Onrechtmatige daad door bedrog leidt tot schadevergoeding, ook zonder daadwerkelijk opzet tot misleiding.
Procesrecht, vermogensrecht. Bemiddeling bij totstandbrenging koopovereenkomst, waarna koopovereenkomst wordt vernietigd wegens bedrog door koper (zie HR 4 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH7854, NJ 2009/398 en HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6183). Thans vordering van verkopers tegen koper en bemiddelaar tot vergoeding van werkelijk gemaakte proceskosten in vernietigingsprocedure. Aansprakelijkheid bemiddelaar; mededelingsplicht m.b.t. zijn betrokkenheid en financiële belang bij koper, art. 7:418 BW. Exclusieve en limitatieve regeling van proceskosten in art. 237-240 Rv; uitzondering bij misbruik van procesrecht (onrechtmatige daad), HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012/233 (Duka/Achmea). Geldt strikte maatstaf van Duka/Achmea ook ten opzichte van de bemiddelaar? Toepassing van de strikte maatstaf ten opzichte van de koper; onbegrijpelijk oordeel?
Rechtsvraag
De centrale rechtsvraag is of De Alternatieve en [eiser 2] onrechtmatig hebben gehandeld jegens [verweerders] door het plegen van bedrog en het instellen van een procedure die misbruik van procesrecht oplevert, en of zij daarom aansprakelijk zijn voor een volledige vergoeding van de juridische kosten die [verweerders] hebben gemaakt.
Regel
- Art. 3:44 lid 3 BW (bedrog): Een rechtshandeling kan worden vernietigd indien deze tot stand is gekomen door bedrog.
- Art. 6:96 lid 2 BW (schadevergoeding): De schade die een ander door een onrechtmatige daad lijdt, moet volledig worden vergoed.
- Art. 7:418 lid 1 BW (mededelingsplicht lasthebber): De lasthebber moet de lastgever informeren over een direct of indirect belang bij de rechtshandeling.
- Art. 241 Rv (proceskostenveroordeling): De artikelen 237-240 Rv bieden een exclusieve regeling voor de proceskostenveroordeling.
- Art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces): Het recht op toegang tot de rechter moet worden gewaarborgd.
Toepassing
- Art. 3:44 lid 3 BW (bedrog): Een rechtshandeling kan worden vernietigd indien deze tot stand is gekomen door bedrog. Het hof Amsterdam heeft geoordeeld dat de koopovereenkomst onder invloed van bedrog van De Alternatieve tot stand is gekomen, omdat [eiser 2] zijn betrokkenheid bij De Alternatieve bewust heeft verzwegen en daardoor [verweerders] heeft misleid. Hierdoor is de overeenkomst vernietigbaar. De Hoge Raad bevestigt dat het hof Amsterdam terecht heeft geconcludeerd dat er sprake was van bedrog.
- Art. 6:96 lid 2 BW (schadevergoeding): De schade die een ander door een onrechtmatige daad lijdt, moet volledig worden vergoed. De Hoge Raad bevestigt dat De Alternatieve c.s. onrechtmatig hebben gehandeld door het bedrog en het misbruik van procesrecht, en dat zij daarom aansprakelijk zijn voor de schade die [verweerders] hebben geleden, inclusief de volledige proceskosten. De schade staat in zodanig verband met het onrechtmatige handelen dat deze toerekenbaar is aan De Alternatieve c.s.
- Art. 7:418 lid 1 BW (mededelingsplicht lasthebber): De lasthebber moet de lastgever informeren over een direct of indirect belang bij de rechtshandeling. [eiser 2] heeft nagelaten [verweerders] te informeren over zijn indirecte belang bij De Alternatieve, wat een schending vormt van zijn mededelingsplicht. Dit nalaten is onrechtmatig, ongeacht of er daadwerkelijk vermogensschade is ontstaan door de rechtshandeling.
