1 EP) De Hoge Raad heeft in het arrest van 24 december 2021 geoordeeld dat het stelsel 2017 leidt tot een schending van artikel 14 EVRM en artikel 1 EP. De Herstelwet is getoetst aan dezelfde criteria en blijkt dezelfde tekortkomingen te hebben als het stelsel 2017, waardoor dezelfde schendingen optreden.
Conclusie
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het stelsel van heffing in box 3 op grond van de Herstelwet leidt tot een schending van artikel 14 EVRM en artikel 1 EP, omdat het een ongelijke behandeling veroorzaakt tussen belastingplichtigen die risicovol beleggen en degenen die dat niet doen. De Hoge Raad heeft de aanslag verminderd door uit te gaan van het werkelijke rendement van belanghebbende, wat leidt tot een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €36.000 in plaats van €47.811.
Partijen en standpunten
- Eiser: Staatssecretaris van Financiën
- Gedaagde: [X] (belanghebbende)
De Staatssecretaris betoogt dat de Herstelwet voldoet aan de eisen van het EVRM en dat het Hof de keuze van de wetgever had moeten respecteren, tenzij deze evident onredelijk is.
Belanghebbende stelt dat de heffing op basis van het stelsel 2017 in strijd is met artikel 1 EP, en dat zijn werkelijke rendement lager is dan het forfaitair bepaalde rendement.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 24-12-2021 De Hoge Raad oordeelt dat het forfaitaire stelsel van heffing in box 3, ingevoerd op 1 januari 2017, in strijd is met artikel 14 EVRM en artikel 1 EP.
- 28-06-2022 Het Beleidsbesluit wordt aangenomen, inhoudelijk overeenstemmend met de Herstelwet, om tegemoet te komen aan belastingplichtigen die door het stelsel van 2017 zijn getroffen.
- 02-11-2022 Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van belanghebbende voor 2017 moet worden vastgesteld op € 36.000 in plaats van het forfaitaire € 47.811.
- 21-12-2022 De Herstelwet wordt aangenomen om rechtsherstel te bieden voor de verdragsschendingen door het stelsel van 2017. De wet heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2017.
- 09-02-2024 De Advocaat-Generaal concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie door de Staatssecretaris van Financiën.
- 06-06-2024 De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie door de Staatssecretaris van Financiën ongegrond en bevestigt de uitspraak van het Gerechtshof. De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende recht heeft op rechtsherstel door uit te gaan van het werkelijke rendement van € 36.000 in plaats van het forfaitaire rendement.