Invordering rijbewijs vereist vermoedens recidivegevaar; bijzondere omstandigheden kunnen ontkrachting rechtvaardigen.

Hoge Raad ยท 11 maart 2014 ยท Cassatie ยท Strafrecht

OM-cassatie. Beklag, beslag. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. 2. Art. 164 WVW 1994, ingevorderd rijbewijs. Ad 1. De Rb heeft het klaagschrift van klager strekkende tot teruggave aan hem van zijn ingehouden rijbewijs, gegrond verklaard. Nu die beslissing afwijkt van het door de OvJ dienaangaande in raadkamer ingenomen standpunt, kan deze in zijn beroep worden ontvangen. Ad 2. In het licht van de in de conclusie van de AG weergegeven wetsgeschiedenis moet art. 164.4 WVW 1994 aldus worden uitgelegd dat in de gevallen waarin o.g.v. lid 2 het rijbewijs is ingevorderd, steeds sprake is van een wettelijk vermoeden van recidivegevaar t.z.v. die gevallen en dat de OvJ bijgevolg in dergelijke gevallen bevoegd is dat rijbewijs onder zich te houden, tenzij gelet op bijz. omstandigheden toch niet gezegd kan worden dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van herhaling, en behoudens klemmende redenen om van die maatregel af te zien (vgl. ECLI:NL:HR:1997:ZD0743).

Rechtsvraag

De kernvraag is of de Rechtbank Zwolle-Lelystad terecht het klaagschrift van de klager gegrond heeft verklaard voor de teruggave van zijn ingehouden rijbewijs, ondanks een wettelijk vermoeden van recidivegevaar.

Regel

  • Art. 164, achtste lid, Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) (Regels omtrent invordering en inhouding van rijbewijzen bij bepaalde overtredingen)
  • HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0743, NJ 1997/548 (Uitleg van de bevoegdheid van het openbaar ministerie om een rijbewijs onder zich te houden in het geval van recidivegevaar)

Toepassing

  • Art. 164, achtste lid, Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) (Regels omtrent invordering en inhouding van rijbewijzen bij bepaalde overtredingen) De Rechtbank oordeelde dat hoewel de invordering en inhouding van het rijbewijs terecht was, er onvoldoende omstandigheden waren die wezen op een concreet gevaar voor recidive vanwege de ouderdom van het eerdere verkeersdelict, waardoor het belang van de klager zwaarder woog.
  • HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0743, NJ 1997/548 (Uitleg van de bevoegdheid van het openbaar ministerie om een rijbewijs onder zich te houden in het geval van recidivegevaar) De Hoge Raad verwijst naar de uitleg dat er bij invordering volgens het tweede lid altijd een wettelijk vermoeden van recidivegevaar is, waardoor de officier van justitie bevoegd is het rijbewijs te houden tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. De Rechtbank heeft onvoldoende gemotiveerd waarom er in dit geval geen ernstig rekening gehouden moest worden met recidive.

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad wegens ontoereikende motivering en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank Midden-Nederland voor hernieuwde behandeling en afdoening.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Officier van Justitie
  • Gedaagde: Klager

De Rechtbank heeft ten onrechte het klaagschrift gegrond verklaard en rijbewijs teruggegeven ondanks vermoeden van recidivegevaar.

De klager bepleitte dat er geen concreet gevaar voor recidive was, gezien de tijd die verstreken was sinds het vorige delict.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 19-08-2011 De Rechtbank heeft het klaagschrift van de klager, strekkende tot teruggave van zijn ingehouden rijbewijs, gegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende omstandigheden waren die wezen op een concreet gevaar voor recidive, en dat het belang van de klager bij teruggave van zijn rijbewijs prevaleerde boven verdere inhouding.
  2. Onbekend De Officier van Justitie heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad.
  3. Onbekend De Advocaat-Generaal G. Knigge concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in zijn cassatieberoep.
  4. 11-03-2014 De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad vanwege een ontoereikende motivering. De zaak wordt terugverwezen naar de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, voor herbehandeling en afdoening op het bestaande klaagschrift.