Weigering om met representatieve vakbond te onderhandelen over cao kan onrechtmatig zijn onder omstandigheden.

Hoge Raad ยท 26 april 2024 ยท Cassatie ยท Civiel recht; Arbeidsrecht

Collectief arbeidsrecht. CAO-recht. Vakbond vordert verklaring voor recht dat werkgever jegens haar onrechtmatig handelt door niet met haar in onderhandeling te treden over een cao en toelating tot onderhandelingen over een cao. Onder meer klacht van werkgever dat hof heeft miskend dat de vrijheid van collectief onderhandelen meebrengt dat op werkgever geen verplichting rust om met een vakbond in onderhandeling te treden over een cao als werkgever geen cao-overleg aan het voeren is.

Rechtsvraag

Kan een rechter een werkgever dwingen om met een vakbond in onderhandeling te treden over een cao, wanneer de werkgever arbeidsvoorwaardenoverleg voert met de ondernemingsraad en niet met de vakbond?

Regel

  • Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad)
  • ILO-verdragen 87, 98, 135 en 154 (Rechten van werknemers en vakbonden)
  • Art. 6 Europees Sociaal Handvest (Recht op collectief onderhandelen)
  • Art. 32 Wet op de ondernemingsraden (WOR) (Instemmingsrecht ondernemingsraad)
  • Abvakabo-arrest (Recht van representatieve vakbond op toelating tot cao-onderhandelingen)

Toepassing

  • Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad) De Hoge Raad oordeelt dat de weigering van TUI om FNV toe te laten tot cao-onderhandelingen onrechtmatig kan zijn, afhankelijk van een belangenafweging. De belangen van FNV, zoals representativiteit en het recht op collectieve onderhandelingen, wegen zwaarder dan de contractsvrijheid van TUI. Het hof heeft een uitgebreide belangenafweging gemaakt en geconcludeerd dat FNV een representatieve vakbond is die recht heeft op toelating tot onderhandelingen. TUI's bezwaren tegen onderhandelingen met FNV zijn onvoldoende om de vakbond uit te sluiten. (rov. 3.4-3.5)
  • ILO-verdragen 87, 98, 135 en 154 (Rechten van werknemers en vakbonden) Hoewel de ILO-verdragen geen directe werking hebben volgens art. 93 en 94 Grondwet, kunnen ze indirect een rol spelen bij de invulling van de zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW. De verdragen ondersteunen het recht van FNV op collectieve onderhandelingen, wat bijdraagt aan de onrechtmatigheid van TUI's weigering. (rov. 6.2-6.3)
  • Art. 6 Europees Sociaal Handvest (Recht op collectief onderhandelen) Het recht op collectief onderhandelen, zoals gewaarborgd in art. 6 Europees Sociaal Handvest, ondersteunt FNV's positie dat TUI onrechtmatig handelt door hen uit te sluiten van onderhandelingen. Dit recht weegt zwaarder dan de contractsvrijheid van TUI, zoals het hof heeft vastgesteld. (rov. 6.10-6.20)
  • Art. 32 Wet op de ondernemingsraden (WOR) (Instemmingsrecht ondernemingsraad) Het hof oordeelt dat art. 32 WOR TUI niet het recht geeft om met uitsluiting van FNV alleen met de ondernemingsraad te onderhandelen. De wetgever heeft niet beoogd de ondernemingsraad een voorrangspositie te geven boven vakbonden bij het vaststellen van primaire arbeidsvoorwaarden. (rov. 6.4-6.5)
  • Abvakabo-arrest (Recht van representatieve vakbond op toelating tot cao-onderhandelingen) Het hof past het Abvakabo-arrest toe door te stellen dat FNV, als representatieve vakbond, in beginsel recht heeft op deelname aan cao-onderhandelingen. De situatie van TUI verschilt van het Abvakabo-arrest omdat er geen lopende cao-onderhandelingen zijn, maar dit sluit de toepassing van het arrest niet uit. (rov. 6.4)

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van TUI. De rechter concludeert dat TUI onrechtmatig handelt door FNV uit te sluiten van cao-onderhandelingen, gezien de representativiteit van FNV en het belang van onafhankelijke vakbondsvertegenwoordiging. De belangen van FNV wegen zwaarder dan de contractsvrijheid van TUI, en er is geen rechtvaardigingsgrond voor TUI's weigering om met FNV te onderhandelen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: TUI Airlines Nederland B.V.
  • Gedaagde: Federatie Nederlandse Vakbeweging

TUI betoogt dat zij niet verplicht is om met de vakbond FNV te onderhandelen over een cao voor het cabinepersoneel, aangezien zij reeds onderhandelingen voert met de ondernemingsraad.

FNV stelt dat TUI onrechtmatig handelt door FNV uit te sluiten als onderhandelingspartner over de cao voor het cabinepersoneel, en eist dat TUI FNV erkent als gesprekspartner.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 11-02-2021 De kantonrechter wijst de vorderingen van FNV af in zaak 8695196 RL EXPL 20-13865.
  2. 30-08-2022 Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van FNV toe in zaak 200.293.470/01.
  3. 2020 FNV biedt TUI een petitie aan, ondertekend door 369 personen, waarin wordt verzocht om cao-onderhandelingen voor cabinepersoneel.
  4. 2022 FNV biedt TUI een tweede petitie aan, ondertekend door 261 personen, met hetzelfde verzoek als in 2020.
  5. 2020 TUI presenteert een plan voor de oprichting van een interne vakbond en toont bereidheid om met deze vakbond te onderhandelen over een cao.
  6. Niet gespecificeerd TUI weigert met FNV te onderhandelen over een cao voor het cabinepersoneel.
  7. Niet gespecificeerd FNV vordert een verklaring voor recht dat TUI onrechtmatig handelt door FNV uit te sluiten als gespreks- en onderhandelingspartner.
  8. 2022 TUI stelt beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
  9. 2022 FNV stelt voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in.
  10. 26-04-2024 De Hoge Raad verwerpt het principale beroep van TUI en veroordeelt TUI in de kosten van het geding in cassatie.