Bedrog in arbitrage kan zowel in vernietigings- als herroepingsprocedure worden aangevoerd.
Procesrecht. Internationale arbitrage. Verdrag inzake het Energiehandvest (Energy Charter Treaty, ECT). Weens Verdragenverdrag. Vordering tot vernietiging arbitrale vonnissen (Yukos Awards) op de voet van art. 1065 (oud) Rv. Verhouding vernietigingsprocedure en herroepingsprocedure (art. 1064 (oud) Rv); kan bedrog in de arbitrageprocedure alleen in een herroepingsprocedure aan de orde worden gesteld? Bevoegdheid arbiters; is de Russische Federatie gebonden aan voorlopige toepassing van art. 26 ECT, dat internationale arbitrage over investeringsgeschillen mogelijk maakt? Uitleg van art. 45 ECT ('Provisional application') en van de daarin voorkomende 'Limitation Clause'. Uitleg begrippen 'Investering' en 'Investeerder' (art. 1 leden 6 en 7 ECT). Hebben de gestelde illegale handelingen gevolgen voor de vernietigbaarheid van de arbitrale vonnissen? Schond het scheidsgerecht zijn opdracht door geen advies te vragen aan de relevante belastingautoriteiten (art. 21 lid 5 ECT)?
Rechtsvraag
De centrale vraag is of de door het scheidsgerecht gewezen arbitrale vonnissen moeten worden vernietigd op grond van diverse door de Russische Federatie aangevoerde vernietigingsgronden, waaronder het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst, schending van de opdracht door het scheidsgerecht, en strijd met de openbare orde.
Regel
- Art. 1065 lid 1 (oud) Rv (Vernietigingsgronden arbitraal vonnis)
- Art. 1 lid 6 ECT (Definitie van 'Investering')
- Art. 1 lid 7 ECT (Definitie van 'Investeerder')
- Art. 26 ECT (Geschilbeslechting tussen een verdragsluitende staat en een investeerder)
- Art. 45 lid 1 ECT (Voorlopige toepassing van het verdrag)
- Art. 21 lid 5 ECT (Belastingmaatregelen en onteigening)
Toepassing
- Art. 1065 lid 1 (oud) Rv (Vernietigingsgronden arbitraal vonnis) De Hoge Raad oordeelt dat de Russische Federatie terecht heeft aangevoerd dat de gronden die zij stelt, ook kunnen leiden tot vernietiging op de grond dat het vonnis in strijd is met de openbare orde. De Hoge Raad stelt dat bedrog tijdens de arbitrageprocedure ook een geldige grond kan zijn voor vernietiging op basis van art. 1065 lid 1 (oud) Rv. Dit blijkt uit rechtsoverwegingen 5.1.3-5.1.12 en 5.1.19.
- Art. 1 lid 6 ECT (Definitie van 'Investering') Het Hof oordeelt dat de aandelen in Yukos die HVY houden, voldoen aan de definitie van 'Investering' zoals neergelegd in art. 1 lid 6, onder b, ECT. De aandelen zijn een vorm van activa die eigendom zijn van HVY, een investeerder uit een andere verdragsluitende staat. Dit blijkt uit rechtsoverwegingen 5.3.5-5.3.7.
- Art. 1 lid 7 ECT (Definitie van 'Investeerder') Het Hof oordeelt dat HVY voldoet aan de definitie van 'Investeerder' zoals neergelegd in art. 1 lid 7 ECT, omdat zij vennootschappen zijn die zijn opgericht volgens het recht van Cyprus en Isle of Man, verdragsluitende partijen bij de ECT. Dit blijkt uit rechtsoverwegingen 5.3.5-5.3.7.
- Art. 26 ECT (Geschilbeslechting tussen een verdragsluitende staat en een investeerder) Het Hof oordeelt dat art. 26 ECT van toepassing is omdat het geschil betrekking heeft op een investering van HVY in de Russische Federatie. HVY zijn investeerders uit verdragsluitende staten en de aandelen in Yukos vormen een investering in de zin van de ECT. Dit blijkt uit rechtsoverwegingen 5.3.5-5.3.7.
- Art. 45 lid 1 ECT (Voorlopige toepassing van het verdrag) Het Hof oordeelt dat de Russische Federatie gebonden is aan de voorlopige toepassing van art. 26 ECT omdat de voorlopige toepassing van deze bepaling niet in strijd is met de 'constitution, laws or regulations' van de Russische Federatie. Dit blijkt uit rechtsoverwegingen 5.2.10-5.2.17.
