Voorwaardelijk opzet kan worden aangenomen bij krachtig slaan op kwetsbaar hoofdgedeelte.
Zware mishandeling door een ander hard met vuist gericht op linkeroog te slaan, art. 302.1 Sr. Bewijsklacht. Heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op toebrengen van zwaar lichamelijk letsel? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AE9049 en HR:2018:718 m.b.t. voorwaardelijk opzet op gevolg. Uit bewijsvoering van hof volgt dat verdachte de aangever een op diens linkeroog gerichte harde vuistslag heeft gegeven, met zodanige kracht dat aangever zich nog net staande kon houden en daardoor fracturen in jukbeen en in botgebied tussen oogkas, neus en bijholte opliep. ‘s Hofs in zijn arrest besloten liggende oordeel dat vuistslag is gegeven op uiterst kwetsbaar deel van hoofd en dat verdachte onder die omstandigheden de ‘aanmerkelijke kans’ heeft aanvaard dat hij slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders.
Rechtsvraag
Is de bewezenverklaring van zware mishandeling wat betreft het opzet ontoereikend gemotiveerd?
Regel
- Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig wanneer de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. (HR 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049 en HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718)
- De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht.
Toepassing
- Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig wanneer de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. (HR 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049 en HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718) Het hof oordeelde dat de verdachte door aangever met kracht een harde vuistslag tegen het gezicht te geven, de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij aangever zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Dit is gebaseerd op algemene ervaringsregels dat een harde vuistslag in het gezicht de aanmerkelijke kans in het leven roept op zwaar lichamelijk letsel. De verklaringen van getuigen ondersteunden dat de klap hard was en gericht op een kwetsbaar deel van het gezicht. Er was geen sprake van contra-indicaties die zouden aantonen dat de verdachte die kans niet heeft aanvaard. (Rechtsoverweging 2.2.3)
- De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. De gedraging van de verdachte, namelijk het met kracht slaan op het gezicht van de aangever, werd als zodanig beoordeeld dat het een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel in het leven riep. Het hof vond dat de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging zozeer gericht was op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat het niet anders kon dan dat de verdachte deze kans bewust heeft aanvaard. (Rechtsoverweging 2.3.1 en 2.3.2)
Conclusie
Het cassatiemiddel faalt omdat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, en het oordeel is toereikend gemotiveerd. De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Partijen en standpunten
- Eiser: Openbaar Ministerie
- Gedaagde: [verdachte]
De verdachte wordt beschuldigd van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de aangever door middel van een harde vuistslag tegen het gezicht, resulterend in een gebroken neus en jukbeen.
De verdediging klaagt dat het bewezenverklaarde opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ontoereikend is gemotiveerd, met name omdat er geen bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans is aangetoond.
Tijdlijn
- 07-06-2017 Op 7 juni 2017 vond er een incident plaats op de Canadezenlaan in Leeuwarden. [aangever] stond het verkeer te regelen voor zijn vader die met een vrachtwagen achteruit reed. Een donkerblauwe BMW reed dicht langs [aangever], die vervolgens de auto raakte. De bestuurder van de BMW stapte uit, vroeg waarom [aangever] aan zijn auto zat, en gaf hem een vuistslag in het gezicht, waardoor [aangever] zwaar lichamelijk letsel opliep.
- 20-06-2017 Op 20 juni 2017 werd een geneeskundige verklaring opgemaakt door drs. E.I. Hofstra, forensisch arts, over de verwondingen van [aangever]. Deze omvatten een gebroken jukbeen en bloeduitstortingen.
- 21-06-2017 Op 21 juni 2017 werd door de betrokken hoofdagent van politie bevestigd dat er een operatie heeft plaatsgevonden aan het jukbeen van [aangever].
- 03-12-2018 Op 3 december 2018 vond een terechtzitting plaats bij de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. De verdachte verklaarde dat hij was gestopt om verhaal te halen bij [aangever].
- 15-09-2021 Op 15 september 2021 verklaarde de verdachte tijdens de zitting van het hof dat hij [aangever] een klap had gegeven.
- 29-09-2022 Op 29 september 2022 deed het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak. Het hof oordeelde dat er sprake was van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
- 14-05-2024 Op 14 mei 2024 verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.