Een handelsagent moet aannemelijk maken dat de principaal na de agentuurovereenkomst nog voordelen kan verwachten.
Contractenrecht. Agentuurovereenkomst, reisbureau. Klantenvergoeding bij beëindiging, art. 7:442 lid 1 BW en art. 17 Agentuurrichtlijn. Stelplicht en bewijslast. Berekening voordeel, HR 2 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9865, NJ 2014/332 (T-Mobile/[A]). Vraag of de overeenkomsten met de klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren.
Rechtsvraag
Heeft Prijsvrij recht op een klantenvergoeding van Corendon op basis van art. 7:442 lid 1 BW na de beëindiging van hun agentuurovereenkomst?
Regel
- art. 7:442 lid 1 BW (Regelt de klantenvergoeding die een handelsagent kan claimen bij het einde van de agentuurovereenkomst)
- HR 2 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9865, NJ 2014/332 (T-Mobile/[A]) (Geeft uitleg over de vaststelling van klantenvergoeding in drie fasen)
Toepassing
- art. 7:442 lid 1 BW (Regelt de klantenvergoeding die een handelsagent kan claimen bij het einde van de agentuurovereenkomst) Prijsvrij stelde dat zij recht had op een klantenvergoeding ter hoogte van haar gemiddelde provisie over 12 maanden. Het hof oordeelde echter dat Prijsvrij onvoldoende bewijs had geleverd dat Corendon na het einde van de agentuurovereenkomst nog aanzienlijke voordelen had van de door Prijsvrij aangebrachte klanten. Prijsvrij had geen gegevens verstrekt over de brutoprovisie en de mate waarin klanten herhaalboekingen bij Corendon deden. Daarnaast beschikte Corendon niet over de NAW-gegevens van de klanten, waardoor marketingacties niet mogelijk waren. Daarom kon het hof niet vaststellen dat Corendon nog enig duurzaam voordeel had na afloop van de overeenkomst. (Rechtsoverwegingen 3.2.3 - 3.3.5)
- HR 2 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9865, NJ 2014/332 (T-Mobile/[A]) (Geeft uitleg over de vaststelling van klantenvergoeding in drie fasen) Het hof volgde de drie fasen zoals uiteengezet in het T-Mobile/[A] arrest. In de eerste fase werd beoordeeld of Prijsvrij voldoende aannemelijk had gemaakt dat Corendon nog voordelen zou genieten van de door Prijsvrij aangebrachte klanten. Het hof concludeerde dat Prijsvrij hier niet in was geslaagd. Gezien het type reizen en het feit dat Corendon geen adresgegevens van de klanten had, kon niet worden aangenomen dat er aanzienlijke voordelen voor Corendon waren. Het hof zag ook geen reden om Prijsvrij alsnog in de gelegenheid te stellen de benodigde gegevens aan te leveren. (Rechtsoverwegingen 3.3.2 - 3.3.5)
Conclusie
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Prijsvrij. Het hof heeft terecht geoordeeld dat Prijsvrij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Corendon na het einde van de agentuurovereenkomst nog aanzienlijke voordelen zou genieten van de door Prijsvrij aangebrachte klanten. Daarom heeft Prijsvrij geen recht op de gevorderde klantenvergoeding.
Partijen en standpunten
- Eiser: Prijsvrij.nl B.V.
- Gedaagde: Corendon International Travel B.V.
Prijsvrij vordert een klantenvergoeding van € 471.961,-- op grond van artikel 7:442 lid 1 BW, gebaseerd op haar gemiddelde provisie op Corendon-reizen over 12 maanden.
Corendon betwist de vordering en stelt dat Prijsvrij geen inzage heeft gegeven in de brutoprovisie die zij heeft verdiend vanwege nieuwe en geïntensiveerde klanten, en dat de markt prijsgedreven is.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2012 Prijsvrij en Corendon sluiten een schriftelijke agentuurovereenkomst waarbij Prijsvrij als online aanbieder van (pakket)reizen van derden, onder andere van Corendon, optreedt.
- Juli 2013 Corendon laat Prijsvrij weten de agentuurovereenkomst per 31 oktober 2013 te willen beëindigen omdat het huidige aantal wederverkopers niet meer past in de bedrijfsstrategie van Corendon.
- 13-02-2014 De kantonrechter te Haarlem doet uitspraak in de zaak 2568087\CV EXPL 13-13281, waarbij de vordering van Prijsvrij tot betaling van een klantenvergoeding wordt toegewezen.
- 19-06-2014 De kantonrechter te Haarlem doet een tweede uitspraak in de zaak 2568087\CV EXPL 13-13281.
- 03-11-2015 Het gerechtshof Amsterdam doet uitspraak in de zaak 200.152.829/01 en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.
- 24-11-2015 Het gerechtshof Amsterdam doet een tweede uitspraak in de zaak 200.152.829/01, waarbij de vordering van Prijsvrij tot betaling van een klantenvergoeding wordt afgewezen.
- 10-03-2017 De advocaat van Prijsvrij reageert bij brief op de conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot, die strekt tot verwerping van het beroep.
- 19-05-2017 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Prijsvrij, bevestigt de arresten van het gerechtshof Amsterdam, en veroordeelt Prijsvrij in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.