- Art. 21 lid 5 ECT (Belastingmaatregelen en onteigening) Het Hof oordeelt dat het scheidsgerecht niet ernstig genoeg heeft gehandeld door het geschil over de belastingmaatregelen niet voor te leggen aan de belastingautoriteiten, omdat niet aannemelijk is geworden dat de Russische Federatie hierdoor nadeel heeft ondervonden. Dit blijkt uit rechtsoverwegingen 5.5.3-5.5.7.
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof Den Haag van 25 september 2018 en 18 februari 2020 en verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de Russische Federatie over de vernietigingsgronden deels terecht zijn, met name wat betreft de mogelijkheid om bedrog aan te voeren als grond voor vernietiging van de arbitrale vonnissen.
Partijen en standpunten
- Eiser: De Russische Federatie
- Gedaagde: Veteran Petroleum Limited (VPL), Yukos Universal Limited (YUL), Hulley Enterprises Limited (Hulley)
De Russische Federatie vordert vernietiging van de arbitrale vonnissen wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst, onregelmatige samenstelling van het scheidsgerecht, schending van de opdracht, gebrek aan motivering en strijd met de openbare orde en goede zeden.
HVY betwisten de vernietigingsgronden en stellen dat de arbitrale vonnissen geldig zijn. Zij stellen dat de Russische Federatie gebonden is aan de ECT en dat de arbitrale vonnissen correct zijn gewezen.
Wetsartikelen
- art. 81 lid 1 RO
- art. 1065 lid 1 Rv
- art. 1068 lid 1 Rv
- art. 1068 Rv
- art. 1064 Rv
- art. 130 lid 1 Rv
- art. 267 lid 3 VWEU
- art. 79 lid 1 RO
- art. 130 Rv
- art. 1068 lid 3 Rv
- art. 1067 Rv
- art. 1064 lid 3 Rv
- art. 1068 lid 2 Rv
- art. 1064 lid 5 Rv
- art. 383 lid 1 Rv
- art. 1064 lid 2 Rv
- art. 1064a lid 1 Rv
- art. 1052 lid 1 Rv
- art. 1065 Rv
Tijdlijn
- 01-08-2006 Yukos Oil Company, een in de Russische Federatie gevestigde oliemaatschappij, is failliet verklaard.
- 21-11-2007 Yukos is uit het Russische handelsregister geschrapt.
- 2004 HVY hebben een arbitrageprocedure op de voet van art. 26 ECT aanhangig gemaakt tegen de Russische Federatie, waarin zij schadevergoeding vorderen wegens onteigening van hun investeringen in Yukos.
- 30-11-2009 Het scheidsgerecht heeft in drie afzonderlijke interim awards geoordeeld over preliminaire verweren van de Russische Federatie, waaronder bevoegdheids- en ontvankelijkheidsverweren, en bepaalde deze deels aan te houden tot de inhoudelijke fase van het geding.
- 18-07-2014 Het scheidsgerecht heeft in drie afzonderlijke final awards de resterende bevoegdheids- en ontvankelijkheidsverweren van de Russische Federatie verworpen, geoordeeld dat de Russische Federatie haar verplichtingen onder art. 13 lid 1 ECT heeft geschonden, en de Russische Federatie veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan HVY.
- 11-03-2015 De rechtbank Den Haag heeft de vordering van de Russische Federatie tot vernietiging van de arbitrale vonnissen toegewezen wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst.
- 08-07-2015 De rechtbank Den Haag heeft een tweede vonnis uitgesproken in deze zaak.
- 20-04-2016 De rechtbank Den Haag heeft een derde vonnis uitgesproken in deze zaak.
- 11-10-2016 Het gerechtshof Den Haag heeft een tussenarrest uitgesproken waarin het bezwaar van HVY tegen bepaalde eiswijzigingen van de Russische Federatie gegrond is bevonden.
- 25-09-2018 Het gerechtshof Den Haag heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van de Russische Federatie afgewezen.
- 18-02-2020 Het gerechtshof Den Haag heeft een tweede eindarrest uitgesproken in deze zaak.
- 05-11-2021 De Hoge Raad heeft de arresten van het gerechtshof Den Haag van 25-09-2018 en 18-02-2020 vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.