- Art. 241 Rv (proceskostenveroordeling): De artikelen 237-240 Rv bieden een exclusieve regeling voor de proceskostenveroordeling. De Hoge Raad bevestigt dat er, wegens de buitengewone omstandigheden van misbruik van procesrecht, ruimte is voor een volledige proceskostenvergoeding. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de strikte maatstaf uit het arrest Duka/Achmea geldt voor de procedure tussen De Alternatieve en [verweerders], maar niet voor de aansprakelijkheid van [eiser 2] als derde.
- Art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces): Het recht op toegang tot de rechter moet worden gewaarborgd. De Hoge Raad erkent dat er terughoudendheid moet zijn bij het aannemen van misbruik van procesrecht, om het recht op toegang tot de rechter niet te belemmeren. Echter, gezien het misleidende gedrag van De Alternatieve, was het instellen van de procedure misbruik van recht, waardoor een volledige proceskostenvergoeding gerechtvaardigd is.
Conclusie
De Hoge Raad verwerpt het principale beroep en bevestigt dat De Alternatieve en [eiser 2] onrechtmatig hebben gehandeld door bedrog en misbruik van procesrecht. Ze zijn aansprakelijk voor de volledige juridische kosten van [verweerders]. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de vordering van [verweerders] tot een volledige proceskostenvergoeding kan worden toegewezen, gezien de onrechtmatigheid en het misbruik van recht.
Partijen en standpunten
- Eiser: De Alternatieve Bouw en Ontwikkelingscombinatie Wateringseveld B.V. en [eiser 2]
- Gedaagde: [verweerder 1] en [verweerder 2]
De Alternatieve c.s. stelt dat [verweerders] de koopovereenkomst moeten nakomen en vorderen schadevergoeding voor gemaakte juridische kosten.
[verweerders] stellen dat De Alternatieve c.s. bedrog heeft gepleegd door te verzwijgen dat [eiser 2] een belang had in De Alternatieve.
Wetsartikelen
- art. 241 Rv
- art. 57 lid 6 Rv
- art. 6:6:96 lid 2 BW
- art. 7:7:418 lid 1 BW
- art. 6 EVRM
- art. 7:7:427 BW
- art. 3:3:44 lid 3 BW
- art. 6:6:96 lid 3 BW
- art. 6:6:98 BW
- art. 81 lid 1 RO
Tijdlijn
- 1996 [verweerders] waren eigenaar van twee aaneengesloten percelen grond in de gemeenten Den Haag en Wateringen, voornamelijk gebruikt voor glastuinbouw.
- 1996 [verweerders] sloten een exclusieve bemiddelingsovereenkomst met Agromak B.V., vertegenwoordigd door [eiser 2], om de percelen te verkopen.
- 09-1997 tot 10-1997 [verweerders] sloten op advies van [eiser 2] een mondelinge koopovereenkomst met De Alternatieve voor de verkoop van hun percelen voor ƒ 6.000.000,--.
- 14-06-2001 Het gedeelte van de percelen in Den Haag werd onteigend tegen een schadeloosstelling van ƒ 1.528.756,--.
- 12-2001 Agromak beëindigde de bemiddelingsovereenkomst met [verweerders].
- 13-02-2002 [verweerders] stemden in met De Alternatieve om zich te verzetten tegen de onteigening van het Wateringse gedeelte.
- 08-2002 De goedkeuring tot onteigening van het Wateringse gedeelte werd aan de gemeente Wateringen onthouden.
- 04-2003 De Alternatieve legde beslag op het Wateringse gedeelte en startte een procedure bij de rechtbank Den Haag voor nakoming van de koopovereenkomst.
- 29-04-2004 Van Keulen verklaarde over de betrokkenheid van [eiser 2] bij De Alternatieve tijdens een voorlopig getuigenverhoor.
- 02-03-2005 De rechtbank Den Haag wees de vordering van De Alternatieve af wegens een onvoldoende bepaalbare overeenkomst.
- 27-04-2006 [verweerders] verkochten het Wateringse gedeelte aan Westgronden B.V. voor € 2.956.923,--.
- 07-06-2007 Het gerechtshof Den Haag vernietigde het eerdere vonnis en oordeelde dat er een koopovereenkomst was tussen [verweerders] en De Alternatieve.