Collectieve actie stuit verjaring van individuele vernietigingsvorderingen bij effectenleaseovereenkomsten.

Hoge Raad · 19 mei 2017 · Cassatie · Civiel recht

Effectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij antwoord op die vraag? Verjaring van de vordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomst; beroep op stuiting van de verjaring door een collectieve actie, indien men niet is aangesloten bij de rechtspersoon die de collectieve actie is begonnen; HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3018, NJ 2016/490 ([A]/Dexia). Op welk moment eindigt de stuitende werking van de collectieve actie en vangt de in art. 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn van zes maanden aan? Uitleg van de ‘Duisenberg-regeling’. Ontvankelijkheid van cassatieberoep tegen de echtgenote en van het incidentele beroep van laatstgenoemde.

Rechtsvraag

De rechtsvraag is of de effectenleaseovereenkomsten tijdig en geldig zijn vernietigd door [verweerster 2] en of de daaropvolgende vaststellingsovereenkomst (Dexia Aanbod) zonder toestemming van de echtgenoot geldig is.

Regel

  • Art. 1:88 BW (Toestemming echtgenoot vereist voor koop op afbetaling)
  • Art. 1:89 BW (Vernietiging rechtshandelingen zonder vereiste toestemming)
  • Art. 3:316 BW (Stuiting van verjaring door een ingestelde eis)
  • Art. 3:52 lid 1 sub d BW (Verjaringstermijn vernietiging rechtshandelingen)
  • Art. 7:907 BW (WCAM-overeenkomst verbindendverklaring)

Toepassing

  • Art. 1:88 BW (Toestemming echtgenoot vereist voor koop op afbetaling) Het hof oordeelde dat voor het aangaan van de effectenleaseovereenkomst toestemming van de echtgenoot vereist is. De vaststellingsovereenkomst (Dexia Aanbod) vereist echter geen toestemming, omdat de niet-toestemmende echtgenoot nog steeds de bevoegdheid heeft om de initiële overeenkomst te vernietigen.
  • Art. 1:89 BW (Vernietiging rechtshandelingen zonder vereiste toestemming) [verweerster 2] heeft de effectenleaseovereenkomsten niet binnen de verjaringstermijn vernietigd. Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn voor de vernietiging van deze overeenkomsten al was verstreken, aangezien de brief van juli 2006 te laat was.
  • Art. 3:316 BW (Stuiting van verjaring door een ingestelde eis) De Hoge Raad oordeelde dat de collectieve actie van de Stichting Eegalease wel degelijk de verjaring van de vordering van [verweerster 2] tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten heeft gestuit. De stuitende werking van de collectieve actie strekt zich uit tot alle belanghebbenden, ook degenen die zich niet bij de Stichting Eegalease hadden aangesloten.
  • Art. 3:52 lid 1 sub d BW (Verjaringstermijn vernietiging rechtshandelingen) De verjaringstermijn voor de vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten is drie jaar nadat [verweerster 2] bekend was met de overeenkomsten. In dit geval was dat drie jaar na 29 december 2002, waardoor de termijn in juli 2006 was verstreken.
  • Art. 7:907 BW (WCAM-overeenkomst verbindendverklaring) De collectieve schikking (Duisenbergregeling) die voortvloeide uit de collectieve actie van de Stichting Eegalease, leidde tot een WCAM-overeenkomst. De verbindendverklaring van deze overeenkomst door het gerechtshof Amsterdam op 25 januari 2007 markeerde het einde van de collectieve actie en het begin van de nieuwe termijn voor stuiting van de verjaring.

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt de arresten van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. De rechter concludeert dat de stuitende werking van de collectieve actie zich uitstrekt tot alle belanghebbenden, en dat de vernietigingsverklaring van [verweerster 2] in juli 2006 niet te laat was. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat de verjaring niet was gestuit door de Eegaleaseprocedure.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]
  • Gedaagde: Värde Investments (Ireland) Limited en [verweerster 2]

Eiser betwist de vordering van Värde en stelt dat de effectenleaseovereenkomsten buitengerechtelijk zijn vernietigd door zijn echtgenote, [verweerster 2].

Värde vordert betaling van een bedrag op basis van een restschuld en betwist de rechtsgeldigheid van de vernietiging door [verweerster 2].

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1998 Eiser heeft tussen 1998 en 2000 effectenleaseovereenkomsten gesloten met respectievelijk Legio Lease B.V. en Bank Labouchere N.V. De echtgenote van eiser, verweerster 2, heeft deze overeenkomsten niet mede ondertekend.
  2. 22-03-2003 Dexia Bank Nederland N.V., als rechtsopvolgster van Bank Labouchere N.V., sluit een Overeenkomst Dexia Aanbod met eiser. Verweerster 2 heeft deze overeenkomst niet mede ondertekend.
  3. 10-01-2008 Dexia heeft haar vordering op eiser gecedeerd aan Värde. Van die cessie is aan eiser mededeling gedaan.
  4. 02-09-2009 De kantonrechter te Emmen heeft een vonnis gewezen in de zaak 235824\CV EXPL 08-3963.
  5. 01-09-2010 De kantonrechter te Emmen heeft een tweede vonnis gewezen in dezelfde zaak.
  6. 11-02-2014 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een arrest gewezen in de zaak 200.079.281/01.
  7. 09-09-2014 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een tweede arrest gewezen in dezelfde zaak.
  8. 13-03-2003 Stichting Eegalease en de Consumentenbond starten een collectieve actie tegen Dexia met vorderingen omtrent effectenleaseovereenkomsten.
  9. 25-08-2004 De rechtbank Amsterdam wijst een deel van de gevorderde verklaring voor recht toe betreffende de toepasselijkheid van art. 1:88 en 1:89 BW op de leaseovereenkomsten.
  10. 23-06-2005 Een schikking wordt bereikt tussen Dexia en de betrokken belangenorganisaties, vastgelegd in de Hoofdovereenkomst en de WCAM-overeenkomst.
  11. 25-01-2007 De WCAM-overeenkomst wordt verbindend verklaard door het gerechtshof Amsterdam.
  12. 19-05-2017 De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen verweerster 2 en Värde wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.