Een installatie vormt een onroerende zaak als deze duurzaam met een complex is verbonden.
Art. 3:3 BW; art. 2 Wet Bel. Rechtsv. Warmtekrachtkoppelingsinstallatie is onroerende zaak
Rechtsvraag
Is de warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK) een onroerende zaak in de zin van artikel 3:3 BW voor de toepassing van de overdrachtsbelasting?
Regel
- art. 3:3 BW (Bepaling van onroerende zaken: zaken die duurzaam met de grond zijn verenigd)
- art. 2 lid 1 Wet op belastingen van rechtsverkeer (Definitie van onroerende zaken voor belastingdoeleinden)
- Precedent: HR 31 oktober 1997, nr. 16404 (Portacabin-arrest over duurzaam met de grond verenigd zijn van objecten)
Toepassing
- art. 3:3 BW (Bepaling van onroerende zaken: zaken die duurzaam met de grond zijn verenigd) Het Hof heeft vastgesteld dat de WKK visueel en functioneel een geheel vormt met het kassencomplex en aldus bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Het Hof vond het niet relevant dat de WKK technisch verplaatsbaar is of dat de energievoorziening zonder de WKK gerealiseerd kan worden. Dit oordeel was gebaseerd op de fysieke kenmerken en de functie van de WKK binnen het complex.
- art. 2 lid 1 Wet op belastingen van rechtsverkeer (Definitie van onroerende zaken voor belastingdoeleinden) De interpretatie van of de WKK een onroerende zaak is, moet volgens civielrechtelijke maatstaven worden gedaan. Het Hof heeft geoordeeld dat de WKK onder deze definitie valt, omdat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven.
- Precedent: HR 31 oktober 1997, nr. 16404 (Portacabin-arrest over duurzaam met de grond verenigd zijn van objecten) Het Hof heeft het Portacabin-arrest toegepast door te kijken naar de bedoeling van de bouwer, voor zover deze naar buiten kenbaar is, vanuit de aard en inrichting van de WKK. De WKK is duurzaam met de grond verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door verbinding met het gebouw.
Conclusie
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de WKK een onroerende zaak is in de zin van artikel 3:3 BW, en de klachten tegen dit oordeel falen. De vraag of de WKK ook een onroerende zaak is volgens artikel 3:4 BW is terecht buiten behandeling gelaten.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 05-01-2009 In het kader van sale-and-lease-backtransacties hebben leveringen van warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK) plaatsgevonden. Belanghebbende 1 voldeed €45.339 aan overdrachtsbelasting en belanghebbende 2 voldeed €2661.
- DD-MM-YYYY Belanghebbenden maken bezwaar tegen de voldoening van het betaalde bedrag aan overdrachtsbelasting, met het argument dat de WKK geen onroerende zaak is.
- DD-MM-YYYY De Inspecteur wijst de verzoeken om teruggaaf van de overdrachtsbelasting af.
- DD-MM-YYYY De Rechtbank verklaart de beroepen van de belanghebbenden ongegrond.
- DD-MM-YYYY Belanghebbenden stellen hoger beroep in bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage tegen de uitspraak van de Rechtbank.
- DD-MM-YYYY De Inspecteur stelt incidenteel hoger beroep in.
- 07-03-2012 Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, verklaart het beroep van belanghebbende 1 niet-ontvankelijk, en bevestigt de uitspraak op bezwaar ten aanzien van belanghebbende 2.
- DD-MM-YYYY Belanghebbenden stellen beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Hof.
- DD-MM-YYYY De Staatssecretaris van Financiën dient een verweerschrift in tegen het cassatieberoep.
- DD-MM-YYYY De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
- 27-09-2013 De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.