Elektronische handtekening op geneeskundige verklaring kan gelijkwaardig zijn aan handgeschreven handtekening bij voldoende waarborgen.
Wet Bopz. Machtiging tot voortgezet verblijf. Geneeskundige verklaring, art. 16 lid 1 Wet Bopz. Toelaatbaarheid elektronische ondertekening. Aan elektronische handtekening te stellen eisen. Overeenkomstige toepassing art. 3:15a BW. Verplichting ambtshalve te onderzoeken of handtekening door geneesheer-directeur zelf is geplaatst? Zelfde benadering bij voorlopige machtiging (art. 4 en art. 5 lid 1 Wet Bopz).
Rechtsvraag
De rechtsvraag is of de rechtbank de geneeskundige verklaring bij de beoordeling kon betrekken, ondanks dat deze elektronisch is ondertekend, en of deze elektronische handtekening voldoet aan de eisen van art. 16 lid 1 Wet Bopz.
Regel
- art. 16 lid 1 Wet Bopz (vereist een verklaring van de geneesheer-directeur bij een verzoek om machtiging tot voortgezet verblijf)
- art. 3:15a BW (bepaalt onder welke omstandigheden een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen heeft als een handgeschreven handtekening)
- eIDAS-Verordening (definieert en reguleert elektronische handtekeningen binnen de EU)
Toepassing
- art. 16 lid 1 Wet Bopz (vereist een verklaring van de geneesheer-directeur bij een verzoek om machtiging tot voortgezet verblijf) De rechtbank heeft de geneeskundige verklaring met elektronische handtekening bij de beoordeling betrokken. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet ambtshalve hoeft te onderzoeken of de handtekening door de geneesheer-directeur zelf is geplaatst als daar geen verweer tegen is gevoerd. In deze zaak is door betrokkene geen verweer gevoerd over de ondertekening, daarom hoefde de rechtbank dit niet te onderzoeken.
- art. 3:15a BW (bepaalt onder welke omstandigheden een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen heeft als een handgeschreven handtekening) Volgens art. 3:15a BW kan een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen hebben als een handgeschreven handtekening als deze voldoende betrouwbaar is. De Hoge Raad stelt dat voor geneeskundige verklaringen een geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening vereist is, die vergelijkbare waarborgen biedt als een handgeschreven handtekening.
- eIDAS-Verordening (definieert en reguleert elektronische handtekeningen binnen de EU) De eIDAS-Verordening maakt onderscheid tussen verschillende typen elektronische handtekeningen. De Hoge Raad verwijst naar deze verordening om te bepalen dat een geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening vereist is voor de geneeskundige verklaring, omdat deze voldoende betrouwbaar moet zijn.
Conclusie
De Hoge Raad verwerpt het beroep en oordeelt dat de rechtbank terecht de geneeskundige verklaring bij de beoordeling heeft betrokken, ondanks de elektronische ondertekening, omdat er geen verweer tegen de ondertekening was gevoerd. De elektronische handtekening voldeed aan de vereisten van art. 16 lid 1 Wet Bopz en art. 3:15a BW in combinatie met de eIDAS-Verordening.
Partijen en standpunten
- Eiser: [betrokkene]
- Gedaagde: De Officier van Justitie bij het Arrondissementsparket Amsterdam
Betrokkene betwistte de geestelijke stoornis en de aanwezigheid van gevaar zoals omschreven in de geneeskundige verklaring en stelde dat de elektronische handtekening op deze verklaring niet voldeed aan de eisen van art. 16 lid 1 Wet Bopz.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 23-11-2018 De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis heeft een geneeskundige verklaring ondertekend waarin wordt geadviseerd tot voortgezet verblijf van betrokkene in het ziekenhuis. De verklaring is digitaal ondertekend.
- 21-12-2018 De rechtbank Amsterdam heeft de machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis verleend. Tijdens de zitting waren de betrokkene, zijn advocaat, de behandelend psychiater en de groepsbegeleider aanwezig. De advocaat van betrokkene heeft verschillende verweren gevoerd, waaronder het betwisten van de geestelijke stoornis en het gevaar, en heeft verzocht om de duur van de machtiging te beperken tot zes maanden.
- Onbekend Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam. Het cassatierekest is aan de beschikking gehecht.
- 14-06-2019 De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van betrokkene verworpen. De klachten van betrokkene over de digitale ondertekening van de geneeskundige verklaring zijn niet gehonoreerd, aangezien de rechtbank niet ambtshalve hoefde te onderzoeken of de handtekening daadwerkelijk van de geneesheer-directeur afkomstig was, omdat daarover geen verweer was gevoerd.