Werkgever moet uitzonderingen op normloon cao bewijzen voor lagere salariëring.

Hoge Raad · 30 augustus 2019 · Cassatie · Civiel recht; Arbeidsrecht

Arbeidsrecht. Procesrecht. Bewijslast met betrekking tot voldoen aan functie-eisen met het oog op salariëring. Betekenis van bepaling in algemeen verbindend verklaarde cao voor bewijslastverdeling (art. 150 Rv).

Rechtsvraag

Is het gerechtshof terecht tot het oordeel gekomen dat de werknemer de bewijslast draagt voor het voldoen aan de functie-eisen om aanspraak te maken op het normloon conform de cao?

Regel

  • Art. 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (hoofdregel van bewijslastverdeling)
  • Art. 10 cao voor de Houtverwerkende Industrie (regeling van loongroepen en normloon)
  • Art. 79 Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO) (algemeen verbindend verklaarde bepalingen als recht)

Toepassing

  • Art. 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (hoofdregel van bewijslastverdeling) Het hof oordeelde dat volgens art. 150 Rv de bewijslast op de werknemer rust om aan te tonen dat hij aan de functie-eisen voldeed en dus aanspraak maakte op het normloon. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof ten onrechte de bewijslast bij de werknemer heeft gelegd; de werkgever dient te bewijzen dat een uitzonderingsregel op de norm geldt.
  • Art. 10 cao voor de Houtverwerkende Industrie (regeling van loongroepen en normloon) Volgens art. 10 cao heeft een werknemer die aan de functie-eisen voldoet recht op het normloon. De Hoge Raad concludeert dat het aan de werkgever is om te bewijzen dat de werknemer niet aan deze eisen voldoet. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat het bewijsaanbod van de werknemer onvoldoende specifiek was en dat daarom niet werd toegekomen aan bewijslevering.
  • Art. 79 Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO) (algemeen verbindend verklaarde bepalingen als recht) De cao is in de relevante periodes algemeen verbindend verklaard en vormt dus recht in de zin van art. 79 RO. Het hof had deze bepalingen als zodanig moeten toepassen.

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof, omdat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de werknemer de bewijslast droeg voor het voldoen aan de functie-eisen. De werkgever dient te bewijzen dat een uitzondering op het normloon van toepassing is. Het geding wordt verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [de werknemer]
  • Gedaagde: LAPACK B.V.

De werknemer vordert betaling van het verschil in salaris en vakantietoeslag conform de cao over zijn dienstverbanden.

Lapack betwist de vordering en stelt dat de werknemer niet voldeed aan de functie-eisen, rechtvaardigend een lagere inschaling.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 15-05-2009 De werknemer begint zijn werkzaamheden voor Lapack als uitzendkracht.
  2. 01-05-2010 De werknemer begint een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die duurt tot 30 april 2011.
  3. 01-05-2011 De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt verlengd tot 30 april 2012.
  4. 27-08-2012 De werknemer gaat opnieuw een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan, die loopt tot 26 augustus 2013.
  5. 27-08-2013 De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt verlengd tot 26 augustus 2014.
  6. 13-10-2014 FNV stuurt namens de werknemer een brief aan Lapack met de constatering dat de werknemer niet conform de cao is betaald en verzoekt om betaling van het berekende achterstallige salaris en vakantietoeslag.
  7. 20-05-2015 De kantonrechter in Groningen wijst de vordering van de werknemer grotendeels toe.
  8. 28-10-2015 De kantonrechter in Groningen wijzigt zijn eerdere vonnis.
  9. 09-12-2015 De kantonrechter in Groningen wijzigt opnieuw zijn eerdere vonnis.
  10. 15-03-2016 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de werknemer tot terugbetaling.
  11. 27-03-2018 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden herbevestigt zijn eerdere beslissing.
  12. 30-08-2019 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 maart 2018 en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.