Werkgever moet slapend dienstverband beëindigen bij wens werknemer, tenzij gerechtvaardigd belang voortzetting.

Hoge Raad · 8 november 2019 · Prejudiciële beslissing · Civiel recht; Arbeidsrecht

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. 'Slapend dienstverband'. Is werkgever verplicht om na twee jaar arbeidsongeschiktheid van werknemer in te stemmen met voorstel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van een vergoeding? Leent de maatstaf van HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847 (Stoof/Mammoet) zich voor 'omgekeerde toepassing'? Verplichting op grond van art. 7:611 BW (goed werkgeverschap)? Invoering van de Wet compensatie transitievergoeding.

Rechtsvraag

Moet een werkgever op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) instemmen met een voorstel van de werknemer om een 'slapend dienstverband' te beëindigen onder toekenning van een vergoeding ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding?

Regel

  • art. 7:611 BW (goed werkgeverschap)
  • art. 7:669 lid 3, onder b, BW (ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid)
  • art. 7:673 BW (transitievergoeding)
  • art. 7:673e BW (compensatieregeling transitievergoeding)
  • HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847 (Stoof/Mammoet)

Toepassing

  • art. 7:611 BW (goed werkgeverschap) De Hoge Raad stelt dat de norm van goed werkgeverschap inhoudt dat een 'slapend dienstverband' in beginsel behoort te worden beëindigd als de werknemer dat wenst en de werkgever geen redelijk belang heeft bij voortduring daarvan. Daarbij moet de werkgever een vergoeding aan de werknemer toekennen ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding.
  • art. 7:669 lid 3, onder b, BW (ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid) De Hoge Raad benadrukt dat als is voldaan aan de vereisten voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, de werkgever op grond van goed werkgeverschap gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.
  • art. 7:673 BW (transitievergoeding) Volgens de Hoge Raad moet de vergoeding die de werkgever aan de werknemer toekent ten minste gelijk zijn aan het bedrag aan transitievergoeding dat verschuldigd zou zijn bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag na die waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst zou kunnen beëindigen.
  • art. 7:673e BW (compensatieregeling transitievergoeding) De Hoge Raad geeft aan dat de compensatieregeling beoogt te voorkomen dat de kosten voor de werkgever cumuleren door de loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid en de betaling van de transitievergoeding. De werkgever moet de vergoeding voorfinancieren totdat de compensatieregeling in werking treedt.
  • HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847 (Stoof/Mammoet) De Hoge Raad oordeelt dat de maatstaf van het arrest Stoof/Mammoet niet geschikt is voor 'omgekeerde toepassing' bij de beoordeling of een werkgever gehouden is een voorstel van de werknemer tot beëindiging van een 'slapend dienstverband' te aanvaarden. De positie van de werkgever verschilt te veel van die van de werknemer.

Conclusie

De Hoge Raad concludeert dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer om een 'slapend dienstverband' te beëindigen, onder toekenning van een vergoeding ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding, tenzij de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij voortduring van de arbeidsovereenkomst.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [Naam van de eiser(s)]
  • Gedaagde: Xella Kalkzandsteenfabriek De Hazelaar B.V.

De eiser stelt dat de gedaagde de norm van goed werkgeverschap heeft geschonden door niet in te stemmen met het beëindigen van het slapend dienstverband onder toekenning van een transitievergoeding. De eiser vordert een voorschot op schadevergoeding van € 25.000,--.

De gedaagde heeft het voorstel van de werknemer om het slapend dienstverband te beëindigen en een transitievergoeding toe te kennen, afgewezen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1986 De werknemer treedt in dienst bij Xella Kalkzandsteenfabriek de Hazelaar B.V. als allround monteur/specialist.
  2. 2009 De werknemer loopt rugklachten op tijdens de uitvoering van zijn werk en wordt vervolgens aan zijn rug geopereerd.
  3. 2010 De werknemer hervat zijn werkzaamheden na de rugoperatie.
  4. 01-2016 De werknemer raakt opnieuw arbeidsongeschikt vanwege terugkerende rugpijn.
  5. 09-01-2018 De werknemer ontvangt een WIA-uitkering (IVA) en wordt 80-100% duurzaam arbeidsongeschikt verklaard.
  6. 09-01-2018 De werknemer doet Xella meerdere keren het voorstel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van een transitievergoeding. Xella wijst deze voorstellen telkens af.
  7. 10-04-2019 De kantonrechter te Roermond stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de beëindiging van een 'slapend dienstverband'.
  8. 10-04-2019 De werknemer vordert in kort geding veroordeling van Xella tot betaling van € 25.000,-- als voorschot op schadevergoeding omdat Xella de norm van goed werkgeverschap zou hebben geschonden.
  9. 08-11-2019 De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen en stelt dat een werkgever in beginsel moet instemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van een 'slapend dienstverband' onder toekenning van een vergoeding gelijk aan de transitievergoeding, tenzij de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij voortduring van de arbeidsovereenkomst.