FRFTC en ITMA gelijksoortig aan MIBA, geen aftrek dubbele belasting onder belastingverdrag Nederland-Malta.
Vennootschapsbelasting; Dividendbelasting; Artikel 30 van het belastingverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Malta, Maltese Flat Rate Foreign Tax Credit en de Income Tax Management Act vormen een bijzonder regime.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of belanghebbenden op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Malta recht hebben op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting ondanks de toepassing van belastingvoordelen onder de Maltese wetgeving, en of zij Nederlandse dividendbelasting verschuldigd zijn over uitgekeerde dividenden.
Regel
- art. 30, lid 1, belastingverdrag Nederland-Malta (Regeling ter voorkoming van dubbele belasting)
- art. 10, lid 6, belastingverdrag Nederland-Malta (Dividendbelasting)
- art. 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie (Cassatie zonder nadere motivering)
Toepassing
- art. 30, lid 1, belastingverdrag Nederland-Malta (Regeling ter voorkoming van dubbele belasting) Het Hof oordeelde dat de FRFTC en de ITMA in wezen gelijksoortig zijn aan de MIBA, een speciale regeling zoals bedoeld in art. 30, lid 1 van het verdrag. Dit oordeel is gebaseerd op de gezamenlijke aanwijzing door Nederland en Malta van de MIBA als speciale regeling die niet acceptabel is, en het feit dat het effectieve belastingtarief van 6,25% niet wezenlijk verschilt van het tarief van de MIBA. De Hoge Raad acht dit oordeel niet onjuist en niet vatbaar voor cassatie. Het middel faalt. (2.3.1)
- art. 10, lid 6, belastingverdrag Nederland-Malta (Dividendbelasting) Het Hof oordeelde dat belanghebbenden geen beroep kunnen doen op art. 10, lid 6 van het verdrag voor vrijstelling van dividendbelasting. Art. 30, lid 1 van het verdrag verhindert toepassing van art. 10, lid 6, omdat het niet alleen lichamen als belastingplichtige in de heffing betreft, maar ook uitsluit dat een lichaam zich kan beroepen op dit artikel voor vrijstelling. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel. (2.3.2)
- art. 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie (Cassatie zonder nadere motivering) Het derde middel, dat het Hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met eerdere jurisprudentie en het belastingverdrag Nederland-Zwitserland, faalt. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opwerpt die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. (2.3.3)
Conclusie
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. De belastingaanslagen en beschikkingen inzake heffingsrente blijven in stand, en belanghebbenden zijn Nederlandse dividendbelasting verschuldigd over de uitgekeerde dividenden.
Partijen en standpunten
- Eiser: [X1] B.V., [X2] B.V. en [X3] B.V.
- Gedaagde: De Staatssecretaris van Financiรซn
Belanghebbenden betwisten de naheffingsaanslagen in de dividendbelasting en vennootschapsbelasting, stellen dat ze recht hebben op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en dat de belastingheffing in strijd is met het belastingverdrag Nederland-Malta.
De Staatssecretaris stelt dat de FRFTC en ITMA gelijksoortig zijn aan de MIBA en dat de belastingaanslagen conform het belastingverdrag Nederland-Malta zijn opgelegd.
Tijdlijn
- 28-09-1999 [B] werd enig aandeelhouder van belanghebbenden en woonde sinds deze datum in Zwitserland.
- 20-09-1999 Belanghebbenden vestigden zich feitelijk op Malta en begonnen met in- en uitlenen van geld.
- 18-07-1995 Nederland en Malta ondertekenden een protocol dat de MIBA als bijzondere regeling aanwijst onder het Belastingverdrag Nederland-Malta.
- 23-09-1994 Malta voerde de 'flat rate foreign tax credit' (FRFTC) in als onderdeel van de ITA.
- 23-09-1994 Malta voerde de Income Tax Management Act (ITMA) in, die aandeelhouders een belastingteruggaaf biedt.
- 1988 Malta introduceerde de Malta International Business Activities Act (MIBA), die belastingvoordelen biedt aan bepaalde vennootschappen.
- 17-09-2013 Het Gerechtshof Den Haag oordeelde over de naheffingsaanslagen in de dividendbelasting en de vennootschapsbelasting tegen belanghebbenden.
- 14-07-2014 De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
- 27-02-2015 De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie van belanghebbenden ongegrond.