Uitsluiting transitievergoeding bij AOW-leeftijd is geen verboden leeftijdsdiscriminatie.

Hoge Raad · 20 april 2018 · Prejudiciële beslissing · Civiel recht

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht, Wwz. Transitievergoeding (art. 7:673 BW). Uitsluiting van werknemers die AOW-leeftijd hebben bereikt van recht op transitievergoeding (art. 7:673 lid 7, onder b, BW). Strijd met Richtlijn 2000/78/EG? Directe leeftijdsdiscriminatie; gerechtvaardigd door legitiem doel? Is de maatregel passend en noodzakelijk?

Rechtsvraag

Is artikel 7:673 lid 7, aanhef en onder b, BW in strijd met richtlijn 2000/78/EG door een direct op leeftijd gegrond verschil in behandeling te maken, en zo ja, moet de kantonrechter deze bepaling dan buiten toepassing laten?

Regel

  • art. 7:673 lid 7, aanhef en onder b, BW (uitsluiting transitievergoeding bij AOW-leeftijd)
  • Richtlijn 2000/78/EG (algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep)
  • art. 6 lid 1 Richtlijn 2000/78/EG (objectieve rechtvaardiging van leeftijdsdiscriminatie)

Toepassing

  • art. 7:673 lid 7, aanhef en onder b, BW (uitsluiting transitievergoeding bij AOW-leeftijd) De Hoge Raad overweegt dat art. 7:673 lid 7, aanhef en onder b, BW, dat geen recht op een transitievergoeding geeft voor werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, een direct op leeftijd gegrond verschil in behandeling maakt en dus directe discriminatie inhoudt. Echter, de uitsluiting is gerechtvaardigd omdat de wetgever beoogt te voorkomen dat de transitievergoeding toekomt aan personen die niet langer op arbeid zijn aangewezen voor hun levensonderhoud. Dit doel is legitiem en de maatregel is passend en noodzakelijk omdat het voorkomt dat de vergoeding aan een niet bedoelde groep wordt toegekend. (Rechtsoverwegingen 3.3.4 t/m 3.3.12)
  • Richtlijn 2000/78/EG (algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep) De Richtlijn verbiedt directe en indirecte discriminatie op basis van leeftijd. Echter, art. 6 lid 1 van de Richtlijn staat toe dat verschillen op basis van leeftijd gerechtvaardigd kunnen worden door een legitiem doel. De Hoge Raad concludeert dat het uitsluiten van de transitievergoeding voor AOW-gerechtigde werknemers gerechtvaardigd is omdat de wetgever een legitiem doel heeft: het verminderen van kosten voor werkgevers en het niet toekennen van vergoedingen aan personen die niet op arbeid zijn aangewezen voor levensonderhoud. (Rechtsoverwegingen 3.3.3 t/m 3.3.11)
  • art. 6 lid 1 Richtlijn 2000/78/EG (objectieve rechtvaardiging van leeftijdsdiscriminatie) De Hoge Raad stelt dat de uitsluiting van de transitievergoeding voor werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel. De middelen zijn passend en noodzakelijk omdat ze bijdragen aan het verminderen van de kosten voor werkgevers en omdat de betrokken werknemers in de regel niet langer op arbeid zijn aangewezen voor hun levensonderhoud. (Rechtsoverwegingen 3.3.5 t/m 3.3.12)

Conclusie

De Hoge Raad concludeert dat art. 7:673 lid 7, aanhef en onder b, BW, niet in strijd is met Richtlijn 2000/78/EG omdat de uitsluiting van de transitievergoeding voor werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, gerechtvaardigd is door een legitiem doel en de middelen passend en noodzakelijk zijn. Er is geen ruimte voor een individuele toetsing in dit verband.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [verzoeker]
  • Gedaagde: Stichting Diakonessenhuis

[verzoeker] stelt dat artikel 7:673 lid 7, onder b, BW een verboden onderscheid naar leeftijd maakt en vordert een transitievergoeding van € 48.216,--.

Het Diakonessenhuis voert aan dat de uitsluiting van de transitievergoeding voor werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, gerechtvaardigd is.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-01-1995 [verzoeker] treedt in dienst bij het Diakonessenhuis en vervult uiteindelijk de functie van PSA-adviseur.
  2. 14-11-2016 De arbeidsovereenkomst van [verzoeker] eindigt wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. [verzoeker] ontvangt vanaf deze datum pensioen en een volledige AOW-uitkering.
  3. 30-06-2017 De kantonrechter te Utrecht doet een eerste beschikking in zaak 5715443 UE VERZ 17-68 M/30364.
  4. 19-07-2017 De kantonrechter te Utrecht doet een tweede beschikking en stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad omtrent de toepasselijkheid van art. 7:673 lid 7, aanhef en onder b, BW.
  5. 23-02-2018 De advocaat van [verzoeker] reageert op de conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman, die strekt tot beantwoording van de prejudiciële vragen.
  6. 20-04-2018 De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen en concludeert dat art. 7:673 lid 7, aanhef en onder b, BW geen verboden discriminatie oplevert volgens Richtlijn 2000/78/EG.