Verwijderde causaliteit kan aansprakelijkheid beperken onder artikel 6:98 BW; bewijs van verband vereist.

Hoge Raad Β· 3 oktober 2014 Β· Cassatie Β· Civiel recht

Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid; art. 7:658 BW. Condicio sine que non-verband tussen bedrijfsongeval en later privΓ©-ongeval. Toerekening op de voet van art. 6:98 BW; omstandigheden van het geval; gezichtspunten. Motivering.

Rechtsvraag

Is Saint-Gobain aansprakelijk voor de gevolgen van de val van [eiser] op 28 juni 2006, die volgens [eiser] het gevolg was van het eerdere bedrijfsongeval op 10 mei 2006?

Regel

  • art. 6:98 BW (Causaal verband en toerekening van schade)
  • art. 7:658 BW (Aansprakelijkheid van de werkgever voor schade van de werknemer)

Toepassing

  • art. 6:98 BW (Causaal verband en toerekening van schade) Het hof beoordeelde of de schade door de val op 28 juni 2006 in zodanig verband staat met het bedrijfsongeval op 10 mei 2006 dat deze aan Saint-Gobain kan worden toegerekend. Het hof vond dat het knieletsel in zeer ver verwijderd verband stond tot het voetletsel door het bedrijfsongeval en niet voortvloeide uit een noodzaak tot behandeling van dat letsel. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze conclusie onbegrijpelijk was gezien de restverschijnselen aan de voet en het aannemen van een condicio sine qua non-verband tussen het bedrijfsongeval en de val. (Rechtsoverwegingen 3.5, 3.6.2, 3.6.4)
  • art. 7:658 BW (Aansprakelijkheid van de werkgever voor schade van de werknemer) Saint-Gobain erkende aansprakelijkheid voor het bedrijfsongeval op 10 mei 2006. Het hof beoordeelde de verdere aansprakelijkheid voor de val op 28 juni 2006 en vond dat de schade niet redelijkerwijs voorzienbaar was en daarom niet aan Saint-Gobain kon worden toegerekend. De Hoge Raad vond echter dat het oordeel van het hof over de invloed van de restverschijnselen en de mogelijkheid van [eiser] om te lopen onbegrijpelijk was. (Rechtsoverwegingen 3.5, 3.6.3, 3.6.4)

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 juni 2013 en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. Het oordeel van het hof dat de val op 28 juni 2006 niet aan Saint-Gobain kan worden toegerekend, is onbegrijpelijk gezien de restverschijnselen en het vastgestelde condicio sine qua non-verband.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]
  • Gedaagde: Saint-Gobain Weber Beamix B.V.

[Eiser] vordert dat Saint-Gobain aansprakelijk wordt gesteld voor alle gevolgen van het ongeval op 10 mei 2006, inclusief een val thuis op 28 juni 2006, veroorzaakt door restletsel aan zijn voet.

Saint-Gobain betwist aansprakelijkheid voor de val op 28 juni 2006, stelt dat [eiser] volledig genezen was of dat eventueel restletsel niet de oorzaak was. Verder is de toerekening onredelijk gezien het causale verband.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-07-2004 [eiser] begint te werken als heftruckchauffeur/orderpicker bij Maxit, de rechtsvoorganger van Saint-Gobain.
  2. 10-05-2006 [eiser] raakt gewond tijdens zijn werkzaamheden door een aanrijding met een heftruck, resulterend in vier gebroken tenen aan zijn rechtervoet.
  3. Begin juni 2006 [eiser] begint vervangend zittend werk te verrichten na het ongeval.
  4. 23-06-2006 De arbo-arts adviseert [eiser] om halve dagen zittend werk te doen en dit na 1 Γ  2 weken uit te breiden, afhankelijk van de klachten.
  5. 28-06-2006 [eiser] werkt weer op de heftruck en struikelt thuis over een deurmat, met ernstig knieletsel tot gevolg.
  6. 07-01-2010 De kantonrechter oordeelt dat er aansprakelijkheid bestaat voor het eerste ongeval op 10 mei 2006, maar niet voor de gevolgen van de val op 28 juni 2006.
  7. 28-07-2011 [eiser] krijgt bewijsopdracht voor de toedracht van de val op 28 juni 2006.
  8. 21-06-2012 De kantonrechter acht [eiser] geslaagd in het bewijs en geeft de gevraagde verklaring voor recht.
  9. 17-05-2011 Het hof vernietigt het tussenvonnis van de kantonrechter en verwijst de zaak terug.
  10. 18-06-2013 Het hof vernietigt het eindvonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van [eiser] af.
  11. Cassatie [eiser] stelt cassatie in tegen het arrest van het hof van 18 juni 2013.
  12. 26-06-2014 De advocaten van [eiser] reageren bij brief op de conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier.