Banken hebben bijzondere zorgplicht jegens derden, ook buiten contractuele relaties, afhankelijk van omstandigheden.
Financieel recht. Aansprakelijkstelling bank door vereniging van gedupeerden van fraude (Ponzi-zwendel). Collectieve actie (art. 3:305a BW). Zorgplicht bank bij ongebruikelijk betalingsverkeer op rekeningen van cliΓ«nt; HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3713, NJ 2006/289 (Safe Haven).
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of ABN AMRO Bank N.V. onrechtmatig heeft gehandeld jegens beleggers die door [betrokkene 1] zijn gedupeerd door niet tijdig in te grijpen bij ongebruikelijke transacties op bankrekeningen die door [betrokkene 1] werden gebruikt voor een Ponzi-zwendel.
Regel
- Art. 3:305a BW (Collectieve actie)
- Art. 7 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte) (Beleggingsactiviteiten vergunning)
- Art. 28 Wte (Overtreding door effecten aan te bieden zonder vergunning)
- Safe Haven arrest (Bijzondere zorgplicht van banken jegens derden)
Toepassing
- Art. 3:305a BW (Collectieve actie) Het hof heeft geoordeeld dat de vraag naar onvoorzichtigheid van beleggers in afzonderlijke procedures moet worden behandeld en niet in de collectieve actie, om te voorkomen dat de toepassing van art. 3:305a BW onaanvaardbaar wordt beperkt (rov. 4.4).
- Art. 7 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte) (Beleggingsactiviteiten vergunning) Het hof ging er veronderstellenderwijs van uit dat de Bank onderzoek had moeten doen naar het handelen van [betrokkene 1] in strijd met art. 7 lid 1 Wte vanwege ongebruikelijk betalingsverkeer (rov. 4.2).
- Art. 28 Wte (Overtreding door effecten aan te bieden zonder vergunning) De AFM had [betrokkene 1] medegedeeld dat hij in strijd had gehandeld met art. 3 lid 1 Wte door effecten aan te bieden zonder vergunning, wat de Bank had moeten signaleren en onderzoeken (rov. 3.1).
- Safe Haven arrest (Bijzondere zorgplicht van banken jegens derden) De Bank heeft een bijzondere zorgplicht jegens derden op basis van haar maatschappelijke functie, wat inhoudt dat zij maatregelen had moeten nemen gezien het ongebruikelijke betalingsverkeer en de bijbehorende omschrijvingen op de rekeningen (rov. 4.1, 4.6).
Conclusie
De Hoge Raad heeft het beroep van de Bank verworpen en geoordeeld dat de Bank een bijzondere zorgplicht had jegens de beleggers vanwege haar maatschappelijke functie. De zorgplicht strekt mede ter bescherming tegen eigen lichtvaardigheid en gebrek aan kunde van het beleggend publiek. De Bank had moeten onderzoeken of [betrokkene 1] zonder vergunning beleggingsactiviteiten uitvoerde en daarmee onrechtmatig handelde.
Partijen en standpunten
- Eiser: ABN AMRO BANK N.V.
- Gedaagde: STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDE BELEGGERS
De Bank voert aan dat zij geen bijzondere zorgplicht heeft jegens beleggers die geen klanten zijn en dat eventuele onvoorzichtigheid van beleggers in de collectieve actie moet worden beoordeeld.
De Stichting stelt dat de Bank onrechtmatig handelde door niet te onderzoeken of [betrokkene 1] de wet overtrad en dat de zorgplicht van de Bank ook derden beschermt.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 08-03-2005 [betrokkene 1] was tot 8 maart 2005 directeur van twee vennootschappen die zich bezighielden met valuta- en effectenhandel. Deze vennootschappen hadden vergunningen onder de Wte en Wtk, maar [betrokkene 1] zelf niet.
- 2002 Vanaf 2002 belegde [betrokkene 1] de ingelegde gelden niet meer, maar gebruikte deze om beloofde rendementen aan andere beleggers uit te betalen en hun inleg terug te betalen, ook wel bekend als Ponzi-zwendel.
- 20-02-2003 [betrokkene 1] opende een 'en/of rekening' bij Fortis Bank Nederland N.V., mede op naam van [betrokkene 2].
- 10-11-2004 De Bank ontving bericht van de AFM dat zij een onderzoek was gestart naar mogelijk handelen van [betrokkene 1] in strijd met de Wte.
- 24-01-2005 De Bank sprak met [betrokkene 1] en hief zijn rekeningen op.
- 15-03-2005 De AFM deelde [betrokkene 1] mee dat hij in strijd had gehandeld met art. 3 lid 1 Wte door effecten aan te bieden zonder te voldoen aan de toepasselijke wetgeving.
- 15-06-2005 [betrokkene 1] werd failliet verklaard.
- 14-08-2006 [betrokkene 1] werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens oplichting, valsheid in geschrift, overtreden van art. 82 Wtk en medeplegen van witwassen.
- 08-09-2010 De rechtbank Rotterdam wees de vorderingen van de Stichting gedeeltelijk toe.
- 13-07-2011 De rechtbank Rotterdam wees verdere vorderingen van de Stichting af.
- 18-03-2014 Het hof verzocht de Bank om de brief van de AFM over te leggen en liet de Bank toe tot tegenbewijslevering.
- 27-11-2015 De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.