Polisvoorwaarde voor vaststelling arbeidsongeschiktheid niet oneerlijk; verzekerde kan bezwaar maken en rechterlijke toetsing vragen.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verzekeringsrecht; consumentenrecht. Arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandige. Beding in de polisvoorwaarden dat de mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op basis van rapportage van door de verzekeraar aangewezen deskundigen, en dat de verzekerde geacht wordt de vaststelling van de verzekeraar te hebben aanvaard als niet binnen 30 dagen bezwaar is gemaak. Is dat beding oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13 /EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten? Uitleg van het beding. Is verzekeringnemer consument in de zin van de richtlijn? .
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of artikel 14 van de polisvoorwaarden van de arbeidsongeschiktheidsverzekering een oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG, zowel ten aanzien van het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid door door Nationale-Nederlanden aangewezen deskundigen, als ten aanzien van de bezwaartermijn van 30 dagen.
Regel
- Art. 2, onder b, Richtlijn 93/13 (definitie consument)
- Art. 3 lid 1 Richtlijn 93/13 (oneerlijke bedingen)
- Art. 4 lid 1 Richtlijn 93/13 (beoordeling oneerlijkheid bedingen)
- Art. 4 lid 2 Richtlijn 93/13 (kernbedingen)
- Art. 150 Rv (bewijsregels civiele zaken)
- Art. 7:941 lid 2 BW (informatieplicht verzekeringnemer)
- Art. 6:238 lid 2 BW (uitleg contra proferentem)
Toepassing
- Art. 2, onder b, Richtlijn 93/13 (definitie consument) De Hoge Raad overweegt dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering door een zelfstandig ondernemer is afgesloten om in vervangend inkomen te voorzien als hij zijn beroep niet kan uitoefenen. Dit maakt de verzekering geen deel van de beroepsactiviteit, en de ondernemer handelt als consument. De betaling van de premie door een derde is niet van belang. (3.4.1 - 3.4.3)
- Art. 3 lid 1 Richtlijn 93/13 (oneerlijke bedingen) De Hoge Raad onderzoekt of artikel 14 van de polisvoorwaarden een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de rechten en plichten van partijen veroorzaakt. Het beding geeft de verzekeraar de mogelijkheid om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen, maar de verzekerde kan bezwaar maken en de zaak aan een klachtencommissie of rechter voorleggen. Dit leidt niet tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht. (3.8.1 - 3.8.7)
- Art. 4 lid 1 Richtlijn 93/13 (beoordeling oneerlijkheid bedingen) De Hoge Raad beoordeelt het beding in de context van de gehele overeenkomst en de omstandigheden van de sluiting. De mogelijkheid voor de verzekerde om bezwaar te maken en het ontbreken van sancties voor het niet benutten van de bezwaartermijn zijn relevante omstandigheden die een oneerlijkheid uitsluiten. (3.8.1 - 3.8.7)
- Art. 4 lid 2 Richtlijn 93/13 (kernbedingen) De Hoge Raad oordeelt dat het beding in artikel 14 geen kernbeding is, omdat het niet de essentiële prestaties van de overeenkomst betreft en de verbintenissen zonder het beding voldoende bepaalbaar zijn. (3.5.1 - 3.5.5)
- Art. 150 Rv (bewijsregels civiele zaken) Zonder het beding zou de verzekerde de bewijslast dragen voor arbeidsongeschiktheid. Met het beding laat de verzekeraar op eigen kosten onderzoek doen, maar de verzekerde heeft geen inspraak in de keuze van de deskundige(n). Dit nadeel wordt gecompenseerd door de mogelijkheid tot bezwaar en eigen onderzoek. (3.8.5 - 3.8.6)
- Art. 7:941 lid 2 BW (informatieplicht verzekeringnemer) De verzekerde is verplicht mee te werken aan onderzoek door de verzekeraar. Dit is in lijn met de verplichting uit artikel 7:941 lid 2 BW. Het beding legt geen extra ongeoorloofde verplichtingen op aan de verzekerde. (3.8.5 - 3.8.6)
Conclusie
De Hoge Raad concludeert dat artikel 14 van de polisvoorwaarden geen oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13, omdat het geen aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen veroorzaakt. De verzekerde heeft voldoende mogelijkheden om bezwaar te maken en de zaak aan een klachtencommissie of rechter voor te leggen, ook na het verstrijken van de bezwaartermijn.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser]
- Gedaagde: Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.
[eiser] vordert een verklaring voor recht dat hij vanaf 24 oktober 2007 volledig arbeidsongeschikt moet worden geacht en veroordeling van Nationale-Nederlanden tot uitkering uit hoofde van de arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Hij stelt dat hij aan sarcoïdose en hemochromatose lijdt en daardoor ernstig chronisch vermoeid is. [eiser] betoogt dat de op verzoek van Nationale-Nederlanden opgemaakte rapportages buiten beschouwing moeten blijven en dat art. 14 van de polisvoorwaarden een oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13.
Nationale-Nederlanden voert aan dat de in het beding beschreven procedure slechts leidt tot een standpuntbepaling en niet tot een vaststellings- of bewijsovereenkomst. Zij stelt dat het beding geen oneerlijk beding is en dat het Protocol van het Verbond van Verzekeraars van toepassing is.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2001 [eiser] sluit een arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij Nationale-Nederlanden, met als verzekerd beroep 'consultant commercieel/administratief werkzaam'.
- 2007 [eiser] meldt zich arbeidsongeschikt bij Nationale-Nederlanden. Een psycholoog stelt de diagnose 'aanpassingsstoornis, niet gespecificeerd (burn-out)'.
- 31-12-2013 Nationale-Nederlanden staakt de arbeidsongeschiktheidsuitkering van [eiser], omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedraagt.
- 2014 [eiser] meldt zich opnieuw arbeidsongeschikt. Er wordt vastgesteld dat hij lijdt aan sarcoïdose en hemochromatose.
- 07-10-2015 Nationale-Nederlanden informeert [eiser] dat hij voor minder dan 25% arbeidsongeschikt wordt geacht en dat de uitkering niet wordt hervat op basis van een nieuwe arbeidsdeskundige rapportage.
- 05-10-2016 Rechtbank Den Haag wijst een vonnis in zaak C/09/512674/HA ZA 16-688.
- 08-11-2017 Rechtbank Den Haag wijst een volgend vonnis in de zaak.
- 15-11-2017 Rechtbank Den Haag wijst opnieuw een vonnis.
- 07-03-2018 Rechtbank Den Haag stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad omtrent de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de toepasselijke polisvoorwaarden.
- 28-09-2018 De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen en oordeelt dat artikel 14 van de polisvoorwaarden niet oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13.