Bewijs niet uitsluitend baseren op één getuige, tenzij ondersteund door ander bewijsmateriaal.
Unus testis, art. 342.2 Sv. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid van zijn nichtje, art. 246 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. het bewijsminimum van art. 342.2 Sv. Niet kan worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaring van aangeefster onvoldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal. Hof heeft naast die verklaring o.m. tot het bewijs gebezigd de verklaring van verdachte dat hij naar de woning van aangeefster is toegegaan en haar van achter heeft 'beetgepakt en opgebeurd' om iets uit de kast te pakken, de verklaring van getuige A dat aangeefster kort nadat het incident had plaatsgevonden overstuur bij haar woning aankwam, waarbij de aangeefster trilde, schokte, huilde en naar adem snakte, en de verklaring van getuige B, die vervolgens ook in de woning van aangeefster aanwezig was en heeft waargenomen dat aangeefster huilde en vertelde wat er gebeurd was. Anders dan in het middel wordt betoogd, is dus van schending van art. 342.2 Sv geen sprake. Volgt verwerping.
Rechtsvraag
Heeft het Hof in strijd met art. 342, tweede lid, Sv de bewezenverklaring uitsluitend doen steunen op de verklaring van één getuige, te weten de aangeefster?
Regel
- art. 342, tweede lid, Sv (Bewijsminimum: het bewijs kan niet uitsluitend op de verklaring van één getuige worden gebaseerd)
Toepassing
- art. 342, tweede lid, Sv (Bewijsminimum: het bewijs kan niet uitsluitend op de verklaring van één getuige worden gebaseerd) De Hoge Raad heeft onderzocht of de verklaring van de aangeefster voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. Het Hof heeft naast de verklaring van de aangeefster ook de verklaring van de verdachte dat hij naar de woning van de aangeefster is toegegaan en haar van achter heeft 'beetgepakt en opgebeurd', de verklaring van [betrokkene 3] dat de aangeefster kort na het incident overstuur bij haar woning aankwam, en de verklaring van [betrokkene 6] die ook heeft waargenomen dat de aangeefster huilde en vertelde wat er gebeurd was, in de bewijsvoering betrokken. Daarom kan niet worden gezegd dat de verklaring van de aangeefster onvoldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal, en is er geen sprake van schending van art. 342, tweede lid, Sv. (Rechtsoverwegingen 2.2.3, 2.3 en 2.4)
Conclusie
De Hoge Raad oordeelde dat er geen schending van art. 342, tweede lid, Sv heeft plaatsgevonden, omdat de verklaring van de aangeefster voldoende steun vindt in andere bewijsmaterialen. Het beroep werd verworpen.
Partijen en standpunten
- Eiser: [Verdachte]
- Gedaagde: [Het Openbaar Ministerie]
De verdachte betoogt dat het Hof ten onrechte de bewezenverklaring uitsluitend baseerde op de verklaring van één getuige.
Het Openbaar Ministerie houdt vast aan de bewezenverklaring van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gesteund door meerdere getuigen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 26-05-2014 De verdachte heeft betrokkene 1, tegen haar zin in, opgetild en ontuchtige handelingen gepleegd in haar woning in Vianen.
- 27-05-2014 Betrokkene 1 neemt contact op met haar psychiater, [betrokkene 4], en meldt dat ze aangerand is door de broer van haar stiefvader.
- 14-07-2014 Betrokkene 1 doet aangifte bij de politie over het incident dat plaatsvond op 26 mei 2014.
- 16-07-2014 Betrokkene 3 wordt door de politie verhoord en bevestigt dat betrokkene 1 overstuur bij haar aankwam na het incident.
- 29-07-2014 Betrokkene 6, de moeder van betrokkene 1, wordt door de politie verhoord en bevestigt het verhaal van haar dochter.
- 27-10-2014 De verdachte wordt verhoord door de politie en geeft toe dat hij betrokkene 1 heeft opgepakt om iets uit een kast te pakken.
- 04-11-2016 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor het plegen van ontuchtige handelingen.
- [DD-MM-YYYY] De verdachte stelt beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof.
- 10-07-2018 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de verdachte.