Vordering art. 843a Rv kan in kort geding tijdens lopende bodemprocedure worden ingesteld.
Kort geding. Vordering in kort geding op grond van art. 843a Rv mogelijk tijdens een lopende bodemprocedure?
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of een vordering tot inzage op grond van art. 843a Rv tijdens een lopende bodemprocedure in een afzonderlijk kort geding kan worden ingesteld.
Regel
- art. 843a Rv (recht op inzage, afschrift of uittreksel van bescheiden)
- art. 81 lid 1 RO (beperkte motiveringsplicht Hoge Raad bij klachten die niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen)
Toepassing
- art. 843a Rv (recht op inzage, afschrift of uittreksel van bescheiden) De Hoge Raad oordeelt dat noch de tekst van art. 843a Rv, noch de totstandkomingsgeschiedenis ervan een beperking inhoudt dat een vordering tot inzage niet in kort geding kan worden ingesteld tijdens een lopende bodemprocedure. Het gegeven dat een incidentele vordering in een lopende bodemprocedure kan worden ingesteld, staat niet in de weg aan een afzonderlijk kort geding. Argumenten van onomkeerbaarheid en terughoudendheid kunnen wel een rol spelen bij de beslissing om de vordering toe te wijzen, maar vormen geen basis voor niet-ontvankelijkheid.
- art. 81 lid 1 RO (beperkte motiveringsplicht Hoge Raad bij klachten die niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen) De Hoge Raad heeft de overige klachten zonder uitgebreide motivering verworpen, omdat deze geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling betreffen.
Conclusie
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en oordeelt dat een vordering tot inzage op grond van art. 843a Rv in een afzonderlijk kort geding kan worden ingesteld, zelfs als er al een lopende bodemprocedure is. DB Schenker wordt veroordeeld in de proceskosten.
Partijen en standpunten
- Eiser: DB Schenker Rail Nederland N.V.
- Gedaagde: Prorail B.V.
DB Schenker betoogde dat een vordering op grond van art. 843a Rv niet mogelijk is in een afzonderlijk kort geding tijdens een lopende bodemprocedure.
Prorail vorderde afgifte van het Brondocument op grond van art. 843a Rv om schade aan het spoor te bewijzen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 04-10-2004 Op deze datum ontspoorden ertswagons van een goederentrein van DB Schenker in Venlo, resulterend in schade aan het spoor.
- 2010 Prorail vorderde dat DB Schenker de schade aan het spoor zou vergoeden als gevolg van de ontsporing op 4 oktober 2004.
- 2010 De rechtbank oordeelde dat DB Schenker risicoaansprakelijkheid draagt en benoemde een deskundige om de oorzaak van de schade vast te stellen.
- 2010 De benoemde deskundige verzocht DB Schenker om het brondocument van Lloyd's Register Rail ter inzage te verstrekken voor zijn onderzoek.
- 2010 DB Schenker weigerde het gevraagde brondocument ter beschikking te stellen aan de deskundige.
- 29-12-2010 De voorzieningenrechter te Utrecht gelastte DB Schenker om het brondocument aan de deskundige of zijn kantoorgenoten te overhandigen.
- 29-11-2011 Het gerechtshof te Amsterdam bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter dat DB Schenker het brondocument moet afgeven.
- 2012 DB Schenker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam.
- 21-12-2012 De advocaat van DB Schenker reageerde per brief op de conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade.
- 08-02-2013 De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van DB Schenker en veroordeelde hen in de kosten van het geding in cassatie.