Overschrijding redelijke termijn leidt tot strafvermindering.
Grootschalige DigiD-fraude met huur- en/of zorgtoeslagen. Medeplegen diefstal (d.m.v. valse sleutels), meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr), medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr), medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). Overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Kon hof volstaan met vermindering van gevangenisstraf van 16 maanden naar 14 maanden? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BD2578 m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn en regel dat tijdsverloop tijdens e.a. en h.b. afzonderlijk beoordeeld moet worden. Door bij beoordeling van vraag of behandeling van zaak binnen redelijke termijn heeft plaatsgevonden, alleen acht te slaan op omstandigheid dat “overschrijding van redelijke termijn in fase van behandeling van strafzaak in eerste aanleg en in hoger beroep (…) inmiddels ruim drie jaren en negen maanden bedraagt”, heeft hof dit beoordelingskader miskend. HR doet zaak zelf af en vermindert (mede gelet op overschrijding van redelijke termijn in cassatie) opgelegde gevangenisstraf van 14 maanden met 1 maand. Samenhang met 21/05025.
Rechtsvraag
Het centrale juridische probleem is of de behandeling van de strafzaak van de verdachte binnen de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM heeft plaatsgevonden, zowel in de eerste aanleg, in hoger beroep, als in de cassatiefase.
Regel
- Art. 6 lid 1 EVRM (Recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn)
Toepassing
- Art. 6 lid 1 EVRM (Recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn) Het hof heeft nagelaten het tijdsverloop tijdens de eerste aanleg en het hoger beroep afzonderlijk te beoordelen, zoals vereist. De Hoge Raad verwijst naar HR 17 juni 2008, waaruit blijkt dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg binnen twee jaar moet worden afgerond en in hoger beroep eveneens binnen twee jaar, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Het hof heeft enkel geconstateerd dat de overschrijding van de redelijke termijn in totaal ruim drie jaren en negen maanden bedraagt, zonder de vereiste afzonderlijke beoordeling. Dit is in strijd met het beoordelingskader, waardoor het achtste cassatiemiddel terecht is voorgesteld. Daarnaast is in de cassatiefase de redelijke termijn overschreden door vertraging in het inzenden van de stukken, waardoor de Hoge Raad uitspraak doet na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep. Dit maakt ook het negende cassatiemiddel terecht. (Rechtsoverwegingen 2.2, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3)
Conclusie
De Hoge Raad concludeert dat het hof het beoordelingskader voor de redelijke termijn heeft miskend door het tijdsverloop van de eerste aanleg en het hoger beroep niet afzonderlijk te beoordelen en erkent de overschrijding van de termijn in de cassatiefase. Daarom vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf van veertien maanden naar dertien maanden, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Partijen en standpunten
- Eiser: [Openbaar Ministerie]
- Gedaagde: [verdachte]
Het Openbaar Ministerie eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zestien maanden, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn.
De verdediging voerde aan dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak is overschreden in zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Wetsartikelen
- art. 6 lid 1 EVRM
Tijdlijn
- 03-12-2021 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wijst een arrest in de strafzaak tegen de verdachte, waarbij een gevangenisstraf van zestien maanden wordt opgelegd, met aftrek van voorarrest. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn wordt de straf verminderd naar veertien maanden.
- Onbekend De verdachte stelt beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
- Onbekend De advocaat-generaal concludeert tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, en tot vermindering daarvan.
- Onbekend De raadsman van de verdachte reageert schriftelijk op de conclusie van de advocaat-generaal.
- 15-10-2024 De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, vermindert deze naar dertien maanden en verwerpt het beroep voor het overige.