Niet-toegestane betalingstransacties moeten worden vergoed, tenzij grove nalatigheid van de gebruiker bewezen is.

Hoge Raad · 21 mei 2021 · Cassatie · Civiel recht; Verbintenissenrecht

Verbintenissenrecht. Afboekingen vanaf bankrekening waarvoor cliënt geen toestemming heeft gegeven; aansprakelijkheid bank? Richtlijn betaaldiensten 2007/64/EG (PSD1); Titel 7B van Boek 7 BW. Authenticatie door de bank (art. 7:527 BW, art. 59 PSD1). Grove nalatigheid cliënt? Verplichting cliënt om bank 'onverwijld' in kennis te stellen van het onrechtmatig gebruik (art. 7:524 en 7:526 BW, art. 56 en 58 PSD1).

Rechtsvraag

Moet ING Bank N.V. het bedrag van niet-toegestane betalingstransacties terugbetalen aan [verweerder], ondanks het feit dat de transacties zijn uitgevoerd met gebruikmaking van de tussen partijen overeengekomen procedure en authenticatie?

Regel

  • Art. 7:522 BW (PSD1) (Betalingstransactie alleen toegestaan met instemming betaler)
  • Art. 7:524 BW (PSD1) (Verplichtingen betaaldienstgebruiker bij gebruik betaalinstrument)
  • Art. 7:526 BW (PSD1) (Rectificatie niet-toegestane betalingstransactie bij tijdige kennisgeving)
  • Art. 7:527 BW (PSD1) (Bewijslast betaaldienstverlener bij ontkenning instemming betalingstransactie)
  • Art. 7:528 BW (PSD1) (Terugbetaling niet-toegestane betalingstransactie door betaaldienstverlener)
  • Art. 7:529 BW (PSD1) (Verliesdragen niet-toegestane betalingstransacties door betaler bij grove nalatigheid)
  • Art. 7:550 BW (Afwijken ten nadele consument niet toegestaan)

Toepassing

  • Art. 7:522 BW (PSD1) (Betalingstransactie alleen toegestaan met instemming betaler) De Hoge Raad oordeelde dat ondanks dat de overboekingen volgens de overeengekomen procedure en met authenticatie zijn uitgevoerd, deze nog steeds als niet-toegestane transacties konden worden aangemerkt, omdat [verweerder] geen instemming had verleend. Dit volgt ook uit de regeling van art. 7:529 BW, waarin wordt bepaald dat er sprake kan zijn van een niet-toegestane betaling als een derde op onrechtmatige wijze gebruikmaakt van een betaalinstrument. Rechtsoverweging 3.2.2.
  • Art. 7:524 BW (PSD1) (Verplichtingen betaaldienstgebruiker bij gebruik betaalinstrument) [verweerder] had de verplichting om de veiligheid van zijn betaalinstrument te waarborgen en ING onverwijld op de hoogte te stellen van misbruik. Het hof oordeelde dat [verweerder] niet met grove nalatigheid heeft gehandeld omdat hij geen redenen had om te verwachten dat zijn stiefzoon misbruik zou maken. ING heeft niet aangetoond dat [verweerder] deze verplichtingen heeft geschonden. Rechtsoverweging 3.9.
  • Art. 7:526 BW (PSD1) (Rectificatie niet-toegestane betalingstransactie bij tijdige kennisgeving) Het hof stelde vast dat [verweerder] onverwijld na thuiskomst uit Spanje ING op de hoogte stelde van het misbruik, conform de wettelijke vereisten. Hierdoor had [verweerder] recht op rectificatie van de niet-toegestane transacties. Rechtsoverweging 3.12.
  • Art. 7:527 BW (PSD1) (Bewijslast betaaldienstverlener bij ontkenning instemming betalingstransactie) ING moest bewijzen dat de transacties geauthenticeerd en correct uitgevoerd waren. Echter, het hof oordeelde dat zelfs als de handtekeningen overeenkwamen, dit niet voldoende was om aan te tonen dat [verweerder] instemde met de transacties. Rechtsoverweging 3.2.2.
  • Art. 7:528 BW (PSD1) (Terugbetaling niet-toegestane betalingstransactie door betaaldienstverlener) Gezien het feit dat er geen grove nalatigheid was aan de zijde van [verweerder], was ING verplicht om de bedragen van de niet-toegestane betalingen onmiddellijk terug te betalen. Rechtsoverweging 3.14.
  • Art. 7:529 BW (PSD1) (Verliesdragen niet-toegestane betalingstransacties door betaler bij grove nalatigheid) Het hof oordeelde dat [verweerder] niet met grove nalatigheid zijn verplichtingen heeft geschonden, waardoor hij niet verantwoordelijk was voor de verliezen. ING kon niet bewijzen dat [verweerder] nalatig was. Rechtsoverweging 3.13.

Conclusie

De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat ING het bedrag van de niet-toegestane betalingstransacties aan [verweerder] moet terugbetalen, omdat er geen sprake was van grove nalatigheid van de kant van [verweerder] en ING niet kon aantonen dat [verweerder] zijn verplichtingen had geschonden.

Partijen en standpunten

  • Eiser: ING BANK N.V.
  • Gedaagde: [verweerder]

ING betwist dat de overboekingen zonder instemming van [verweerder] plaatsvonden en beroept zich op de authenticatie van de transacties.

[verweerder] stelt dat de overboekingen zonder zijn toestemming plaatsvonden en vordert terugbetaling van de afgeschreven bedragen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1970 [verweerder] beschikt sinds de jaren zeventig over een betaalrekening bij (de rechtsvoorgangster van) ING, met daaraan gekoppeld twee spaarrekeningen: een Kwartaalextrarekening en een Bonusrenterekening.
  2. 02-10-2010 [verweerder] vertrekt voor vakantie naar Spanje met zijn camper, gedurende de periode van 2 oktober 2010 tot 5 april 2011.
  3. 28-11-2010 Op naam van [verweerder] is een PayPal account aangemaakt die werd gekoppeld aan zijn betaalrekening bij ING.
  4. 27-12-2010 Een bedrag van € 1.000,-- is overgeboekt van de Kwartaalextrarekening naar de betaalrekening van [verweerder].
  5. 29-12-2010 Een bedrag van € 5.790,35 is overgeboekt van de Bonusrenterekening naar de betaalrekening van [verweerder].
  6. 20-01-2011 Een bedrag van € 17.405,20 is overgeboekt van de Kwartaalextrarekening naar de betaalrekening van [verweerder].
  7. 22-02-2011 Tussen 12 november 2010 en 22 februari 2011 hebben vanaf de betaalrekening van [verweerder] afschrijvingen plaatsgevonden aan diverse postorder- en andere bedrijven en aan de PayPal account, voor een totaalbedrag van € 25.988,27.
  8. 05-04-2011 [verweerder] keert terug naar huis na zijn vakantie in Spanje.
  9. 12-04-2011 [verweerder] begint zijn administratie op orde te brengen en ontdekt dat zijn banksaldo veel lager is dan verwacht.
  10. 15-04-2011 [verweerder] doet aangifte van diefstal van geld vanaf zijn bankrekeningen bij de politie.
  11. 27-04-2011 [verweerder] meldt aan ING dat zonder zijn instemming afboekingen van zijn betaalrekening hebben plaatsgevonden gedurende zijn vakantie.
  12. 08-04-2015 ING informeert de raadsman van [verweerder] dat de overboekingen van de spaarrekeningen naar de betaalrekening telefonisch zijn gedaan na het beantwoorden van controlevragen.