Bewijsminimum artikel 342 lid 2 Sv vereist steun in ander bewijs dan getuigenverklaring.

Hoge Raad ยท 14 april 2020 ยท Cassatie ยท Strafrecht

Schennis van de eerbaarheid door op straat geslachtsdeel te tonen aan voorbijganger, art. 239.1 Sr. Unus testis, art. 342.2 Sv. Vindt verklaring aangeefster voldoende steun in aanwezigheid verdachte vlakbij (beweerde) plaats delict kort na voorval en omstandigheid dat aangeefster kort na voorval heeft gebeld met politie en haar echtgenoot? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. โ€˜s Hofs oordeel dat bewijs dat verdachte het tlgd. heeft begaan niet alleen kan worden aangenomen o.g.v. hetgeen aangeefster heeft verklaard maar dat door haar vermelde f&o voldoende steun vinden in nader aangeduid ander bewijsmateriaal, is niet z.m. begrijpelijk. Voor dergelijke steun volstaan immers niet de door hof in dit verband in aanmerking genomen aanwezigheid van verdachte in de nabijheid van beweerde plaats delict kort nadat tlgd. voorval zich had voorgedaan, terwijl dat niet anders wordt door enkele omstandigheid dat aangeefster kort na tlgd. voorval telefonisch contact heeft gezocht met politie en met haar echtgenoot. Volgt partiรซle vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

Rechtsvraag

Heeft het hof terecht geoordeeld dat aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering is voldaan, waardoor de verdachte schuldig kan worden bevonden aan het plegen van openbare schennis?

Regel

  • art. 342 lid 2, Wetboek van Strafvordering (Sv) (Bewijsminimumregel: een verklaring van รฉรฉn getuige behoeft steunbewijs)

Toepassing

  • art. 342 lid 2, Wetboek van Strafvordering (Sv) (Bewijsminimumregel: een verklaring van รฉรฉn getuige behoeft steunbewijs) Het hof baseerde zijn bewijs voor de bewezenverklaring van openbare schennis niet alleen op de verklaring van de getuige [slachtoffer 2], maar vond dat er voldoende steunbewijs was in de vorm van de aanwezigheid van de verdachte in de nabijheid van de plaats delict kort na het voorval. De Hoge Raad acht dit oordeel echter onbegrijpelijk omdat de enkele aanwezigheid van de verdachte onvoldoende is als steunbewijs. Er is geen nadere motivering gegeven door het hof waarom de aanwezigheid van de verdachte als voldoende steunbewijs kan worden beschouwd, zoals vereist door artikel 342 lid 2 Sv. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452) die stelt dat de feitenrechter zijn oordeel nader moet motiveren wanneer het bewijs minimum ter discussie staat.

Conclusie

De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof dat aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, niet begrijpelijk is. De enkele aanwezigheid van de verdachte in de nabijheid van de plaats delict is onvoldoende als steunbewijs. Daarom vernietigt de Hoge Raad de uitspraak van het hof voor wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde feit en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Verdachte
  • Gedaagde: Openbaar Ministerie

De verdachte stelt dat het oordeel van het hof over het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv onjuist of onbegrijpelijk is.

Het OM stelt dat het hof correct heeft geoordeeld en dat het bewijs voldoende was om tot een veroordeling te komen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 12-03-2017 De verdachte toont zijn ontblote geslachtsdeel aan [slachtoffer 2] op de Thomas de Keyserstraat en/of de Cornelis Troostlaan in Enschede. [Slachtoffer 2] belt vervolgens de politie om aangifte te doen.
  2. 13-03-2017 [Slachtoffer 2] doet aangifte bij de politie en verklaart over het incident dat op 12 maart 2017 plaatsvond.
  3. 12-03-2017 De politie ontvangt een melding en start een onderzoek. Verbalisanten treffen een man aan die voldoet aan het signalement van de verdachte in de buurt van de plaats-delict.
  4. 01-02-2019 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden doet uitspraak in de strafzaak en acht de verdachte schuldig aan schennis van de eerbaarheid op 12 maart 2017.
  5. 14-04-2020 De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het gerechtshof ten aanzien van de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting.

strafrecht ยท bewijsrecht ยท cassatie