Cassatieberoep verwerpt, art. 81 lid 1 RO toegepast.

Hoge Raad ยท 14 april 2023 ยท Artikel 81 RO-zaken,Cassatie ยท Arbeidsrecht

Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Maatstaf uitzondering opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:671b lid 6, onder a, BW).

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de werkgever, Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam, het opzegverbod tijdens ziekte van de werkneemster heeft geschonden en of er een uitzondering op dit opzegverbod van toepassing is volgens art. 7:671b lid 6, onder a, BW.

Regel

  • art. 7:671b lid 6, onder a, BW (Opzegverbod tijdens ziekte)
  • art. 81 lid 1 RO (Beoordeling van klachten in cassatie)

Toepassing

  • art. 7:671b lid 6, onder a, BW (Opzegverbod tijdens ziekte) De werkneemster stelde dat haar ontslag tijdens ziekte onrechtmatig was en dat het opzegverbod van toepassing was. De kantonrechter en het gerechtshof hebben echter geoordeeld dat er een uitzondering op dit opzegverbod van toepassing was. De Hoge Raad heeft deze beoordeling in cassatie niet vernietigd, wat impliceert dat zij akkoord gingen met de interpretatie van de lagere rechters.
  • art. 81 lid 1 RO (Beoordeling van klachten in cassatie) De Hoge Raad heeft de klachten van de werkneemster beoordeeld, maar heeft geconcludeerd dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad hoefde niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen, aangezien de beoordeling van de klachten niet van belang is voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht.

Conclusie

De Hoge Raad heeft het beroep van de werkneemster verworpen en geconcludeerd dat de eerdere beschikking van het gerechtshof Den Haag, waarin een uitzondering op het opzegverbod tijdens ziekte werd bevestigd, standhoudt. De werkneemster is veroordeeld in de proceskosten in cassatie.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [werkneemster]
  • Gedaagde: Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam

De werkneemster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag, waarin haar verzoek werd afgewezen.

De werkgever heeft verzocht het beroep te verwerpen.

Tijdlijn

  1. 06-07-2021 De kantonrechter te Rotterdam geeft een beschikking in de zaak 9096001 VZ VERZ 21-3881 tussen de werkneemster en de werkgever.
  2. 03-05-2022 Het gerechtshof Den Haag geeft een beschikking in de zaak 200.300.895/01 waarbij de uitspraak van de kantonrechter wordt behandeld.
  3. 14-04-2023 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de werkneemster tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag. De Hoge Raad veroordeelt de werkneemster in de kosten van het geding in cassatie, begroot op โ‚ฌ 857,-- aan verschotten en โ‚ฌ 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan.