Bij geschillen over verhuizing met kinderen weegt belang kind vaak zwaarder dan andere belangen.

Hoge Raad · 11 april 2014 · Cassatie · Civiel recht

Familierecht. Vervangende toestemming moeder (binnenlandse) verhuizing met minderjarige kinderen. Art. 1:253a BW. In aanmerking te nemen omstandigheden; objectief verifieerbaar? Feitelijke grondslag.

Rechtsvraag

Mag de moeder met haar kinderen verhuizen van Apeldoorn naar Grathem zonder toestemming van de vader, gegeven dat zij gezamenlijk ouderlijk gezag hebben?

Regel

  • art. 1:253a BW (Beslissing in het belang van het kind)
  • art. 8 EVRM (Recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven)

Toepassing

  • art. 1:253a BW (Beslissing in het belang van het kind) Het hof heeft alle relevante omstandigheden afgewogen, zoals de beperkte duur van de relatie tussen de moeder en [betrokkene], de recentheid van het overlijden van de echtgenote van [betrokkene] en de kwetsbaarheid van de situatie, de opvoeding en scholing van de kinderen in Apeldoorn, hun sociale contacten aldaar, de afstand tussen Apeldoorn en Grathem, en de impact van de verhuizing op het contact met de vader. Het hof concludeerde dat het belang van de kinderen om in Apeldoorn te blijven zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij de verhuizing naar Grathem. De Hoge Raad oordeelde dat het hof hiermee een juiste toepassing van art. 1:253a BW heeft gegeven. (Rechtsoverweging 3.3.2, 3.4.2, 3.4.4)
  • art. 8 EVRM (Recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven) De klacht dat het hof buiten zijn bevoegdheid is getreden door een oordeel te geven over de samenvoeging van de gezinnen en daarmee een ongeoorloofde inmenging in het privé- en gezinsleven van de moeder heeft gepleegd, werd door de Hoge Raad verworpen. Het hof heeft geen oordeel gegeven over de wenselijkheid van de gezinssamenvoeging, maar wel over de duur van de relatie en de kwetsbaarheid van de situatie, hetgeen relevant was voor het belang van de kinderen. Hiermee heeft het hof binnen de grenzen van art. 8 EVRM gehandeld. (Rechtsoverweging 3.4.3, 3.4.4)

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de moeder. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het belang van de kinderen om in Apeldoorn te blijven prevaleert boven het belang van de moeder om naar Grathem te verhuizen, en heeft daarbij geen ongeoorloofde inmenging in het privé- en gezinsleven van de moeder gepleegd.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [de moeder]
  • Gedaagde: [de vader]

De moeder verzoekt toestemming om met de kinderen te verhuizen van Apeldoorn naar Grathem en hen daar in te schrijven op een basisschool, in het belang van de kinderen, gezien haar nieuwe relatie en gezinsvormingswens.

De vader weigert toestemming voor de verhuizing en betwist het verzoek van de moeder.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 11-2003 De moeder en de vader zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan.
  2. 09-2003 Het eerste kind van de moeder en de vader is geboren.
  3. 07-2005 Het tweede kind van de moeder en de vader is geboren.
  4. 27-06-2008 Het geregistreerd partnerschap van de moeder en de vader is geëindigd door inschrijving van de beëindigingsverklaring in de registers van de burgerlijke stand.
  5. 25-06-2008 De moeder en de vader hebben de gevolgen van de beëindiging van hun geregistreerd partnerschap geregeld bij notariële overeenkomst, inclusief een omgangsregeling.
  6. Medio 04-2012 De moeder heeft een relatie gekregen met [betrokkene], die in Grathem woont met zijn drie kinderen.
  7. 02-2012 De echtgenote van [betrokkene] is overleden, wat de situatie kwetsbaar maakt voor alle betrokkenen.
  8. 26-11-2012 De rechtbank Zutphen heeft het verzoek van de moeder om met de kinderen te verhuizen naar Grathem afgewezen, na raadpleging van de Raad voor de Kinderbescherming.
  9. 23-05-2013 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
  10. 2013 De moeder heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het hof.
  11. 11-04-2014 De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en geoordeeld dat de klacht van de moeder faalt, waarbij de belangen van de kinderen zwaarder wegen dan het belang van de moeder bij verhuizing.