Een bouwwerk behoudt zijn aard als woning bij beperkte aanpassingen voor ander gebruik.
Art. 14, lid 2, Wet op de belastingen van rechtsverkeer 1970. Begrip ‘woning’ in verband met verlaagd tarief; ‘naar zijn aard bestemd’ objectief te benaderen waarbij de oorspronkelijke bouwwijze doorslaggevend is, en in het geval het bouwwerk vervolgens voor een ander doel is gebruikt, de aard van woning niet verloren is gegaan indien slechts beperkte aanpassingen nodig zijn om het weer te kunnen bewonen; aanvullende betekenis publiekrechtelijke bestemming.
Rechtsvraag
Kan het pand dat door belanghebbende is verkregen worden aangemerkt als een woning in de zin van artikel 14, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (Wbr) voor de toepassing van het verlaagde tarief van overdrachtsbelasting?
Regel
- art. 14 lid 2, Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (Wbr) (verlaagd tarief voor woningen in overdrachtsbelasting)
- Wetsgeschiedenis (bouwwerk dat ‘naar zijn aard bestemd is voor bewoning’)
- Memorie van toelichting bij wetsvoorstel art. 14 lid 2 Wbr (objectieve maatstaf voor bestemming tot bewoning)
Toepassing
- art. 14 lid 2, Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (Wbr) (verlaagd tarief voor woningen in overdrachtsbelasting) Het pand was oorspronkelijk als woning ontworpen en gebouwd. Ondanks de aanpassingen voor gebruik als kantoorruimte, waren slechts beperkte aanpassingen nodig om het weer geschikt te maken voor bewoning. Het Hof oordeelde dat het pand de aard van een woning niet had verloren. Het pand voldeed aan de kenmerken die het verlaagde tarief rechtvaardigen.
- Wetsgeschiedenis (bouwwerk dat ‘naar zijn aard bestemd is voor bewoning’) De rechtsgeschiedenis suggereert dat het verlaagd tarief bedoeld is voor bouwwerken die naar hun aard voor bewoning zijn bestemd. Het Hof concludeerde dat het pand in kwestie aan deze definitie voldeed, ondanks dat het als kantoorruimte was aangepast.
- Memorie van toelichting bij wetsvoorstel art. 14 lid 2 Wbr (objectieve maatstaf voor bestemming tot bewoning) Het Hof volgde een objectieve beoordeling van de bestemming van het pand, rekening houdend met de oorspronkelijke bouw en de mogelijkheid tot bewoning met beperkte aanpassingen. Dit was in lijn met de bedoeling van de wetgever.
Conclusie
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde dat het pand als een woning in de zin van artikel 14, lid 2, Wbr kon worden aangemerkt. Hierdoor is het verlaagde tarief van overdrachtsbelasting van toepassing. De Staatssecretaris is veroordeeld in de proceskosten.
Tijdlijn
- 31-08-2012 Belanghebbende heeft de eigendom van een pand verkregen, dat oorspronkelijk als woonhuis is gebouwd maar later als advocatenkantoor werd gebruikt.
- [DD-MM-YYYY] Belanghebbende heeft twee percent van de koopsom aan overdrachtsbelasting voldaan, het tarief voor woningen.
- [DD-MM-YYYY] De Inspecteur heeft belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd waarbij de overdrachtsbelasting op zes percent van de koopsom werd bepaald.
- [DD-MM-YYYY] Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag, maar de Inspecteur heeft deze gehandhaafd.
- [DD-MM-YYYY] Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de Rechtbank Gelderland tegen de naheffingsaanslag.
- [DD-MM-YYYY] De Rechtbank oordeelde dat het pand niet als woning kon worden aangemerkt.
- [DD-MM-YYYY] Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
- 23-02-2016 Het Hof oordeelde dat het pand als woning kon worden aangemerkt, omdat de aanpassingen voor kantoor niet van dien aard waren dat het zijn aard van woning had verloren.
- [DD-MM-YYYY] De Staatssecretaris heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Hof.
- 23-11-2016 De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
- [DD-MM-YYYY] De Staatssecretaris heeft schriftelijk gereageerd op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
- 27-02-2017 De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.